In Georgetown groeit het zelfbeeld van een economie die niet langer alleen reageert op omstandigheden, maar steeds vaker zelf de toon zet, en president Irfaan Ali gebruikt die nieuwe houding om de private sector publiekelijk te prijzen als motor die sneller innoveert en meer resultaatgericht werkt dan voorheen. Tijdens een bijeenkomst van de Guyana Oil and Gas Energy Chamber schetste hij een verschuiving van klagen naar uitvoeren, waarbij bedrijven volgens hem meer technologie omarmen, scherper plannen en sneller leveren, juist omdat er meer jonge ondernemers aan tafel zitten en omdat er in het land een duidelijker gevoel leeft over de richting waarin de economie beweegt.
Die cultuurverandering blijft niet beperkt tot speeches, want de economische rapportages tonen dat banken en kredietverstrekkers hun rol nadrukkelijker spelen in groei, met meer financiering voor bedrijven, diensten en productie, en met een huizenmarkt en consumptieve bestedingen die aantrekken. In de officiële communicatie rond de laatste halfjaarscijfers wordt bovendien benadrukt dat de niet olie economie breed meegroeit, wat het verhaal ondersteunt dat het land niet alleen leunt op de offshore opbrengsten, maar ook probeert de binnenlandse bedrijvigheid te verbreden.
Tegelijk zet de regering in op een financiële agenda die verder gaat dan meer leningen alleen, omdat het beleid nadrukkelijk mikt op het binnenhalen van groepen die nog buiten het formele banksysteem vallen. In het verkiezingsprogramma van de regeringspartij staat een nationale aanpak voor financiële geletterdheid en inclusie, met eenvoudiger digitale bankdiensten, soepelere processen om rekeningen te openen en krediet aan te vragen, agentnetwerken voor afgelegen gebieden en een versnelling van digitale betalingen en mobiele wallets om de afhankelijkheid van cash terug te dringen.
Daarbovenop wordt gewerkt aan een ontwikkelingsbank die kleine en middelgrote ondernemingen makkelijker aan startkapitaal moet helpen, niet alleen met geld maar ook met begeleiding, en met regels die het lenen minder verstikkend maken zonder de stabiliteit van het systeem op te offeren. Het idee is dat commerciële banken mee moeten bewegen, dat financiers worden geprikkeld om meer richting ondernemers te gaan, en dat de drempels rond onderpand en voorwaarden omlaag kunnen, zodat groei niet vastloopt op papierwerk en zekerheden die jonge bedrijven niet hebben.
Suriname moet deze ontwikkelingen analyseren en in samenhang brengen, omdat Guyana laat zien dat olie alleen niet voldoende is en dat versnelling pas echt werkt wanneer banken, digitale infrastructuur en ondernemersklimaat tegelijk worden opgetild. Wie hier goed naar kijkt, ziet dat duidelijkheid over nationale koers ondernemers rust geeft, dat financiële inclusie pas echt landt wanneer digitaal betalen betrouwbaar en breed beschikbaar is. En dat een ontwikkelingsbank alleen verschil maakt wanneer toezicht en uitvoering strak blijven, zodat goedkoop geld niet eindigt in vriendjesfinanciering maar in productie, banen en exportkracht.