President Jennifer Simons wil de banden met Panama verder aanhalen. Handel, toerisme, investeringen, luchtverbindingen, vrachtvervoer en politiek overleg moeten de nieuwe pijlers worden van een relatie die volgens beide regeringen al warm en constructief is. Tijdens een bilaterale ontmoeting met de Panamese president José Raúl Mulino, in de marge van de 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, werd opnieuw een reeks ambities uitgesproken. Panama zou voor Suriname een toegangspoort kunnen worden tot Centraal-Amerika en de rest van de Amerika’s. Maar achter de diplomatieke formuleringen schuilt een belangrijk probleem, Suriname spreekt al jaren over economische diversificatie, betere connectiviteit en het aantrekken van investeringen, terwijl concrete resultaten vaak achterblijven. Het ondertekende Memorandum van Overeenstemming voor een mechanisme voor politiek overleg moet daarin verandering brengen. Het akkoord creëert een formeel kanaal om periodiek te overleggen over bilaterale, regionale en multilaterale onderwerpen. Dat kan nuttig zijn, maar een overlegmechanisme op zichzelf produceert geen banen, geen export en geen investeringen. Het succes ervan zal uiteindelijk moeten worden afgemeten aan wat er buiten de vergaderzalen gebeurt. Vooral de luchtverbinding tussen Paramaribo en Panama City krijgt grote betekenis.
Simons ziet de route niet uitsluitend als een commerciële vliegverbinding, maar als een strategische schakel naar andere delen van het Amerikaanse continent. Panama beschikt over een sterke logistieke infrastructuur en heeft zich ontwikkeld tot een belangrijk regionaal knooppunt voor luchtvaart, handel en transport. Voor Suriname ligt daar een kans, maar ook een duidelijke uitdaging. Een rechtstreekse verbinding is slechts het begin. Als de route werkelijk moet bijdragen aan handel, toerisme, vrachtvervoer en investeringen, moeten Surinaamse bedrijven daadwerkelijk toegang krijgen tot nieuwe markten. Er moet voldoende vracht zijn, voldoende passagiersverkeer en vooral voldoende economische activiteit om de verbinding duurzaam rendabel te maken. Daarmee komt een hardnekkig Surinaams probleem opnieuw naar voren, connectiviteit wordt regelmatig gepresenteerd als voorwaarde voor economische groei, terwijl onvoldoende economische schaal juist een belangrijke reden is waarom verbindingen beperkt blijven. Een vliegroute kan economische activiteit ondersteunen, maar kan niet zelfstandig een economie creëren. Hetzelfde geldt voor de ambitie om Panama als toegangspoort tot de rest van de Amerika’s te gebruiken. Dat vereist meer dan diplomatieke goede wil. Suriname zal zijn exportcapaciteit moeten vergroten, logistieke procedures efficiënter moeten maken en bedrijven beter moeten positioneren op regionale markten.
Zonder concurrerende producten en betrouwbare dienstverlening dreigt de Panamese hub vooral een doorvoerstation te blijven waar andere landen meer van profiteren dan Suriname. Ook het versoepelen van het personenverkeer krijgt aandacht. Suriname heeft naar eigen zeggen de parlementaire procedures afgerond voor visumvrijstelling voor houders van diplomatieke en dienstpaspoorten. Daarnaast wordt gewerkt aan de afschaffing van de visumplicht voor houders van nationale paspoorten. Dat kan het zakelijk en toeristisch verkeer stimuleren. Tegelijkertijd is visumvrij reizen geen garantie voor een sterke toeristenstroom. Daarvoor zijn aantrekkelijke toeristische producten, betrouwbare infrastructuur, goede dienstverlening en voldoende internationale promotie noodzakelijk. Suriname kan niet verwachten dat eenvoudigere toegang automatisch leidt tot meer bezoekers. Op klimaatgebied willen Suriname en Panama eveneens intensiever samenwerken. Beide landen presenteren zich als landen die meer koolstof opnemen dan uitstoten en zien binnen de G-Zero alliantie met Bhutan en Madagaskar mogelijkheden om gezamenlijk op te trekken voor een eerlijker klimaatfinancieringssysteem. Ook hier ligt de nadruk voorlopig vooral op diplomatie en internationale positionering.
Voor Suriname is dat niet onbelangrijk, maar klimaatdiplomatie krijgt pas economische betekenis wanneer internationale beloften worden omgezet in concrete financiering, natuurbehoud, duurzame economische activiteiten en inkomsten voor de samenleving. De ontmoeting met Panama laat daarmee vooral zien hoeveel verwachtingen de regering Simons aan de relatie koppelt. Handel, toerisme, investeringen, luchtvaart, vrachtvervoer, personenverkeer en klimaatfinanciering worden allemaal genoemd. De agenda is breed, maar juist daardoor dreigt versnippering. De volgende stap zal daarom minder diplomatiek en veel concreter moeten zijn. Er zijn handelsdoelen nodig, investeringsprojecten, meetbare afspraken over lucht en vrachtverbindingen en duidelijke termijnen voor de uitvoering van de visumafspraken. Ook moet zichtbaar worden welke Surinaamse bedrijven daadwerkelijk toegang krijgen tot de Panamese markt en welke investeringen uit Panama naar Suriname komen. De relatie met Panama biedt mogelijkheden, maar mogelijkheden zijn nog geen resultaten. Suriname heeft in New York opnieuw de ambitie uitgesproken om van Panama een economische en logistieke toegangspoort te maken. De werkelijke test begint pas wanneer de handtekeningen zijn gezet, de vliegtuigen vliegen, de goederen worden verscheept, investeringen daadwerkelijk binnenkomen en de economische voordelen ook in Suriname zelf zichtbaar worden.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com