Met een regio waarin kleine ondernemingen het overgrote deel van het bedrijfsleven vormen maar tegelijk vastzitten in lage productiviteit, beperkte groei en hardnekkige informaliteit, brengt nieuw onderzoek van IDB Invest een belangrijke vraag terug naar de kern van economische ontwikkeling. De studie naar krediettoegang en werkgelegenheid onder micro, kleine en middelgrote ondernemingen in dertig landen van Latijns Amerika en het Caribisch gebied laat zien dat financiering niet alleen een kwestie is van bedrijfsleningen, bankproducten en rentepercentages, maar rechtstreeks raakt aan de vraag of kleine bedrijven kunnen doorgroeien tot formele werkgevers. Achter de uitkomst dat elke extra 1 miljoen Amerikaanse dollar aan krediet gemiddeld samenhangt met vier nieuwe permanente banen per jaar, schuilt een bredere waarschuwing, namelijk dat een economie die ondernemers structureel onderfinanciert uiteindelijk ook haar arbeidsmarkt, productiviteit en sociale mobiliteit klein houdt.
De economische structuur van Latijns Amerika en het Caribisch gebied blijft diep verdeeld tussen een groot aantal kleine bedrijven met beperkte capaciteit en een veel kleinere groep grotere, formele en productievere ondernemingen die sneller groeien. MSME’s vertegenwoordigen ongeveer 99 procent van alle bedrijven en bieden werk aan ongeveer twee derde van de beroepsbevolking, maar hun dominante aanwezigheid vertaalt zich niet automatisch in sterke productiviteit, hogere lonen of stabiele formele banen. Dat is precies de paradox waarmee de regio worstelt, omdat de bedrijven die de meeste mensen raken vaak ook de bedrijven zijn die het moeilijkst toegang krijgen tot kapitaal, technologie, markten en managementcapaciteit.
De studie plaatst krediet daarom niet als wondermiddel, maar als een van de sleutels om een vicieuze cirkel te doorbreken. Kleine ondernemingen die geen toegang hebben tot financiering blijven vaak gevangen in dag tot dag overleven, beperkte voorraad, verouderde apparatuur, informele arbeidsrelaties en lage investeringsruimte. Wanneer zulke bedrijven wél krediet krijgen, ontstaat ruimte om machines aan te schaffen, productielijnen te verbeteren, technologie te gebruiken, voorraad uit te breiden, nieuwe markten te bedienen en uiteindelijk personeel aan te nemen dat niet slechts tijdelijk meedraait, maar permanent onderdeel wordt van de onderneming.
De cijfers van IDB Invest zijn belangrijk omdat zij op bedrijfsniveau zijn gebaseerd en gebruikmaken van gegevens van 21.696 MSME’s in dertig landen in de regio. De onderzoekers stellen vast dat een extra 1 miljoen Amerikaanse dollar aan krediet gemiddeld wordt geassocieerd met ongeveer vier permanente banen per jaar, wat neerkomt op een jaarlijkse werkgelegenheidsstijging van ongeveer 8 procent. Dat verband is niet overal even sterk, maar het toont wel dat krediettoegang geen abstract financieel thema is en dat bankfinanciering, wanneer zij goed wordt ingezet, direct kan doorwerken in arbeidsplaatsen.
De impact verschilt sterk per type bedrijf en per manier waarop het krediet wordt gebruikt. Kleinere ondernemingen boeken relatief gezien vaak grotere werkgelegenheidswinsten, terwijl sneller groeiende bedrijven sterker reageren omdat zij krediet direct kunnen omzetten in uitbreiding. Krediet voor vaste activa, zoals machines, apparatuur, productieruimte en technologische vernieuwing, levert meer arbeidsmarkteffect op dan krediet dat vooral wordt gebruikt voor werkkapitaal, omdat zulke investeringen de productiecapaciteit structureler vergroten.
Dat onderscheid is belangrijk voor beleidsmakers en banken. Een lening die alleen tijdelijke liquiditeitsdruk verlicht, kan een bedrijf helpen overleven, maar een lening die productieve capaciteit verhoogt, kan een onderneming veranderen. Daarom moet kredietbeleid niet alleen kijken naar hoeveel geld beschikbaar komt, maar ook naar waar het geld terechtkomt, hoe het wordt begeleid, welke bedrijven het ontvangen en of de financiering werkelijk leidt tot hogere productiviteit, formalisering en betere banen.
De regio kampt met een geschatte financieringskloof voor MSME’s van ongeveer 1 biljoen Amerikaanse dollar, de tweede grootste kloof ter wereld. Ongeveer 75 procent van de bedrijven in Latijns Amerika en het Caribisch gebied ziet toegang tot financiering als een beperking voor de bedrijfsvoering, terwijl 12 procent dit zelfs als het grootste obstakel noemt. Die cijfers laten zien dat veel ondernemers niet falen omdat er geen vraag bestaat, maar omdat zij onvoldoende kapitaal hebben om hun bedrijf uit een informele of kleinschalige fase te trekken.
De hardnekkige informaliteit versterkt dat probleem. Veel bedrijven blijven klein en kwetsbaar omdat zij niet genoeg zekerheid hebben om formeel personeel aan te nemen, belastingverplichtingen te dragen, administratieve systemen op te bouwen of te investeren in lange termijnplanning. Tegelijk maakt juist die informele positie het moeilijker om bankfinanciering te krijgen, waardoor ondernemers in een gesloten cirkel terechtkomen waarin beperkte formalisering leidt tot beperkte krediettoegang en beperkte krediettoegang vervolgens verdere formalisering belemmert.
De studie sluit aan bij eerder onderzoek dat laat zien dat productiviteitsverschillen tussen bedrijven in dezelfde sector groot blijven en dat de groei van bestaande bedrijven vaak belangrijker is dan het simpelweg oprichten van nieuwe ondernemingen. In Latijns Amerika en het Caribisch gebied blijven bedrijven bovendien opvallend klein, zelfs wanneer zij decennialang bestaan, terwijl een veertig jaar oude onderneming in de Verenigde Staten gemiddeld veel groter is dan een startend bedrijf. Dat verschil wijst erop dat de regio niet alleen een ondernemersprobleem heeft, maar vooral een schaalprobleem dat zichtbaar wordt zodra bedrijven niet kunnen doorgroeien.
Ook de rol van de bankensector zelf is doorslaggevend. Volgens de studie is het effect van krediet op werkgelegenheid sterker in meer concurrerende bankmarkten, omdat concurrentie kan leiden tot betere voorwaarden, grotere bereidheid om MSME’s te bedienen en minder afhankelijkheid van enkele dominante financiële instellingen. Wanneer bankmarkten weinig concurrerend zijn, kan krediet duurder, trager en selectiever worden, waardoor juist de ondernemers met groeipotentie alsnog buiten de financieringsstroom blijven.
Daarmee wordt krediettoegang een vraagstuk van economische architectuur. Het gaat niet alleen om banken die meer leningen verstrekken, maar om kredietinformatie, zekerheden, digitale financiële diensten, ontwikkelingsbanken, risicodeling, garanties, technische begeleiding en fiscale prikkels die samen bepalen of geld terechtkomt bij ondernemingen die het kunnen omzetten in groei. Zonder zo’n systeem blijft financiering vaak geconcentreerd bij bedrijven die al sterk genoeg zijn, terwijl de ondernemingen met werkgelegenheidspotentie juist blijven hangen in kleinschaligheid.
Suriname moet deze studie zien als een directe oproep aan banken, overheid, ontwikkelingsfondsen en ondernemersorganisaties, omdat ook hier veel kleine bedrijven werk kunnen creëren maar vastlopen in dure financiering, beperkte zekerheden, informele administratie en zwakke begeleiding. Een overheid die ondernemerschap serieus neemt, moet krediet niet behandelen als gunst of losse bankrelatie, maar als productief instrument dat gekoppeld wordt aan formalisering, bedrijfsadvies, investeringen in vaste activa, digitale boekhouding, belastingdiscipline en markttoegang. De koers ligt in het bouwen van financieringslijnen voor groeibedrijven, met duidelijke selectie, begeleiding en meetbare jobcreatie, zodat krediet niet verdwijnt in consumptieve druk maar banen, productie en ondernemingskracht vergroot.
De boodschap van IDB Invest is uiteindelijk dat de strijd om werkgelegenheid niet alleen wordt gevoerd op arbeidsmarkten, maar ook in kredietcommissies, ondernemersdossiers, bankvoorwaarden en de manier waarop landen risico durven delen met hun productieve sector. Kleine bedrijven kunnen een economie dragen, maar zij kunnen haar niet moderniseren wanneer zij structureel zonder kapitaal blijven. Als Latijns Amerika en het Caribisch gebied de kloof tussen kleine informele ondernemingen en grotere productieve bedrijven willen verkleinen, dan moet krediet niet langer worden gezien als randvoorwaarde, maar als een van de centrale instrumenten waarmee banen, productiviteit en economische mobiliteit worden gebouwd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com