De druk binnen de Surinaamse rijstsector neemt zichtbaar toe. Achter gesloten deuren wordt onderhandeld, op het veld groeit de frustratie en ondertussen probeert de regering een broze balans te bewaren tussen ingrijpen en loslaten. Volgens minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) ligt de sleutel tot de oplossing niet volledig in handen van de overheid. Integendeel, de sector is geliberaliseerd en dat maakt directe overheidssturing op prijzen vrijwel onmogelijk. Het is een open markt. De prijs wordt bepaald door vraag en aanbod, niet door het ministerie. Maar precies daar wringt het. Boeren en opkopers lijken steeds verder uit elkaar te groeien. Waar producenten aangeven dat ze nauwelijks rondkomen, wijzen opkopers op hun eigen beperkingen. Tijdens intensieve gesprekken kwamen bedragen van SRD 350 tot SRD 400 naar voren vanuit boerenzijde, terwijl opkopers spraken over SRD 450 tot zelfs SRD 550, afhankelijk van de kwaliteit.
Toch blijkt in de praktijk dat deze prijzen niet consequent worden gehanteerd, wat de spanningen verder aanwakkert. De regering heeft zich inmiddels in de rol van bemiddelaar gemanoeuvreerd, maar benadrukt dat zij slechts de randvoorwaarden kan creëren. Het zijn twee actoren die aan tafel moeten gaan. Eerdere pogingen om alle schakels in de keten samen te brengen, hebben nog niet geleid tot de gewenste doorbraak. Opvallend is dat recente protestgeluiden niet afkomstig zijn van de officiële vertegenwoordiging waarmee het ministerie onderhandelt. Dat maakt de situatie complexer en minder voorspelbaar. Om de sector ademruimte te geven, heeft de overheid concrete steunmaatregelen ingezet. Zo werd 3,5 ton zaaizaad beschikbaar gesteld via ADRON en kregen boeren een zak ureum per hectare. Toch blijkt dat niet alle boeren gebruik hebben gemaakt van deze faciliteiten, een ontwikkeling die vragen oproept over vertrouwen en communicatie binnen de sector.
Vooruitkijkend wordt zelfs gedacht aan extra ondersteuning, zoals een tweede zak ureum bij grote prijsverschillen. Alles is erop gericht om de productie op peil te houden en een verdere crisis te voorkomen. Ondanks de spanningen erkent de minister dat er binnen de sector een groeiend besef is van wederzijdse afhankelijkheid. Als padieboeren omvallen, hebben opkopers en exporteurs ook een probleem. Toch blijft deze bewustwording vooralsnog hangen in woorden, zonder tastbare resultaten op het veld. De regering zet intussen in op een bredere, interdepartementale aanpak. Infrastructuur, irrigatie, drainage en cruciale installaties zoals het Wakai-pompgemaal staan hoog op de agenda. Tegelijk wordt gewerkt aan versterking van onderzoek en innovatie, met investeringen in ADRON en ondersteuning van onder andere de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank voor herstel van waterschappen. Maar terwijl plannen worden gesmeed en middelen worden vrijgemaakt, tikt de klok door. Op het veld wachten boeren op duidelijkheid en elke dag zonder oplossing vergroot de onzekerheid. De grote vraag blijft, wie zet de eerste stap naar echte samenwerking voordat de spanningen omslaan in een crisis die niemand meer kan beheersen?
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com