De kwestie van Surinaamse verpleegkundigen die naar Nederland vertrekken, is geen nieuw probleem. Het is het zoveelste pijnlijke bewijs dat Suriname er onvoldoende in slaagt zijn eigen professionals perspectief te bieden. Minister André Misiekaba heeft tijdens zijn bezoek aan Nederland gesproken met ongeveer twaalf tot dertien Surinaamse verpleegkundigen die daar werkzaam zijn. Zijn conclusie dat vertrek naar Nederland niet automatisch leidt tot een beter bestaan, is op zichzelf relevant. Maar het mag vooral niet worden gebruikt als excuus om de kern van het probleem te ontwijken. Want dat sommige verpleegkundigen in Nederland tegen problemen aanlopen met salaris, huisvesting of intermediaire organisaties, verandert niets aan de fundamentele realiteit, mensen vertrekken omdat zij in Suriname onvoldoende zekerheid, waardering en toekomstperspectief ervaren. Dat enkele verpleegkundigen inmiddels terug willen keren, zou voor de regering juist een belangrijk signaal moeten zijn. Het laat zien dat de keuze om te emigreren niet altijd definitief is. Maar het is veelzeggend dat verpleegkundigen die willen terugkeren vervolgens vragen om hulp bij een vliegticket en huisvesting. De minister zegt terecht dat de overheid niet alle kosten van terugkeer kan betalen.
Tegelijkertijd rijst de vraag waarom het blijkbaar zo moeilijk is om omstandigheden te creëren waarin terugkeer daadwerkelijk aantrekkelijk en haalbaar wordt. De regering kan niet volstaan met de boodschap dat verpleegkundigen vrij zijn om te vertrekken. Natuurlijk zijn zij vrij om hun kansen elders te zoeken. Maar vrijheid om te vertrekken is iets anders dan beleid om mensen te behouden. Een regering die telkens professionals ziet vertrekken en vervolgens zegt dat mensen nu eenmaal vrij zijn om te gaan, accepteert feitelijk de leegloop als een gegeven. Verpleegkundigen zijn geen overtollige arbeidskrachten die zonder gevolgen kunnen worden vervangen. Zij vormen een cruciale pijler van het zorgsysteem. Wanneer ervaren en gespecialiseerde verpleegkundigen vertrekken, verdwijnt niet alleen een arbeidskracht, maar ook kennis, ervaring en opleidingscapaciteit. De rekening wordt uiteindelijk betaald door patiënten, zorginstellingen en de verpleegkundigen die achterblijven en steeds meer werk moeten opvangen. De minister noemt betere lonen, arbeidsomstandigheden, carrière en opleidingsmogelijkheden, baanzekerheid en huisvesting als belangrijke factoren om verpleegkundigen te behouden. Dat klinkt logisch, maar het zijn tegelijkertijd precies de punten waar al jaren over wordt gesproken. Het probleem is niet dat de regering niet weet wat nodig is. Het probleem is dat er te weinig zichtbaar en structureel wordt geleverd.
De nieuwe loonreeks is daarvan een treffend voorbeeld. De overbruggingstoelage voor verpleegkundigen is tot eind juni 2026 betaald, terwijl de nieuwe loonreeks nog steeds niet is ingevoerd. De sector bevindt zich daardoor opnieuw in een overgangsfase. Het ministerie wil vanaf eind augustus stapsgewijs overgaan naar de nieuwe loonreeks en hierover met de bonden praten. Maar verpleegkundigen kunnen hun toekomst niet betalen met overgangsfasen, overlegmomenten en goede bedoelingen. Voor werknemers in een sector die onder grote druk staat, telt wat daadwerkelijk op de loonstrook staat en welke zekerheid zij voor de komende jaren hebben. Wie voortdurend moet wachten op een nieuwe loonstructuur, betere arbeidsvoorwaarden of duidelijkheid over zijn loopbaan, gaat uiteindelijk kijken naar landen waar die zekerheid wel wordt geboden. Nederland hoeft daarvoor niet eens actief te rekruteren. Suriname levert de professionals zelf af. Daar komt nog een ander probleem bij, de informatievoorziening aan verpleegkundigen die naar Nederland vertrekken. Volgens Misiekaba worden Surinaamse bevoegdheden daar niet automatisch overgenomen en moeten vooral gespecialiseerde verpleegkundigen opnieuw een traject doorlopen. Goede voorlichting kan teleurstellingen voorkomen. Dat is absoluut noodzakelijk. Maar ook hier ligt een verantwoordelijkheid voor de overheid.
Wie jarenlang opleidingskosten maakt en vervolgens professionals ziet vertrekken, moet op zijn minst zorgen dat zij goed geïnformeerd zijn over de consequenties van emigratie. Tegelijkertijd moet voorkomen worden dat het debat uitsluitend draait om de vraag of verpleegkundigen wel of niet naar Nederland mogen gaan. Dat is een verkeerde discussie. De echte kwestie is waarom een verpleegkundige, die jarenlang heeft geïnvesteerd in opleiding en vakkennis, zijn of haar toekomst buiten Suriname aantrekkelijker vindt. Als de regering verpleegkundigen werkelijk wil behouden, moet zij stoppen met symptoombestrijding. Een eenmalige toelage is geen structureel arbeidsmarktbeleid. Een nieuwe loonreeks is noodzakelijk, maar evenmin voldoende. Er moet een compleet pakket komen waarin salaris, werkdruk, huisvesting, opleidingen, doorgroeimogelijkheden en baanzekerheid samenkomen. Suriname kan zich geen gezondheidszorg veroorloven waarin de beste mensen vertrekken en de achterblijvers de gaten moeten dichten. De boodschap van de minister dat verpleegkundigen vrij zijn om te vertrekken, mag daarom niet het eindpunt van het beleid zijn. Het moet juist het startpunt worden van een veel hardere realiteit, als mensen vrij zijn om te vertrekken, moet de regering ervoor zorgen dat zij ook een overtuigende reden hebben om te blijven. Anders blijft Suriname investeren in opleidingen, terwijl andere landen profiteren van het eindproduct. Dat is geen personeelsprobleem, dat is beleidsfalen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com