Terwijl vijf brandweerposten in Suriname zonder blusvoertuig zitten, wil minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid ruim een half miljoen euro uitgeven aan vijf tweedehands brandweerwagens. De minister noemt de situatie schrijnend, maar zijn keuze roept fundamentele vragen op over het beleid, de besteding van belastinggeld en het vermogen van zijn ministerie om duurzame oplossingen te realiseren. De aanschaf van vijf gebruikte blusvoertuigen, die elk ruim 100.000 euro kosten, wordt gepresenteerd als een tijdelijke oplossing. Nieuwe voertuigen laten naar verwachting meer dan zeven maanden op zich wachten. Maar juist die redenering verdient kritische beschouwing. Waarom wordt opnieuw gekozen voor tweedehandsmaterieel, terwijl de beperkingen van gebruikte voertuigen binnen het veiligheidsapparaat al zichtbaar zijn geworden? Monorath heeft eerder zelf bekendgemaakt dat politiebureaus bij zijn aantreden met een ernstig tekort aan inzetbare voertuigen kampten. Volgens hem stonden politieauto’s aan de kant omdat zij defect waren en reparatie niet mogelijk was of te duur uitviel. Het ging daarbij om voertuigen die al tweede of derdehands waren aangeschaft. De politie kon daardoor niet altijd uitrukken bij meldingen. Die voorgeschiedenis maakt de huidige keuze voor tweedehandsblusvoertuigen extra problematisch.
De minister kent de gevolgen van een verouderd wagenpark en de financiële risico’s van voertuigen die niet langer betrouwbaar inzetbaar zijn. Toch wil hij opnieuw gemeenschapsgeld besteden aan gebruikt materieel, ditmaal met het argument dat de aankoop slechts tijdelijk bedoeld is. Een tijdelijke oplossing kan uitlopen op een kostbare herhaling van eerdere fouten. De aanschafprijs van ruim 100.000 euro per voertuig is immers niet het enige bedrag waarmee rekening moet worden gehouden. Ook onderhoud, reserveonderdelen, reparaties, transport en de verwachte resterende levensduur bepalen of de investering verantwoord is. Zonder openbaar inzicht in de technische staat van de voertuigen, de onderhoudskosten en de garanties blijft onduidelijk of Suriname daadwerkelijk waar voor zijn geld krijgt. Dat één leverancier ongeveer zestien jaar geleden twee tweedehandsblusvoertuigen heeft geleverd die volgens de minister nog steeds in gebruik zijn, is op zichzelf geen afdoende rechtvaardiging. Twee voertuigen vormen geen representatieve basis om de kwaliteit, betrouwbaarheid en economische levensduur van vijf andere gebruikte brandweerwagens te beoordelen. Een zorgvuldig technisch onderzoek en een transparante vergelijking met alternatieven zijn daarom noodzakelijk. Volgens Monorath was zijn ministerie al sinds oktober bereid de voertuigen aan te schaffen. Onenigheid tussen betrokken partijen en financiële procedures hebben de uitvoering echter vertraagd.
De leverancier zou akkoord zijn gegaan met een aanbetaling van twintig procent voor alle vijf voertuigen. Het voorstel ligt ter voorbereiding bij het ministerie van Financiën en Planning. De minister wijst daarbij op de Comptabiliteitswet, die regels stelt aan overheidsuitgaven en betalingen. Buitenlandse leveranciers verlangen vaak financiële zekerheid voordat zij materieel leveren, terwijl overheidsprocedures betaling na levering kunnen voorschrijven. Dat spanningsveld kan reëel zijn, maar het ontslaat de verantwoordelijke bewindspersonen niet van hun plicht om tijdig naar rechtmatige en uitvoerbare oplossingen te zoeken. Wanneer een tekort aan essentieel veiligheidsmaterieel maandenlang voortduurt, mag de samenleving meer verwachten dan verklaringen over gebrekkige afstemming en financiële obstakels. Het ministerie moet kunnen aantonen dat het tijdig heeft gepland, alternatieven heeft onderzocht en de betrokken instanties doelgericht heeft aangestuurd. De kern van het probleem is niet uitsluitend dat de brandweer voertuigen tekortkomt. Het gaat ook om de vraag of de overheid leert van eerdere tekortkomingen. Wie eerder waarschuwde voor de gevolgen van defecte tweede en derdehands politievoertuigen, moet extra zorgvuldig motiveren waarom opnieuw voor gebruikte voertuigen wordt gekozen.
Dat betekent niet automatisch dat tweedehandsmaterieel altijd onverantwoord is. Een goed onderhouden, onafhankelijk gekeurd voertuig kan onder bepaalde omstandigheden een verstandige noodoplossing zijn. Maar dan moeten de prijs, technische staat, verwachte levensduur en totale gebruikskosten aantoonbaar opwegen tegen de alternatieven. Zonder die onderbouwing dreigt de tijdelijke aankoop een dure noodgreep te worden, terwijl de structurele problemen blijven bestaan. De minister moet daarom niet alleen toezeggen dat de voertuigen binnen twee weken beschikbaar kunnen zijn. Hij moet ook duidelijk maken welke garanties Suriname krijgt, hoe lang de voertuigen naar verwachting meegaan en welke structurele maatregelen worden genomen om te voorkomen dat brandweer en politie opnieuw met onbruikbaar materieel achterblijven. Monorath roept burgers op geen grasbranden te veroorzaken vanwege de beperkte beschikbaarheid van blusvoertuigen. Die oproep is begrijpelijk, aangezien grasbranden kunnen overslaan naar woningen en gezondheidsrisico’s kunnen veroorzaken door rookontwikkeling. Toch kan de verantwoordelijkheid voor brandveiligheid niet uitsluitend bij de bevolking worden gelegd.
Burgers moeten voorzichtig omgaan met vuur, maar de overheid heeft de plicht om hulpdiensten voldoende toe te rusten om hun wettelijke taken uit te voeren. Een waarschuwing aan de samenleving is geen vervanging voor een goed functionerend brandweerapparaat. Ook de aangekondigde aanschaf van alcoholtestapparatuur, ademanalyseapparatuur en tintmeters onderstreept dat het ministerie meerdere uitvoeringsproblemen moet aanpakken. De terughoudendheid van ondernemers om op bestelbonnen van de overheid te leveren, vanwege onzekerheid over betalingen, maakt een betrouwbare financiële planning des te belangrijker. Monorath staat daarmee voor een bestuurlijke toets die verder reikt dan de aanschaf van vijf blusvoertuigen. Hij moet aantonen dat zijn ministerie in staat is publieke middelen doelmatig te besteden, veiligheidsdiensten structureel te versterken en herhaling van bekende problemen te voorkomen. Als hij daarin niet slaagt, moet hij niet alleen rekenschap afleggen over de vertragingen en gemaakte keuzes, maar ook zijn eigen functioneren ter discussie durven stellen. Een ministeriële functie brengt verantwoordelijkheid met zich mee, wanneer een bewindspersoon die verantwoordelijkheid niet naar behoren kan waarmaken, hoort ook het beschikbaar stellen van het ambt tot de mogelijkheden. De Surinaamse samenleving heeft geen behoefte aan een eindeloze cyclus van noodoplossingen, defect materieel en nieuwe uitgaven. Zij heeft behoefte aan betrouwbaar veiligheidsmaterieel, transparant beleid en bestuurders die niet alleen de ernst van problemen erkennen, maar die ook aantoonbaar in staat zijn ze duurzaam op te lossen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com