De Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) verkeert in een situatie die steeds moeilijker te verbloemen valt. Een universiteit die geacht wordt het intellectuele hart van het land te zijn, blijkt zelf nauwelijks in staat voldoende academisch personeel vast te houden. Met slechts 57 voltijdse docenten tegenover 66 deeltijdse krachten is de verhouding duidelijk, de instelling die Suriname moet voorzien van kennis, onderzoek en hoogopgeleide professionals, steunt in belangrijke mate op mensen die er niet eens voltijds werkzaam zijn. Volgens Reita Joemratie, decaan van de Faculteit der Maatschappijwetenschappen, speelt vooral de beloning een belangrijke rol. Het salaris aan de universiteit is simpelweg niet aantrekkelijk genoeg. Dat is geen detail en ook geen tijdelijk ongemak. Het is een structureel probleem dat rechtstreeks raakt aan de kwaliteit, continuïteit en toekomst van het universitair onderwijs. De cijfers spreken boekdelen. Een instelling met 57 voltijdse docenten voor de gehele universiteit kan moeilijk worden afgeschilderd als een universiteit met voldoende academische slagkracht. Dat er 66 deeltijdse docenten nodig zijn om het onderwijs draaiende te houden, maakt de situatie nog schrijnender. Het systeem lijkt daarmee eerder op overleven dan op academisch beleid. Joemratie erkent zelf dat de situatie niet goed is.
Volgens haar zou het in principe andersom moeten zijn, de universiteit zou vooral voltijdse docenten moeten hebben en slechts aanvullend gebruikmaken van deeltijdse krachten. De werkelijkheid is precies tegenovergesteld. De mensen die de universiteit nodig heeft, willen er niet komen werken. Daarmee wordt een veel groter probleem zichtbaar dan alleen een tekort aan personeel. AdeKUS heeft moeite om aantrekkelijk te zijn voor gekwalificeerde professionals. In een arbeidsmarkt waarin deskundigheid schaars is en mensen keuzes maken op basis van inkomen, arbeidsvoorwaarden, professionele ontwikkeling en zekerheid, kan een universiteit niet verwachten dat idealisme alleen voldoende is om talent vast te houden. Toch lijkt juist dat idealisme steeds meer als reddingsboei te worden gebruikt. Je moet van de organisatie houden, stelt Joemratie. Dat medewerkers ondanks alles blijven en het beste ervan maken, verdient respect. Maar liefde voor een organisatie kan nooit een structureel personeels- en beloningsbeleid vervangen. Een universiteit kan niet bouwen op loyaliteit alleen. Onderwijs is geen liefdadigheidswerk.
Onderzoekers en docenten hebben niet alleen passie nodig, maar ook een inkomen waarmee zij hun leven kunnen onderhouden, zekerheid en perspectief. Wie gekwalificeerde mensen onvoldoende betaalt, moet er rekening mee houden dat zij elders hun kennis en ervaring gaan inzetten. De gevolgen van deze braindrain reiken bovendien verder dan de universiteitscampus. Wanneer ervaren docenten vertrekken en nieuwe academici niet bereid zijn in te stromen, verliest Suriname kennis die jarenlang is opgebouwd. Studenten krijgen te maken met een onderwijsorganisatie die voortdurend moet improviseren. De werkdruk op de overgebleven voltijdse docenten neemt toe, terwijl de afhankelijkheid van deeltijdse krachten groter wordt. Dat is geen duurzame strategie voor een land dat beweert te willen investeren in kennis en ontwikkeling. Ook de kwestie van uitblijvende toelagen legt een schrijnend werkelijkheid bloot. Medewerkers hebben gewacht op betalingen en hebben opnieuw actie moeten voeren om aandacht te krijgen voor hun situatie. Dat werknemers eerst in actie moeten komen voordat financiële verplichtingen serieus worden opgepakt, tast het vertrouwen in de organisatie verder aan. Joemratie spreekt hoop uit dat hierin verandering komt, mede vanwege recente uitspraken van president Jennifer Simons. Die hoop is begrijpelijk, maar hoop is geen beleid. Een universiteit kan niet functioneren op basis van verwachtingen en politieke beloften.
Er zijn concrete maatregelen nodig die ervoor zorgen dat academisch personeel daadwerkelijk wordt betaald en dat werken aan AdeKUS weer financieel en professioneel aantrekkelijk wordt. De huidige situatie moet daarom niet worden verpakt als een kwestie van stappen vooruit. Het is prima om verbeteringen te erkennen, maar dat mag geen excuus worden om de ernst van de problemen te relativeren. Een universiteit met meer deeltijdse dan voltijdse docenten heeft geen reden om tevreden achterover te leunen. De vraag is niet of de medewerkers die er nog zijn zich voldoende inzetten. Dat doen zij kennelijk. Het echte probleem is waarom een land zijn universiteit zover heeft laten afglijden dat medewerkers vooral op loyaliteit moeten blijven vertrouwen. AdeKUS heeft geen gebrek aan mensen die van de universiteit houden. AdeKUS heeft behoefte aan een beleid dat die mensen daadwerkelijk in staat stelt er professioneel en financieel verantwoord te werken. Zolang gekwalificeerde docenten vertrekken, nieuwe krachten wegblijven en financiële afspraken blijven aanslepen, blijft de braindrain niet slechts een probleem van de universiteit. Het is een nationale waarschuwing. Een land dat zijn universiteit niet kan betalen, loopt uiteindelijk het risico zijn eigen toekomst niet meer te kunnen betalen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com