Met de afronding van de 29ste COFCOR-bijeenkomst en de 57ste Community Council Meeting in Suriname heeft de CARICOM opnieuw een reeks ambitieuze thema’s besproken, regionale integratie, transportverbindingen, voedselzekerheid, energie, klimaatverandering, gezondheidszorg en zelfs Artificial Intelligence. Op papier klinkt het indrukwekkend. In de praktijk rijst echter steeds nadrukkelijker de vraag, hoeveel van deze vergaderingen leveren de Caribische burger daadwerkelijk iets tastbaars op? Minister Melvin Bouva benadrukte tijdens de bijeenkomst het belang van samenwerking binnen de Caribische Gemeenschap. Volgens hem draait de Community Council om planning, budgetten en gezamenlijke uitdagingen. Maar precies daar wringt het al jaren, CARICOM blinkt uit in plannen, intenties en verklaringen, maar veel minder in uitvoering. Neem bijvoorbeeld de al jaren besproken regionale connectiviteit. Opnieuw wordt gesproken over betere zee- en luchtverbindingen tussen lidstaten. Ditmaal ligt er een initiatief op tafel voor een verbinding tussen Suriname, Guyana, Jamaica en Barbados.
Het idee klinkt aantrekkelijk, maar de bevolking van de regio heeft inmiddels geleerd voorzichtig te zijn met grootse aankondigingen. CARICOM spreekt al decennialang over regionale mobiliteit, terwijl reizen tussen Caribische landen vaak duurder, ingewikkelder en tijdrovender is dan vliegen naar Europa of Noord-Amerika. De realiteit is dat de Caribische integratie structureel wordt afgeremd door bureaucratie, politieke verdeeldheid en gebrek aan daadkracht. Iedere top produceert nieuwe prioriteiten, maar concrete deadlines, financieringsmodellen en meetbare resultaten blijven vaak uit. De vraag is dus gerechtvaardigd, waarom zou deze verbinding wel werkelijkheid worden waar eerdere integratieprojecten strandden? Ook op het gebied van voedsel- en energiezekerheid klinken de uitspraken van minister Bouva bekend. De regio heeft volgens hem veel te veel potentie voor energiezekerheid en moet strategischer omgaan met landbouw en voedselvoorziening. Maar juist daarom is het opvallend dat CARICOM-landen nog steeds extreem afhankelijk zijn van import, stijgende voedselprijzen en externe energiebronnen. Terwijl andere regio’s investeren in grootschalige productie en regionale handel, blijft de Caribische gemeenschap vaak steken in overlegstructuren en beleidsdocumenten.
Daar komt bij dat de regio nu ook inzet op Artificial Intelligence en technologische ontwikkeling. Minister Bouva stelde dat geen enkel land nog onderwijsbeleid kan maken zonder rekening te houden met AI. Dat is een terechte observatie. Maar het contrast met de werkelijkheid is groot. Veel scholen in de regio kampen nog steeds met gebrekkige internetverbindingen, beperkte digitale infrastructuur en tekorten aan basisvoorzieningen. Het risico bestaat dat AI opnieuw een modieuze beleidskreet wordt, terwijl fundamentele problemen in onderwijs en bestuur onopgelost blijven. Intussen worden ook klimaatverandering, veiligheid en gezondheidszorg opnieuw als gezamenlijke prioriteiten benoemd. De Caribische regio behoort zonder twijfel tot de meest kwetsbare gebieden ter wereld op het gebied van klimaatimpact. Toch blijft de vraag hoe lang CARICOM-landen afhankelijk willen blijven van internationale klimaatfinanciering zonder een gezamenlijke, krachtige economische strategie te ontwikkelen die de regio minder kwetsbaar maakt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com