De wereldeconomie lijkt aan het begin van 2026 nog overeind te blijven. Toch groeit er onder die ogenschijnlijke stabiliteit een probleem dat veel dieper gaat dan gewone werkloosheidscijfers. ILO topman Gilbert Houngbo waarschuwt tijdens de voorjaarsvergaderingen van het IMF en de Wereldbank dat miljoenen werkenden kwetsbaar blijven. Dit komt doordat hun baan te weinig bescherming, zekerheid en inkomen biedt. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie leven 284 miljoen werkenden nog altijd in extreme armoede. Daarnaast zijn 2,1 miljard mensen, bijna 58 procent van de mondiale beroepsbevolking, actief in de informele economie.
Die cijfers laten zien dat werk op zichzelf niet genoeg is om gezinnen uit onzekerheid te halen. Veel mensen hebben wel een inkomen, maar geen contractuele bescherming, geen pensioen, geen ziektevoorziening, geen sterke onderhandelingspositie. Wanneer prijzen stijgen of bedrijven sluiten, hebben zij ook geen vangnet. Dat ondermijnt volgens Houngbo niet alleen de koopkracht van huishoudens, maar ook de sociale samenhang en de veerkracht van economieën.
De oorlog in het Midden Oosten vergroot die kwetsbaarheid. Dit komt doordat energieprijzen, handelsroutes en toeleveringsketens opnieuw onder druk staan. Internationale instellingen waarschuwen dat de oorlog de groei kan afremmen en de inflatie kan opstuwen. Vooral ontwikkelingslanden kunnen hierdoor worden geraakt. Zij hebben vaak minder budgettaire ruimte om gezinnen en bedrijven te beschermen. De Wereldbank verwacht dat groei in opkomende en ontwikkelende economieën in 2026 kan terugvallen naar 3,65 procent. In een slechter scenario kan dit zelfs terugvallen naar 2,6 procent wanneer het conflict aanhoudt.
Voor landen die direct door conflict worden geraakt, is de schade zichtbaar in kapotte infrastructuur, gesloten bedrijven, ontheemding en zwakkere publieke diensten. Buiten de regio verspreidt de druk zich via duurdere brandstof, hogere transportkosten, voedselonzekerheid en onzekerheid bij investeerders. Informele werkers, migranten, kleine ondernemingen en lage inkomensgroepen dragen daarbij de zwaarste last. Dit komt omdat zij vaak geen buffer hebben wanneer kosten stijgen en werk opdroogt.
Houngbo waarschuwt dat deze crisis niet boven op een gezonde wereldeconomie valt, maar bestaande scheuren vergroot. Staatschulden zijn in veel landen hoog en begrotingen zitten klem. Regeringen hebben minder ruimte om sociale bescherming uit te breiden of arbeidsmarkten actief te ondersteunen. Het IMF spreekt bij de voorjaarsvergaderingen eveneens over een wereldeconomie die in de schaduw van oorlog opereert. Hierbij zijn er tragere groei, hogere onzekerheid en grotere risico’s voor kwetsbare landen.
De arbeidsmarktcrisis is tegelijk een langetermijnvraagstuk. Dit komt doordat ontwikkelingslanden de komende tien tot vijftien jaar een enorme instroom van jonge werkzoekenden krijgen. Wereldbank president Ajay Banga waarschuwde dat ongeveer 1,2 miljard mensen de arbeidsleeftijd zullen bereiken. Naar verwachting worden slechts 400 miljoen banen gecreëerd. Dat laat een mogelijk gat van 800 miljoen banen achter. Dit kan de druk op migratie, sociale stabiliteit en politieke systemen vergroten.
De oplossing ligt volgens de ILO niet in noodmaatregelen alleen, maar in beter werk, sterkere rechten en sociale bescherming. Deze bescherming mag niet telkens worden opgeofferd wanneer begrotingen onder spanning komen. Actief arbeidsmarktbeleid, opleiding, inkomenssteun, bescherming van levensonderhoud en eerlijke arbeidsvoorwaarden moeten voorkomen dat gezinnen bij elke externe schok verder wegzakken. In conflictlanden moet wederopbouw vanaf het begin fatsoenlijk werk, arbeidsrechten en sociale bescherming meenemen. Anders wordt herstel opnieuw gebouwd op kwetsbaarheid.
Suriname moet opletten, want economische groei zonder fatsoenlijke banen kunnen uiteindelijk onvoldoende bescherming bieden tegen inflatie, externe prijsschokken en sociale onrust. Een land met veel informele arbeid, kleine ondernemers, jonge werkzoekenden en beperkte fiscale ruimte moet werkgelegenheid niet alleen meten in aantallen banen, maar ook in kwaliteit, zekerheid, productiviteit en bescherming. Suriname kan sterker worden wanneer beroepsopleiding, formele registratie, sociale zekerheid, ondernemerschap en sectorale groei in landbouw, energie, toerisme en technologie veel strakker aan elkaar worden gekoppeld.
De boodschap uit Genève en Washington is dat de arbeidsmarkt geen bijzaak is in het debat over oorlog, schuld, inflatie en groei. Een economie kan op papier blijven groeien, terwijl de werkvloer steeds onzekerder wordt. Gezinnen hebben daardoor minder weerstand tegen de volgende schok. Landen die echte veerkracht willen bouwen, moeten daarom niet alleen investeren in cijfers, begrotingen en macrobeleid. Vooral investeren in mensen die veilig, productief en waardig kunnen werken is nodig.
Volg de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com