De groep ex militairen die dinsdag 5 mei 2026 opnieuw bij het Kabinet van de President aanklopte, bracht geen nieuw verhaal, maar een oud dossier dat te lang is blijven liggen. Namens president Jennifer Simons werden zij aangehoord door de kabinetsfunctionarissen Melvin Linscheer, Rudie Roeplal en Bidjai Lalbiharie, nadat de groep vorig jaar al schriftelijk aandacht had gevraagd voor haar knelpunten. Het gaat om verhoging van resocialisatie en invalidetoelagen, betere medische zorg, opname in het begrafenisfonds van Defensie en een collectieve grondaanvraag die sinds 2021 vastzit.
Volgens Waldo Jameson, voorzitter van de Vereniging Surinaamse Veteranen en Ex militairen, is de kwestie van het begrafenisfonds een pijnpunt dat verder gaat dan administratie. De leden zijn niet opgenomen, omdat de statuten daar volgens hem geen ruimte voor bieden wanneer er geen formele inkomsten zijn. Daardoor ontstaat een wrange situatie waarin mensen die ooit in uniform hebben gediend, op latere leeftijd moeten vragen of de staat ook hun laatste afscheid fatsoenlijk kan helpen dragen.
Ook de toelagen blijven zwaar wegen. De resocialisatie en invalidetoelagen worden door de groep als onvoldoende ervaren, zeker wanneer medische kosten bovenop het dagelijks bestaan drukken. De ex militairen beschikken wel over een BaZo kaart, maar bijkomende kosten moeten zij nog altijd zelf betalen, en volgens Jameson is dat met de huidige toelage nauwelijks vol te houden.
Een verhoging ligt voorlopig niet vanzelfsprekend op tafel, omdat de begrotingsbehandeling nog moet plaatsvinden. Dat maakt de onzekerheid groter, want zonder begrotingsruimte blijft erkenning al snel hangen in begripvolle gesprekken zonder concrete verbetering. De groep wil daarom ook met parlementsvoorzitter Ashwin Adhin spreken, zodat het probleem niet alleen ambtelijk wordt aangehoord, maar ook politiek wordt gewogen.
De grondaanvraag vormt een tweede spoor in het dossier. Sinds 2021 ligt er een collectieve aanvraag voor landbouwdoeleinden, maar volgens Jameson is er tot nu toe nauwelijks beweging gekomen. De ex militairen willen die grond niet alleen voor individuele kavels gebruiken, maar ook voor een bedrijfsmatig initiatief waarin leden bij elkaar blijven, bijgeschoold worden en via on the job training opnieuw economische waarde kunnen opbouwen.
Die gedachte verdient serieuze aandacht, omdat zij de groep niet neerzet als mensen die alleen compensatie vragen. Zij willen landbouw produceren, vaardigheden benutten en bijdragen aan het streven om Suriname sterker te maken in voedselproductie. In een periode waarin veel wordt gesproken over lokale productie, voedselschuurambities en minder importafhankelijkheid, is het logisch om ook te kijken naar groepen die discipline, organisatie en praktische ervaring meebrengen.
Jameson wees daarnaast op de mogelijkheid om ex militairen te betrekken bij het woningbouwprogramma. Volgens hem zijn zij geen aannemers, maar bevinden zich onder de leden mensen die binnen het leger bij de genie hebben gewerkt en bouwvaardigheden hebben opgebouwd. Die praktische kennis kan nuttig zijn wanneer de overheid woningbouw wil versnellen en tegelijk mensen wil herinschakelen die nog bereid zijn om bij te dragen.
Het probleem is dat zulke kansen vaak tussen ministeries blijven hangen. Defensie, Sociale Zaken, Volksgezondheid, Grondbeleid, Landbouw en mogelijke woningbouwinstanties raken allemaal een deel van het dossier, maar niemand lijkt tot nu toe de volledige regie te hebben genomen. Daardoor worden ex militairen van loket naar loket geduwd, terwijl hun situatie juist om één geïntegreerde aanpak vraagt.
Op woensdag 13 mei 2026 worden de gesprekken voortgezet en zal ook worden gekeken naar mogelijkheden om de leden opnieuw binnen het arbeidsproces in te zetten. Dat moment wordt belangrijk, omdat het verschil tussen erkenning en oplossing dan zichtbaar moet worden. Een vervolgafspraak heeft pas waarde wanneer zij leidt tot een tijdpad, een verantwoordelijke instantie, een financieel beeld en duidelijke besluiten over zorg, toelagen, grond en inzetbaarheid.
Suriname kan deze groep beter niet alleen als sociaal probleem behandelen, maar als een reservoir van ervaring dat met de juiste begeleiding opnieuw productief kan worden ingezet. Ex militairen hebben vaak discipline, terreinervaring, technische vaardigheden en groepsstructuur, precies kwaliteiten die bruikbaar zijn in landbouwprojecten, civiele werken, rampenrespons, gemeenschapsveiligheid en eenvoudige woningbouw. De staat moet daarom niet blijven steken in medelijden, maar een traject bouwen waarin waardigheid, zorg en economische herinschakeling elkaar versterken.
De vraag rond de ex militairen is uiteindelijk een bredere vraag over hoe Suriname omgaat met mensen die ooit in dienst stonden van de staat. Een samenleving die hun inzet erkent, moet ook eerlijk kijken naar hun oude dag, hun medische lasten en hun mogelijkheden om opnieuw mee te doen. Het kabinet heeft nu geluisterd, maar de echte maatstaf wordt of er na 13 mei een besluit komt dat verder gaat dan begrip en eindelijk richting geeft aan een dossier dat al jaren om uitvoering vraagt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com
Foto van gov.sr (CDS)