Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV)) heeft opnieuw de samenwerking met China geïntensiveerd via de start van fase 2 van het Agricultural Technical Cooperation-project (ChinaAid Agricultural Technical Cooperation Project), uitgevoerd in samenwerking met het Chinese bedrijf Jiangxi Green Recycling Co., Ltd.. Hoewel het project door de overheid wordt gepresenteerd als een mijlpaal richting modernisering van de landbouw, roept de omvang en structuur van de samenwerking ook kritische vragen op over afhankelijkheid, uitvoerbaarheid en lokale verankering. De tweede fase van het project belooft een ambitieuze agenda, technologische ondersteuning, grootschalige trainingen, introductie van nieuwe gewassen en uitbreiding van strategische teelten zoals maïs en soja. Daarnaast wordt geëxperimenteerd met nieuwe fruitsoorten zoals jackfruit, abrikozen en watermeloen. Op papier lijkt dit een breed moderniseringspakket, maar de vraag is of Suriname daadwerkelijk de institutionele en technische capaciteit heeft om deze snelle opschaling zelfstandig te dragen zodra de buitenlandse expertise afneemt.
Opvallend is dat er in de komende drie jaar zeven Chinese experts langdurig in Suriname zullen opereren, aangevuld met twee kortetermijnspecialisten. Deze permanente technische aanwezigheid kan bijdragen aan kennisoverdracht, maar vergroot tegelijk de afhankelijkheid van externe expertise in een sector die juist zelfstandiger zou moeten functioneren. De ervaring uit vergelijkbare internationale landbouwprojecten leert dat kennisoverdracht vaak achterblijft zodra de buitenlandse teams vertrekken. Een ander punt van aandacht is de nadruk op infrastructurele randvoorwaarden, zoals de geplande installatie van een 500 kV-transformator. Hoewel energievoorziening cruciaal is voor moderne agrarische productie, is het opmerkelijk dat een landbouwproject direct wordt gekoppeld aan grootschalige energie-infrastructuur. Dit suggereert dat de projectlogica verder reikt dan landbouw alleen en mogelijk ook economische en strategische belangen van externe partners dient. De eerste fase van het Suriname-China Agricultural Technical Cooperation Center (Suriname-China Agricultural Technical Cooperation Center (SATCC)), gestart in 2022, wordt door het ministerie als succesverhaal gepresenteerd, 450 getrainde cursisten, 25 geteste groentevarianten en 17 onderzoeksrapporten.
Toch blijft onduidelijk in hoeverre deze resultaten daadwerkelijk hebben geleid tot structurele productieverhoging of duurzame bedrijfsmodellen voor lokale boeren. Het risico bestaat dat het vooral projectmatige output betreft, zonder blijvende economische doorwerking. Wat eveneens onderbelicht blijft, is de positie van Surinaamse boeren en agro-ondernemers zelf. Hoewel het project inzet op trainingen en lokale personeelsinzet, ligt de inhoudelijke regie grotendeels bij buitenlandse technische partners. Dit roept de vraag op of het beleid voldoende gericht is op het versterken van lokale innovatiekracht of dat Suriname zich steeds meer positioneert als ontvanger van extern ontworpen landbouwmodellen. Ministeriële leiding benadrukt dat het project niet alleen de voedselzekerheid moet versterken, maar ook de bilaterale relatie tussen Suriname en China moet verdiepen. Die dubbele doelstelling, economisch en diplomatiek, maakt het project politiek strategisch, maar ook gevoeliger voor kritiek over balans en wederkerigheid. De komende maanden zullen uitwijzen of deze samenwerking daadwerkelijk leidt tot structurele landbouwtransformatie of dat Suriname vooral afhankelijk blijft van buitenlandse expertise en projectmatige impulsen zonder duurzame verankering in de eigen agrarische sector.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com