Toen ExxonMobil in 2015 enorme oliereserves ontdekte voor de kust van Guyana, begon een nieuw tijdperk voor het kleine Zuid-Amerikaanse land. Sinds de eerste productie in 2019 is Guyana uitgegroeid tot de snelst groeiende economie ter wereld, met een duizelingwekkende stijging van het BBP, massale overheidsinvesteringen en toenemende buitenlandse interesse. Maar achter de indrukwekkende groeicijfers schuilen ook diepe sociale ongelijkheden, risico’s voor milieu en bestuur, en een groeiend gevoel van vervreemding onder gewone Guyanezen.
Voor Suriname, dat zelf mikt op grootschalige olie-exploitatie in Blok 58, biedt Guyana’s ervaring een rijke maar complexe blauwdruk. Wat kunnen we leren – en waarvoor moeten we waakzaam zijn?
Guyana’s Oliebonanza in Cijfers
Sinds de olieproductie begon in december 2019 is Guyana’s economie geëxplodeerd. In 2022 groeide het BBP met maar liefst 62,3%, gevolgd door 33% in 2023 en naar schatting 43,6% in 2024. De olie-industrie, goed voor meer dan 60% van het BBP, pompt dagelijks 645.000 vaten op, met een verwachte verdubbeling tot 1,2 miljoen vaten tegen 2027.
Ook de nationale rijkdom steeg spectaculair: het inkomen per hoofd van de bevolking ging van $6.950 in 2020 naar meer dan $20.000 in 2023. In 2024 loopt het op tot $60.000 een sprong die Guyana bij de rijkste landen van Zuid-Amerika plaatst.
De Ongelijke Oogst van de Olierijkdom
Maar economische groei is niet automatisch gelijk aan sociale vooruitgang. Hoewel de Guyanese overheid miljarden investeert in infrastructuur, gezondheidszorg en onderwijs waaronder gratis universitaire opleidingen en huisvestingsprojecten blijft de ongelijkheid schrijnend. Veel rurale en inheemse gemeenschappen voelen zich buitengesloten. In 2023 gaf 60% van de bevolking aan dat hun persoonlijke financiële situatie niet verbeterd was door de olieboom.
De werkgelegenheid in de oliesector is bovendien beperkt: slechts 4.000 directe banen, waarvan minder dan de helft door Guyanezen wordt ingevuld. De lonen in olie-gerelateerde sectoren zijn weliswaar gestegen, sommige bouwvakkers verdienen tot $1.000 per maand, maar de prijsinflatie en exploderende huurprijzen in, onder andere, Georgetown hebben het leven voor veel burgers juist duurder gemaakt.
Corruptie en wantrouwen tasten daarnaast het draagvlak aan. Ondanks de oprichting van het Natural Resource Fund (NRF), dat olie-inkomsten beheert, vreest bijna de helft van de Guyanezen dat de rijkdom niet eerlijk verdeeld wordt.
Waarschuwingen voor Suriname
Suriname staat aan de vooravond van wat een eigen olie-revolutie kan worden, met TotalEnergies en APA Corporation die commerciële productie in Blok 58 voorbereiden. De verleiding is groot om te dromen van Guyanese groeicijfers, maar de ervaring van onze oosterburen bevat minstens zoveel waarschuwingen als inspiratiebronnen.
1. Groei is geen gelijkheid
Een stijging van het BBP betekent niet automatisch een betere levenskwaliteit voor iedereen. Zonder gerichte hervormingen in onderwijs, arbeidsmarkt en regionale ontwikkeling dreigt ook in Suriname de olierijkdom zich te concentreren in Paramaribo en bij een kleine elite.
2. Olie schept afhankelijkheid
Guyana’s economie is nu sterk afhankelijk van olie – meer dan 60% van het BBP komt uit die sector. Dat maakt het kwetsbaar voor schommelende olieprijzen of productie-incidenten. Suriname moet dus nu al inzetten op economische diversificatie, bijvoorbeeld via duurzame landbouw, toerisme of hernieuwbare energie.
3. Beheer en transparantie zijn cruciaal
Hoewel Guyana een speciaal fonds heeft opgezet voor olie-inkomsten, blijft het vertrouwen in het beheer laag. Suriname moet leren van deze scepsis door een robuust en onafhankelijk toezichtmechanisme te installeren, inclusief burgerparticipatie en publieke rapportage over bestedingen.
4. Inheemse en rurale gemeenschappen mogen niet vergeten worden
Zonder inclusieve planning dreigt een kloof tussen stad en binnenland. In Suriname – waar het binnenland historisch achtergesteld is – moet er bijzondere aandacht zijn voor de stem, het landgebruik en de leefomgeving van inheemse en marrongemeenschappen.
5. Milieu-impact is reëel
De milieugevolgen van olieproductie zijn nog moeilijk in te schatten, maar vervuiling, olielekken en CO₂-uitstoot zijn reële risico’s. Guyana heeft te maken met zorgen over kustgebieden en ecosystemen; Suriname moet hier proactief op inzetten met strenge milieunormen en onafhankelijke monitoring.
Wat Suriname wél kan kopiëren
Niet alles is een waarschuwing. Er zijn ook waardevolle lessen in positieve zin:
• Cash transfers en sociaal beleid kunnen koopkracht ondersteunen, mits goed getarget.
• Publieke investeringen in onderwijs en zorg kunnen de lange termijn versterken.
• Lokale participatie en inhoudelijke training voor olie-gerelateerde banen kunnen de werkgelegenheid verbeteren.
Olie als Kans én Test
Guyana heeft zijn plek op de wereldkaart veroverd dankzij olie. De economische sprong is ongekend, maar de maatschappelijke balans blijft kwetsbaar. Suriname doet er goed aan te leren van de Guyanese paradox: explosieve groei, maar verdeelde welvaart.
De uitdaging voor Paramaribo is helder. Niet alleen een goed oliecontract tekenen, maar ook een sociaal contract met de bevolking: eerlijk, transparant en duurzaam.