Met een economische strategie die samenwerking binnen BRICS verbindt aan hoogwaardige technologie uit Europa, Azië en het Westen, probeert India zich te positioneren als het industriële middelpunt van een wereldwijde groene transitie die uiteindelijk een waarde van 10 biljoen dollar kan bereiken. Het land wil daarmee niet alleen zijn doel van klimaatneutraliteit in 2070 dichterbij brengen, maar ook bepalen wie de technologie, financiering, patenten en productieketens van de nieuwe energie economie zal beheersen.
De Indiase aanpak steunt op een zorgvuldig evenwicht tussen twee economische werelden. BRICS biedt toegang tot snelgroeiende markten, grondstoffen, ontwikkelingskapitaal en samenwerking tussen landen uit het mondiale Zuiden, terwijl westerse en Aziatische technologiepartners beschikken over kennis, machines en onderzoekscapaciteit die nodig zijn om vervuilende industrieën op grote schaal te hervormen.
Binnen de BRICS Business Council wordt gewerkt aan een raamwerk voor brandstoffen met een lage koolstofuitstoot, beter op elkaar afgestemde vrijwillige koolstofmarkten en grotere financiële zelfstandigheid. De New Development Bank krijgt daarbij een belangrijke rol als financieringskanaal voor infrastructuur en groene industrie, waardoor deelnemende landen minder afhankelijk kunnen worden van traditionele westerse instellingen.
Een gezamenlijke koolstofmarkt kan bedrijven in verschillende BRICS landen de mogelijkheid bieden om emissiereducties volgens vergelijkbare regels te registreren en verhandelen. Dat systeem kan investeringen aantrekken, maar werkt alleen wanneer metingen betrouwbaar zijn, projecten onafhankelijk worden gecontroleerd en koolstofkredieten daadwerkelijk aantoonbare klimaatwinst vertegenwoordigen.
Grensoverschrijdende mobiliteit van groene vakmensen vormt een ander onderdeel van het raamwerk. Ingenieurs, onderzoekers, monteurs en energiespecialisten zouden gemakkelijker tussen deelnemende landen moeten kunnen werken, zodat tekorten aan technische kennis minder snel leiden tot vertraging van projecten. India kan daarvan profiteren door zijn grote beroepsbevolking gericht op te leiden voor internationale werkzaamheden in energie, industrie en infrastructuur.
Een voorgesteld BRICS netwerk voor open innovatie moet de technologische samenwerking verder verdiepen. Gedeelde onderzoeksinstellingen kunnen voorkomen dat landen afzonderlijk dezelfde kostbare experimenten uitvoeren, terwijl een gezamenlijke verzameling van groene patenten de toegang tot belangrijke technologie betaalbaarder kan maken.
Het zogeheten FRAND South model moet ervoor zorgen dat patenten onder eerlijke, redelijke en niet discriminerende voorwaarden beschikbaar komen voor ontwikkelingslanden. De kern van het voorstel is dat intellectueel eigendom niet gratis wordt weggegeven, maar evenmin wordt gebruikt om armere landen met onbetaalbare licenties buiten de groene economie te houden.
India koppelt deze internationale architectuur aan concrete transitieplannen voor de eigen economie. De elektriciteitssector moet worden uitgebreid met schonere opwekking en een stabieler netwerk dat grote hoeveelheden wisselende zonne en windenergie kan verwerken. Investeringen in opslag, slimme netwerken en regionale verbindingen zijn daarbij noodzakelijk om stroomuitval en capaciteitsproblemen te voorkomen.
De staalindustrie vormt een zwaardere uitdaging, omdat conventionele productie veel steenkool gebruikt en enorme hoeveelheden koolstof uitstoot. Nieuwe productiemethoden, schonere energie en groene waterstof kunnen de uitstoot verlagen, maar vereisen kostbare installaties en langdurige zekerheid over prijzen, infrastructuur en afzetmarkten.
Elektrische mobiliteit moet de vraag naar olie terugdringen en tegelijk een nieuwe industriële keten creëren rond batterijen, voertuigen, software en laadvoorzieningen. Groene scheepvaart en duurzame vliegtuigbrandstof worden eveneens gezien als groeimarkten, aangezien internationale transportbedrijven onder toenemende druk staan om hun uitstoot te verminderen.
Bilaterale samenwerking vormt de buitenste ring van deze strategie. India onderhoudt of ontwikkelt partnerschappen voor schone energie met Rusland, China en Brazilië binnen BRICS, maar zoekt tegelijk technologische en financiële verbindingen met Nederland, Denemarken, Israël, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan, Duitsland en de Verenigde Arabische Emiraten.
Deze brede spreiding voorkomt dat India voor cruciale technologie afhankelijk wordt van één land of machtsblok. De samenwerking biedt toegang tot verschillende onderzoeksnetwerken, investeerders en industriële specialisaties, terwijl India zijn omvangrijke binnenlandse markt inzet als onderhandelingsmiddel voor lokale productie en kennisoverdracht.
Kapitaal blijft echter de beslissende factor, omdat veel groene projecten hoge aanloopkosten hebben en pas na jaren opbrengsten genereren. Voorgestelde instrumenten zoals garanties voor het eerste verlies kunnen een deel van het risico bij de overheid of een ontwikkelingsbank leggen, waardoor particuliere investeerders eerder bereid zijn financiering beschikbaar te stellen.
Financiering van het verschil tussen projectkosten en commerciële haalbaarheid kan belangrijke infrastructuur toch uitvoerbaar maken. Voorrang voor groene projecten binnen bancaire kredietverlening, contracten die een gegarandeerde koolstofprijs bieden en overdraagbare belastingvoordelen moeten investeerders extra zekerheid geven.
Een Nationale Groene Transitiebank kan deze instrumenten onder een dak samenbrengen en projecten beoordelen op technologische kwaliteit, economische waarde en klimaatwinst. Een dergelijke instelling zou kapitaal kunnen bundelen, risico’s spreiden en voorkomen dat kansrijke plannen blijven steken tussen ministeries, banken en particuliere investeerders.
Ook Suriname kan zijn toekomstige olie inkomsten strategisch inzetten door een deel ervan te reserveren voor netversterking, duurzame energie, technische opleidingen en financiering van lokale groene ondernemingen. Samenwerking met ontwikkelingsbanken en internationale onderzoeksnetwerken kan daarbij meer opleveren dan het uitsluitend importeren van kant en klare technologie, omdat kennisoverdracht en lokale productie nodig zijn om blijvende economische waarde op te bouwen.
India laat zien dat de groene transitie niet alleen een klimaatvraagstuk is, maar ook een strijd om industriële macht, technologische onafhankelijkheid en toegang tot kapitaal. Het land dat patenten, vakmensen, financiering en productie succesvol met elkaar verbindt, zal niet alleen minder uitstoten, maar ook een aanzienlijk deel van de economische opbrengsten van het Net Zero tijdperk naar zich toe trekken.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com