De ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst tussen Guyana Power and Light en Pacific and Auro Power Inc wordt gepresenteerd als een nieuwe stap richting een modern, betrouwbaar en toekomstbestendig elektriciteitssysteem, maar achter de brede ambities staat voorlopig geen bouwbesluit, geen vastgelegd investeringsbedrag, geen financieringsconstructie en zelfs geen concreet project dat daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. Het memorandum opent slechts de deur om mogelijke investeringen gezamenlijk te onderzoeken, waardoor Guyana nog geen centrale, onderstation, transmissielijn of batterij heeft verkregen, maar uitsluitend een proces heeft afgesproken waaruit later misschien uitvoerbare voorstellen kunnen ontstaan.
De overeenkomst is bewust niet exclusief en juridisch niet bindend, waardoor beide partijen zelfstandig met andere ondernemingen kunnen blijven onderhandelen en zonder financiële verplichting uit het overleg kunnen stappen. Mogelijke projecten moeten afzonderlijk worden geïdentificeerd, technisch en commercieel onderzocht en daarna opnieuw langs financiële, juridische, bestuurlijke en regulatoire goedkeuringen worden geleid. Uitvoering begint pas wanneer voor een specifiek project een definitieve overeenkomst wordt gesloten, waarmee het huidige document feitelijk eerder een uitnodiging tot projectontwikkeling is dan een investeringscontract.
Die voorzichtigheid is verstandig, maar vraagt tegelijk om veel meer openheid dan tot dusver is gegeven, omdat de publieke bekendmaking niets vermeldt over het eigendom, de financiële positie, het technische team, het internationale projectverleden of de eerder gerealiseerde energie infrastructuur van Pacific and Auro Power Inc. Ook wordt niet uitgelegd welke partij het initiatief nam, welke selectieprocedure is gevolgd en waarom deze onderneming als geschikte gesprekspartner wordt beschouwd. Het ontbreken van zulke informatie bewijst niet dat de partner ongeschikt is, maar maakt onafhankelijke beoordeling onmogelijk en past slecht bij een sector waarin toekomstige projecten mogelijk honderden miljoenen dollars aan publiek en privaat kapitaal vereisen.
De omvang van Guyana’s energievraag maakt duidelijk waarom GPL voortdurend nieuwe partners zoekt, want de elektriciteitsvoorziening moet in enkele jaren meegroeien met een economie die door olie, woningbouw, industrie, havens, hotels, ziekenhuizen en nieuwe bedrijventerreinen ongekend snel verandert. Het piekverbruik nam volgens GPL toe van ongeveer 145 megawatt in 2021 tot 234 megawatt in 2025, terwijl de eigen planning voor 2026 uitgaat van ruim 318 megawatt. Tegen 2030 kan de potentiële piekvraag volgens het hoogste ontwikkelingspad zelfs oplopen tot ongeveer 1.671 megawatt, mede door geplande datacenters, industrie en tientallen grote infrastructuurprojecten. Die prognose is geen gegarandeerde werkelijkheid, maar laat wel zien hoe groot het verschil kan worden tussen het huidige netwerk en de economie die Guyana probeert te bouwen.
De bestaande productiecapaciteit biedt weinig ruimte voor zelfgenoegzaamheid, omdat GPL voor 2025 ongeveer 271 megawatt beschikbare capaciteit rapporteert, waarvan bijna 258 megawatt als betrouwbaar wordt beschouwd. Een groot deel van die productie draait nog op zware en lichte stookolie, waarbij ongeveer 84 procent van de totale beschikbare capaciteit uit zware stookolie komt. Bij een piekvraag van ruim 234 megawatt blijft de veiligheidsmarge beperkt zodra generatoren onverwacht uitvallen, onderhoud nodig hebben of de vraag sneller groeit dan voorzien. Een snelgroeiende economie kan zich geen energiesysteem permitteren dat alleen tijdens normale omstandigheden voldoende vermogen levert.
Nieuwe opwekkingscapaciteit vormt slechts één deel van het probleem, omdat elektriciteit ook veilig van de centrale naar bedrijven en huishoudens moet worden vervoerd. Guyana kan honderden megawatts aan productie bouwen en toch stroomonderbrekingen houden wanneer transmissielijnen overbelast raken, onderstations onvoldoende capaciteit bezitten en storingen niet snel kunnen worden geïsoleerd. Het memorandum noemt daarom vrijwel de volledige keten, waaronder productie, transmissie, distributie, onderstations, hernieuwbare energie, batterijopslag en modernisering van het net. Die opsomming weerspiegelt de werkelijke behoeften, maar blijft tegelijkertijd zo breed dat zij nog geen prioriteit, planning of zakelijk model oplevert.
Het nationale ontwikkelingsprogramma van GPL laat zien hoeveel kapitaal voor die transformatie nodig kan zijn, want voor de periode van 2026 tot en met 2030 wordt een investeringsprogramma van ongeveer US$4,87 miljard voorzien. Daarbinnen staat bijna US$499 miljoen gereserveerd voor transmissielijnen van 230 kilovolt, ongeveer US$473 miljoen voor infrastructuur van 69 kilovolt en ruim US$840 miljoen voor nieuwe distributieonderstations. Hernieuwbare energie en batterijopslag vragen volgens de planning ongeveer US$309 miljoen, terwijl modernisering van het nationale controlecentrum en het slimme elektriciteitsnet bijna US$72 miljoen kan kosten. Alleen de vervanging en verbetering van meters, noodzakelijk voor een betere inning en vermindering van verliezen, wordt op bijna US$258 miljoen geraamd.
Binnen een investeringsprogramma van bijna vijf miljard dollar kan een niet bindend memorandum nuttig zijn om marktkennis, technologie en financieringsmogelijkheden te verkennen, maar dezelfde omvang maakt strenge selectie onvermijdelijk. Een ontwikkelaar moet niet alleen een aantrekkelijke presentatie kunnen geven, maar aantonen dat hij projecten kan ontwerpen, financieren, bouwen, verzekeren, onderhouden en langdurig laten functioneren. Betrouwbare prestatiegaranties, transparante kosten, aantoonbare toegang tot kapitaal, reserveonderdelen, opleiding van lokaal personeel en aansprakelijkheid bij vertraging of technisch falen moeten uiteindelijk zwaarder wegen dan diplomatieke foto’s en algemene beloften over samenwerking.
De zwakste plek van het Guyanese elektriciteitssysteem zit ook niet uitsluitend in de hoeveelheid geproduceerde stroom, omdat GPL voor 2025 totale systeemverliezen van ongeveer 21,9 procent verwacht. Dat betekent dat een aanzienlijk deel van de opgewekte elektriciteit verloren gaat door technische beperkingen, verouderde infrastructuur, meetproblemen en niet geregistreerd verbruik voordat de inkomsten bij het nutsbedrijf terechtkomen. Het doel is om die verliezen tegen 2030 terug te brengen tot ongeveer 12,4 procent, maar daarvoor zijn niet alleen betere kabels en meters nodig, want handhaving, betrouwbare klantgegevens, facturering en institutionele discipline bepalen eveneens of de financiële lekkage werkelijk wordt gesloten.
Extra centrales bouwen zonder verliezen terug te dringen lijkt op het vullen van een reservoir waarvan de grootste scheuren zichtbaar blijven, omdat iedere verloren eenheid elektriciteit opnieuw moet worden opgewekt, gefinancierd en vervoerd zonder dat daar volledige inkomsten tegenover staan. Hogere productie kan tijdelijke tekorten oplossen, maar een nutsbedrijf wordt pas financieel sterker wanneer het geproduceerde vermogen correct wordt gemeten, gefactureerd en geïnd. De ambitie om vrijwel volledige inning te bereiken is daarom minstens zo belangrijk als de aanleg van nieuwe productiecapaciteit, omdat een bedrijf met groeiende omzet maar structureel grote verliezen steeds afhankelijk blijft van staatssteun, leningen en tariefverhogingen.
De modernisering wordt nog ingewikkelder door de beperkingen van het huidige besturingssysteem, dat meer dan vijftien jaar geleden werd geïnstalleerd en voornamelijk is ontworpen voor bewaking van het transmissienet. Slechts tien onderstations gebruiken het lokale digitale controlesysteem, verschillende locaties worden nog handmatig bediend en de elektriciteitscentrales binnen het belangrijkste gekoppelde netwerk zijn niet volledig aangesloten voor centrale bewaking en bediening op afstand. De gebruikte technologie werkt daarnaast met een gesloten communicatieprotocol, waardoor integratie van moderne apparatuur die internationale open standaarden gebruikt moeilijker en duurder wordt.
Een slim elektriciteitsnet vraagt daardoor meer dan nieuwe beeldschermen en digitale meters, omdat alle generatoren, onderstations, kabels, sensoren, meters en controlesystemen volgens dezelfde betrouwbare technische architectuur moeten communiceren. GPL erkent zelf dat digitale investeringen kunnen onderpresteren wanneer wetgeving, toezicht, databeheer, tarieven en institutionele processen niet tegelijk worden hervormd. Technologische vernieuwing zonder bestuurlijke modernisering kan uiteindelijk een duur systeem opleveren dat meer data verzamelt maar storingen, verliezen en trage besluitvorming niet wezenlijk vermindert.
Cyberbeveiliging verdient binnen iedere toekomstige samenwerking eveneens een centrale plaats, omdat digitalisering de elektriciteitsvoorziening efficiënter maakt maar ook nieuwe aanvalsmogelijkheden creëert. GPL noemt onder meer ongeoorloofde toegang via slimme meters, manipulatie van verbruiksgegevens, uitschakeling van generatoren en grootschalige stroomuitval als mogelijke dreigingen. Het huidige controlesysteem is geïsoleerd van het bredere bedrijfsnetwerk, maar het bedrijf erkent tegelijkertijd dat sommige risico’s nog onvoldoende bekend zijn. Iedere nieuwe buitenlandse leverancier die software, sensoren, communicatieapparatuur of toegang op afstand levert, wordt daardoor niet alleen een aannemer maar ook onderdeel van de nationale veiligheidsarchitectuur.
De beoordeling van Pacific and Auro Power Inc moet daarom veel verder gaan dan de vraag of het bedrijf zonnepanelen, batterijen of transformatoren kan leveren. Eigendomsstructuren, onderaannemers, softwareleveranciers, toegang tot netwerkgegevens, onderhoudsrechten, technische achterdeuren, opslag van operationele informatie en procedures voor incidenten moeten vooraf worden onderzocht. Guyana mag niet ontdekken dat een zogenaamd moderne installatie alleen door een buitenlandse partij kan worden onderhouden nadat het systeem reeds essentieel is geworden voor ziekenhuizen, industrie, waterpompen, telecommunicatie en nationale veiligheid.
Financiering vormt een tweede breuklijn, omdat een project goedkoop kan lijken wanneer de staat garanties verstrekt, valutarisico’s overneemt, brandstof beschikbaar stelt en een vaste vergoeding voor tientallen jaren belooft. De werkelijke prijs zit niet alleen in de bouwsom, maar ook in rente, onderhoud, vervanging van batterijen, beschikbaarheidsbetalingen, verzekeringen, belastingvoordelen en de voorwaarden waaronder de overheid energie moet afnemen. Een private partner behoort risico te dragen dat hij technisch en commercieel kan beheersen, terwijl de samenleving niet met alle verliezen mag blijven zitten wanneer de verwachte vraag, wisselkoers of projectopbrengst tegenvalt.
Aanbesteding en concurrentie mogen evenmin verdwijnen achter een vroegtijdige samenwerkingsovereenkomst, omdat gezamenlijk ontwikkelde projectvoorstellen later een informatievoorsprong kunnen geven aan de onderneming die vanaf het begin aan tafel zat. GPL moet daarom duidelijk scheiden tussen verkennend advies en daadwerkelijke gunning, zodat andere gekwalificeerde partijen onder gelijke voorwaarden kunnen concurreren zodra een project voldoende is uitgewerkt. Het memorandum is volgens de bekendgemaakte voorwaarden niet exclusief, maar die juridische vrijheid krijgt pas waarde wanneer zij ook in transparante procedures wordt omgezet.
Lokale betrokkenheid mag daarbij niet worden beperkt tot tijdelijke bouwarbeid, want een elektriciteitsnet wordt tientallen jaren gebruikt nadat buitenlandse ingenieurs zijn vertrokken. Guyanese technici moeten kunnen ontwerpen, programmeren, onderhouden, beveiligen en zelfstandig storingen oplossen, terwijl lokale bedrijven ruimte moeten krijgen in civiele werken, kabelmontage, onderhoud, logistiek en technische dienstverlening. Een project dat nieuwe megawatts toevoegt maar alle essentiële kennis buiten het land houdt, vermindert de ene afhankelijkheid en bouwt onmiddellijk een andere op.
De grootschalige gasprojecten kunnen vanaf 2026 aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit aan het netwerk toevoegen, waarna verdere fasen richting 2028 en daarna zijn gepland. GPL verwacht echter dat zelfs deze uitbreiding bij het hoogste groeipad na 2029 opnieuw onvoldoende kan worden, waardoor aanvullende productie en mogelijk regionale verbindingen nodig blijven. De energiestrategie kan daarom niet worden opgebouwd rond een centrale, één brandstof of één investeerder, omdat een systeem met te weinig diversiteit bijzonder kwetsbaar wordt voor storingen, brandstofproblemen, vertragingen en politieke conflicten.
De Surinaamse overheid kan deze ontwikkeling niet uitsluitend bekijken als het succesverhaal van een buurland dat sneller investeert, omdat dezelfde spanning tussen economische ambitie en technische uitvoeringskracht ook hier relevant wordt wanneer nieuwe industrie, woningbouw en toekomstige olieactiviteiten meer elektriciteit vragen. Een samenwerkingsovereenkomst moet pas als vooruitgang worden gevierd wanneer de partner aantoonbaar betrouwbaar is, het project financieel houdbaar blijft, de aanbesteding controleerbaar is en lokale kennis werkelijk wordt opgebouwd. Een regering die zijn energie infrastructuur opent zonder voldoende technische, juridische en financiële deskundigheid kan veel kapitaal aantrekken en toch eindigen met dure afhankelijkheid, kwetsbare systemen en contracten waaruit nauwelijks nog kan worden ontsnapt.
Guyana heeft met deze ondertekening dus geen nieuw elektriciteitsproject verworven, maar een extra mogelijkheid gecreëerd om voorstellen te ontwikkelen binnen een sector die dringend kapitaal, technologie en uitvoeringskracht nodig heeft. Die mogelijkheid kan waardevol worden wanneer zij leidt tot bankabele projecten, eerlijke concurrentie, sterke garanties, lagere verliezen en meetbaar betrouwbaardere dienstverlening. Het memorandum zelf produceert echter geen stroom, verlaagt geen rekening en voorkomt geen uitval, waardoor de echte vooruitgang pas begint wanneer brede woorden worden vervangen door openbaar toetsbare contracten en iedere beloofde megawatt daadwerkelijk beschikbaar blijft wanneer de economie hem het hardst nodig heeft.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com