Guyana laat steeds duidelijker zien dat internationale financiers het land niet langer bekijken als een belofte aan de rand van Zuid Amerika, maar als een snelgroeiende markt waarin kapitaal concreet aan projecten wordt gekoppeld. Minister van Financiën Ashni Singh zei bij de opening van het Four Points by Sheraton hotel in Georgetown dat het vertrouwen van investeerders sterk is toegenomen door gericht beleid, actieve diplomatie en een ondernemersklimaat dat grote projecten bankabel maakt. Volgens officiële cijfers bedroegen de cumulatieve goedkeuringen van IDB Invest voor Guyana vóór augustus 2020 slechts 6 miljoen Amerikaanse dollar, verspreid over vier projecten, maar sinds het aantreden van president Irfaan Ali is dat bedrag opgelopen tot meer dan 260 miljoen Amerikaanse dollar.
Die sprong kwam volgens Singh niet vanzelf, omdat de regering al vroeg zag dat de lokale financiële sector niet groot genoeg was om de snelgroeiende vraag naar kapitaal alleen te dragen. De private sector wilde uitbreiden, vooral buiten olie en gas, maar had toegang nodig tot grotere balansen, langere financiering en internationale instellingen die bereid waren risico te delen. Daarom werd gekozen voor een strategie om regionale banken, internationale banken en de private sector armen van multilaterale instellingen nadrukkelijker naar Guyana te halen.
Het nieuwe Four Points by Sheraton project werd door de regering gepresenteerd als een tastbaar voorbeeld van die aanpak. Het hotel telt 172 kamers en werd mede ondersteund door IDB Invest, samen met regionale financiers zoals FINA Bank en First Citizens Bank. Daarmee wordt de opening niet alleen een moment voor de toeristische sector, maar ook een signaal dat Guyana investeringen wil aantrekken in hospitality, infrastructuur, diensten en bredere niet olie activiteiten.
De cijfers rond IDB Invest tonen hoe snel het investeringsverhaal van Guyana is veranderd. Lokale bedrijven zoals Demerara Distillers Limited kregen steun voor uitbreiding van productie in sap en melk, inclusief een zonne energiesysteem met batterijopslag, terwijl Muneshwers Limited financiering kreeg voor nieuwe vrachtkranen en logistieke infrastructuur in de haven van Georgetown. Ook Unicomer Guyana, One Communications en IPED kwamen in beeld, met financiering voor retailontwikkeling, connectiviteit en krediettoegang voor micro en kleine ondernemers.
Daarmee probeert Guyana het klassieke gevaar van een olie economie te vermijden. Een land dat plots grote inkomsten en mondiale aandacht krijgt, kan gemakkelijk afhankelijk worden van één sector, één exportlijn en één geopolitiek verhaal. Singh benadrukte daarom dat olie en gas wel een katalysator zijn, maar dat de economische koers breder wordt uitgezet via toerisme, financiële diensten, logistiek, agro industrie, communicatie en kleine bedrijfsontwikkeling.
IDB Invest topman James Scriven gaf de boodschap nog meer gewicht door te zeggen dat tijdens zijn tweedaags bezoek al nieuwe investeringskansen van meer dan 300 miljoen Amerikaanse dollar zichtbaar waren. Dat cijfer wijst niet alleen op externe belangstelling, maar ook op een verschuiving in de manier waarop Guyanese projecten worden voorbereid en aangeboden. Internationale financiering volgt meestal niet alleen groei, maar ook bestuurlijke voorspelbaarheid, projectdiscipline en het vermogen van bedrijven om hun plannen professioneel te onderbouwen.
President Irfaan Ali plaatste de opening van het hotel in dat bredere verhaal van transformatie en vertrouwen. Volgens hem is de toekomst van Guyana niet helder door toeval, maar door gerichte actie en resultaten die investeerders overtuigen. Het hotel werd daardoor meer dan een nieuw gebouw in Georgetown, omdat het diende als decor voor een economie die zichzelf wil presenteren als klaar voor groei, partnerschap en internationale standaarden.
Toch blijft de echte uitdaging groter dan het binnenhalen van kapitaal. Internationale financiering kan ontwikkeling versnellen, maar zij vraagt ook sterke lokale bedrijven, duidelijke contracten, professionele uitvoering, toezicht en voldoende nationale deelname. Wanneer financiering vooral buitenlandse structuren versterkt en lokale ondernemers te weinig aansluiting krijgen, groeit het bruto binnenlands product sneller dan de werkelijke economische weerbaarheid.
Suriname zal deze ontwikkelingen moeten volgen, omdat ook hier steeds vaker wordt gesproken over olie, gas, toerisme, logistiek, landbouw en digitale diensten, maar projecten pas geloofwaardig worden wanneer zij financierbaar zijn gemaakt. Banken, ondernemers en overheid moeten eerder samen ontwerpen, zodat investeringsplannen niet blijven steken in ideeën, maar uitgroeien tot dossiers met cashflow, marktanalyse, governance, vergunningen en meetbare impact. Een land dat kapitaal wil aantrekken, moet niet alleen rijkdom onder de grond hebben, maar ook projectkwaliteit boven de grond tonen.
Guyana bewijst met deze financieringsgolf dat economische groei pas overtuigend wordt wanneer vertrouwen wordt omgezet in contracten, gebouwen, machines, banen en nieuwe bedrijfsmodellen. De olie heeft de aandacht getrokken, maar de strijd om duurzame welvaart wordt gevoerd in de sectoren die na de olie blijven doorwerken. In dat spanningsveld probeert Guyana zijn moment te gebruiken om van snelle groei naar blijvende economische structuur te gaan.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com