De oproep van minister André Misiekaba aan burgers om hun omgeving schoon te houden in de strijd tegen dengue klinkt op het eerste gezicht logisch. Niemand zal ontkennen dat vervuilde buurten, stilstaand water en verstopte riolen ideale broedplaatsen zijn voor muskieten. Maar de vraag is, waarom wordt de verantwoordelijkheid opnieuw bijna volledig bij de burger gelegd, terwijl structureel falend overheidsbeleid al jaren zichtbaar is? De minister stelt dat het ministerie muskieten kan bestrijden, maar dat deze snel terugkeren wanneer buurten vuil blijven. Daarmee schuift hij een deel van de verantwoordelijkheid terecht naar de samenleving, maar hij vermijdt tegelijk de kern van het probleem, een gebrekkig afvalbeleid, slecht onderhouden infrastructuur en een chronisch tekort aan effectieve controle vanuit de overheid zelf. In veel wijken in Suriname zijn verstopte riolen geen gevolg van één achteloze burger, maar van jarenlang achterstallig onderhoud. Afval wordt soms wekenlang niet opgehaald. Open goten blijven dichtgeslibd.
Tijdens regenval veranderen straten in stilstaande waterpoelen. Onder zulke omstandigheden is het gemakkelijk om burgers te wijzen op hun verantwoordelijkheid, maar moeilijker om toe te geven dat de staat haar basisdiensten onvoldoende uitvoert. De aangekondigde strengere handhaving en mogelijke boetes roepen daarom ook kritische vragen op. Gaat de overheid eerst zorgen voor betrouwbare vuilophaal, goed functionerende drainage en structurele schoonmaakcampagnes? Of worden burgers straks beboet in buurten waar de overheid zelf nauwelijks zichtbaar is? Handhaving zonder degelijk beleid dreigt vooral een symptoombestrijding te worden. De verwijzing naar andere landen die positieve resultaten hebben geboekt met streng optreden klinkt bovendien oppervlakkig zolang niet wordt uitgelegd welke systemen daarachter zaten. In landen waar vervuiling succesvol werd aangepakt, ging strengere controle meestal samen met investeringen in infrastructuur, publieke educatie en efficiënte dienstverlening. Boetes alleen lossen geen volksgezondheidscrisis op.
Ook de situatie in Zuid-Suriname toont de kwetsbaarheid van het huidige systeem. Overstromingen zorgen niet alleen voor materiële schade, maar verhogen ook het risico op infectieziekten, vervuild drinkwater en humanitaire problemen. Het feit dat het NCCR en de Medische Zending noodhulp bieden is noodzakelijk, maar noodhulp mag geen permanente bestuursstijl worden. Elk regenseizoen opnieuw lijken dezelfde problemen terug te keren, terwijl duurzame oplossingen uitblijven. Dat de minister zegt middelen beschikbaar te hebben om snel in te grijpen bij noodsituaties is positief, maar preventie blijft goedkoper en effectiever dan crisisbeheer. De bevolking heeft niet alleen behoefte aan waarschuwingen en dreiging met boetes, maar vooral aan zichtbaar beleid, consistente uitvoering en een overheid die zelf het voorbeeld geeft. Zolang structurele problemen zoals slechte drainage, inefficiënte vuilverwerking en gebrekkige stadsplanning niet serieus worden aangepakt, blijft de strijd tegen dengue vooral een terugkerende politieke slogan. En dan verandert er weinig, behalve misschien het aantal boetes.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com