Op 16 januari was het precies zes maanden geleden dat de regering-Simons/Rusland aantrad. Zes maanden waarin Suriname zich moest positioneren in een steeds grilliger internationale arena. Eén beleidsdomein stond daarbij centraal, het buitenlands beleid. Onder leiding van president Simons en met minister Melvin Bouva aan het roer van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS), werd koers gezet in wat de bewindsman zelf omschrijft als een dynamische, maar uiterst uitdagende periode. Bouva steekt niet onder stoelen of banken hoe complex zijn portefeuille is. Buitenlands beleid draait nooit om één belang. Je balanceert continu tussen het nationaal belang, regionale verplichtingen en internationale en geopolitieke ontwikkelingen. Die balans begon intern al wankel. Een snelle doorlichting van het ministerie bracht pijnlijke realiteiten aan het licht, lege bureaus, onderbezette afdelingen en zelfs cruciale diensten zonder personeel. Ik heb lege afdelingen aangetroffen waar het werk simpelweg moest doorgaan.
De aanpak volgde snel. Vacatures werden ingevuld via overplaatsingen vanuit andere ministeries, externe sollicitanten en personeel dat terugkeerde van buitenlandse posten. Tegelijkertijd werd gewerkt aan iets fundamenteels, maar lang verwaarloosd, fatsoenlijke werkomstandigheden. Medewerkers bleken soms zonder basisvoorzieningen te moeten functioneren. Met gerichte ingrepen, van bureaustoelen tot tafels, werd de werkomgeving stap voor stap verbeterd. Misschien wel het meest zorgwekkend waren de bevindingen bij enkele buitenlandse posten. Bouva spreekt van situaties waarin maandenlang en in één geval zelfs jarenlang, geen financiële rapportage werd aangeleverd. Terwijl er duizenden dollars aan vreemde valuta omgaan. De reactie liet niet op zich wachten. De inspectie buitendienst werd versterkt en een verplichte maandelijkse financiële rapportage werd ingevoerd voor alle posten. Daar blijft het niet bij, ook inhoudelijke rapportages over behaalde resultaten worden voortaan geëist.
Tegenover de uitdagingen staan tastbare resultaten. Volgens Bouva wist Suriname in zes maanden tijd ruim 55 miljoen Amerikaanse dollar aan middelen binnen te halen. Dat gebeurde via actieve diplomatie, intensief lobbywerk en het afronden van dossiers die soms jarenlang stof hadden verzameld. Ook op het vlak van human capital werden stappen gezet. Er zijn studiebeurzen verkregen, niet alleen voor personeel van BIS, maar ook voor ambtenaren van andere ministeries en voor burgers. Bouva richt zich rechtstreeks tot de samenleving. Zes maanden is kort, maar de verwachtingen zijn begrijpelijk hoog. Niet alle resultaten zijn al zichtbaar, wat kan leiden tot ongeduld of ontevredenheid. Maar benadrukt wordt dat verandering tijd kost en dat vooruitgang een gezamenlijke inspanning vergt. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. De basis is gelegd. We werken aan verbetering, aan structuur en aan een toekomst voor Suriname.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor inspiratie.