Guyana probeert in het volle zicht van de regio een nieuwe economische identiteit te bouwen, omdat het land na de explosieve olieontwikkeling niet langer alleen bekeken wil worden als een energiemarkt, maar als een opkomend productiecentrum dat toerisme, voedsel, manufacturing, luchtvaart en waardetoevoeging aan elkaar wil koppelen. President Mohamed Irfaan Ali maakte duidelijk dat meer dan vier internationale delegaties naar Guyana komen, niet om olie en gas na te jagen, maar om te kijken naar investeringen in toerisme, voedselproductie, industriële verwerking en nieuwe vormen van waardecreatie. Daarmee probeert Georgetown een gevaarlijke val te vermijden, namelijk dat olie inkomsten de economie rijker maken zonder haar werkelijk breder, slimmer en sterker te maken.
President Ali deed zijn mededeling tijdens de ingebruikname van nieuwe vliegtuigen van JAGS Aviation op Ogle, aan de East Coast Demerara, en gebruikte dat moment niet toevallig om de niet olie economie centraal te zetten. Luchtvaart is in Guyana geen decor voor ceremonie, maar een noodzakelijke verbinding tussen verre regio’s, producenten, toeristen, investeerders en markten die anders moeilijk bereikbaar blijven. Een land met uitgestrekte bossen, brede rivieren, verspreide gemeenschappen en grote economische afstanden heeft geen luxe aan vliegverbindingen, maar een ontwikkelingsader die bepaalt of kansen werkelijk het binnenland bereiken.
De boodschap van Ali is politiek krachtig omdat hij Guyana neerzet als een land dat niet tevreden wil zijn met het importeren van afgewerkte producten terwijl het zelf grondstoffen, landbouwpotentieel, ruimte en jonge ondernemers bezit. Hij sprak over een Guyana dat niet alleen koper wil zijn, maar producent en prijszetter, een formulering die raakt aan de kern van economische zelfstandigheid. Een land dat zijn eigen goederen verwerkt, verpakt, certificeert en exporteert, heeft meer onderhandelingsmacht dan een land dat alleen ruwe waarde uitvoert en dure eindproducten terugkoopt.
Voedselproductie wordt in dat verhaal een strategische sector, niet alleen omdat Guyana grond en water heeft, maar omdat de Caribische regio al jarenlang wordt gekweld door dure import, kwetsbare logistiek en een zwakke agro industriële basis. Ali wees op agri processing incentives die volgens hem regionaal moeilijk te evenaren zijn, en maakte duidelijk dat de overheid regionale producenten wil verleiden om zich in Guyana te vestigen. Die aanpak kan het land veranderen in een voedsel en verwerkingshub, mits investeringen niet blijven steken in grote aankondigingen, maar leiden tot fabrieken, koelketens, exportstandaarden, vakopleiding en stabiele afzetmarkten.
Region Nine krijgt daarbij een bijzondere plaats, omdat het gebied wordt gepositioneerd als agro processing hub richting Noord Brazilië, terwijl ook opkomende kansen in Haïti en Cuba worden genoemd als mogelijke exportbestemmingen voor vroege investeerders. Dat is strategisch slim, omdat Guyana zich niet alleen op de eigen bevolking richt, maar op markten die voedsel, verwerkte producten en logistieke oplossingen nodig hebben. De echte economische sprong komt pas wanneer landbouw niet langer eindigt bij productie op het veld, maar doorgroeit naar opslag, verwerking, branding, regionale distributie en exportcontracten.
De rol van JAGS Aviation past in die bredere economische puzzel, omdat transport bepaalt of toerisme, landbouw, investeringen en regionale spreiding werkelijk kunnen functioneren. Nieuwe vliegtuigen zijn niet alleen een uitbreiding van een bedrijfsvloot, maar een teken dat private spelers beginnen mee te bewegen met de nationale ontwikkelingsambitie. Wanneer toeristen het binnenland sneller bereiken, ondernemers regio’s kunnen bezoeken, goederen sneller worden verplaatst en gemeenschappen minder geïsoleerd raken, krijgt infrastructuur een directe economische en sociale betekenis.
Ashni Singh plaatste tijdens de ECONOME V Business Conference in Houston een tweede laag onder dit verhaal door jonge ondernemers op te roepen zich scherp te positioneren voor Guyana’s economische transformatie. Zijn boodschap was dat kansen niet vanzelf bedrijven bouwen, omdat ondernemers moeten begrijpen welke sectoren groeien, welke vaardigheden nodig zijn, hoeveel kapitaal verantwoord kan worden ingezet en waar zij werkelijk een concurrentievoordeel kunnen ontwikkelen. Daarmee wordt de jeugd niet alleen aangesproken als publiek van de groei, maar als noodzakelijke drager van de volgende economische fase.
De minister wees op energie, infrastructuur, landbouw, technologie, toerisme en manufacturing als sectoren waarin nieuwe ruimte ontstaat, terwijl hij jonge ondernemers aanspoorde om groter te denken en moediger te handelen. Die oproep is belangrijk, omdat een olie economie zonder ondernemende middenklasse al snel verandert in een economie waarin buitenlandse bedrijven, staatscontracten en consumptie de boventoon voeren. Een land dat brede welvaart wil bouwen, heeft ondernemers nodig die diensten leveren, producten maken, technologie gebruiken, personeel opleiden en waarde toevoegen in plaats van alleen te wachten op overheidsbestedingen.
De uitdaging voor Guyana ligt daarom niet in het aantrekken van delegaties alleen, maar in de kwaliteit van de afspraken die uit die bezoeken voortkomen. Buitenlands kapitaal kan groei versnellen, maar ook lokale bedrijven verdringen wanneer de overheid geen duidelijke voorwaarden stelt rond lokale inkoop, training, joint ventures, technologieoverdracht en fiscale discipline. Een sterke ontwikkelingsstaat verwelkomt investeerders, maar laat hen niet bepalen wat nationale ontwikkeling betekent.
De Surinaamse overheid kan kijken naar deze Guyanese strategie, omdat dezelfde oliegedreven aandacht straks ook hier sterker zal binnenkomen en dezelfde vraag zal stellen of het land een markt voor anderen wordt of een producent met eigen richting. De waarde van olie ligt niet alleen in staatsinkomsten, maar in de manier waarop die inkomsten worden gebruikt om lokale ondernemers, landbouw, logistiek, toerisme, technologie, opleiding en manufacturing vooruit te duwen. Een regering die pas na de komst van investeerders nadenkt over voorwaarden, vaardigheden en nationale prioriteiten, onderhandelt altijd te laat.
Guyana probeert zichzelf opnieuw te verkopen aan de wereld, maar de echte waarde van die campagne zal pas blijken wanneer investeringen tastbaar worden in fabrieken, banen, export, regionale verbindingen en jonge ondernemers die niet aan de rand van de groei blijven staan. De komende delegaties kunnen een nieuw hoofdstuk openen, maar alleen wanneer Guyana vasthoudt aan het idee dat ontwikkeling niet hetzelfde is als kapitaal binnenhalen. Rijkdom wordt pas macht wanneer een land produceert, verwerkt, vervoert, verkoopt en uiteindelijk zelf mede bepaalt tegen welke prijs de wereld zaken met hem doet.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com