Tijdens een recente vergadering van de vaste parlementaire commissie van Landbouw, Veeteelt en Visserij zijn opnieuw serieuze knelpunten blootgelegd binnen het Viskeuringsinstituut (VKI). Met name het functioneren van het instituut, de gebrekkige personele bezetting en het tekort aan structurele opleidingen roepen vragen op over de effectiviteit en toekomstbestendigheid van deze cruciale schakel in de visserijsector.
Hoewel minister Mike Noersalim tijdens de bijeenkomst een toelichting gaf op het gevoerde beleid, bleef onduidelijk in hoeverre concrete oplossingen op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Het ministerie erkent dat het kampt met een afnemende instroom van studenten in agrarische opleidingen op zowel MBO- als HBO-niveau. Deze trend, eerder al aangehaald tijdens de jaarrede, vormt een directe bedreiging voor de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel. Toch lijkt een samenhangende strategie om deze ontwikkeling te keren vooralsnog te ontbreken.
Daarnaast wijst het structurele personeelstekort op diepere problemen binnen het ministerie. Lage salarissen en een voortdurende uitstroom van ervaren krachten ondermijnen de slagkracht van de verschillende directoraten. Het herschrijven en herwaarderen van functies wordt door het ministerie gepresenteerd als oplossing, maar critici vragen zich af of deze administratieve ingrepen voldoende zijn zonder substantiële verbetering van arbeidsvoorwaarden. Ook de governance van het VKI ligt onder vuur. De relatie tussen het instituut en de Raad van Commissarissen roept vragen op over transparantie en controle. Dat de parlementaire commissie aandringt op een onafhankelijk onderzoek en het opvragen van documenten voor screening, wijst op een groeiend wantrouwen in het huidige toezichtskader. Minister Noersalim probeerde onduidelijkheden weg te nemen rond de betrokkenheid van mennonieten in de sector door te stellen dat er geen formele overeenkomst bestaat.
Toch laat dit onderwerp zien hoe gevoelig en potentieel controversieel grondgebruik en investeringen in de landbouwsector zijn. Onder leiding van Ebu Jones brachten commissieleden aanvullende zorgen naar voren, waaronder meldingen van kaalkap in het Apoera-gebied. Deze signalen versterken de indruk dat toezicht en handhaving tekortschieten. Tegelijkertijd roept de toewijzing van circa 500.000 hectare grond aan het ministerie vragen op over transparantie, ruimtelijke ordening en mogelijke conflicten met milieuorganisaties en beschermde natuurgebieden. De vergadering maakt duidelijk dat de uitdagingen binnen de landbouw-, veeteelt- en visserijsector niet alleen technisch of organisatorisch van aard zijn, maar ook bestuurlijke en structurele tekortkomingen blootleggen. Zonder ingrijpende hervormingen en duidelijke beleidskeuzes dreigt verdere stagnatie in een sector die van cruciaal belang is voor de economische ontwikkeling van Suriname.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com