Korpschef Melvin Pinas wil de komende periode een duidelijk signaal afgeven, het Korps Politie Suriname (KPS) moet dichter bij de samenleving komen te staan. Tegelijkertijd roept zijn aanpak ook vragen op over de effectiviteit van bestaande structuren, de rol van buurtmanagement en de balans tussen technologische surveillance en menselijk politiewerk. Volgens Pinas is het vertrouwen tussen burger en politie niet vanzelfsprekend en zelfs onderwerp van zorg. De korpschef geeft aan dat er ruis is rond het functioneren van het buurtmanagement en dat niet alle signalen uit de samenleving positief zijn. Die erkenning is opvallend, omdat ze indirect bevestigt dat het project Buurtmanagement bedoeld als brug tussen wijk en politie niet overal het gewenste resultaat oplevert. Zijn keuze om persoonlijk de dialoog met burgers aan te gaan, kan worden gezien als een poging om afstand tussen leiding en leefwereld te verkleinen.
Tegelijk roept dit de vraag op waarom zulke directe interventie nodig is in een systeem dat juist via ressortcommandanten en buurtmanagers structureel contact met de gemeenschap zou moeten garanderen. Als de korpschef zelf moet gaan luisteren, suggereert dat mogelijk een tekortschietende feedbackcultuur binnen de organisatie. Dat maakt het moeilijk om structurele problemen te onderscheiden van individuele ontevredenheid of incidenten. Voor een organisatie als het Korps Politie Suriname is dat een spanningsveld tussen transparantie en professionele interne beoordeling. Een ander speerpunt van Pinas is het toenemende gebruik van technologie in politiewerk. CCTV-camera’s spelen hierin een centrale rol, vooral in drukke en strategische gebieden zoals de Waterkant, Wakapasi en de omgeving van Torarica, die inmiddels als veiligheidszone zijn aangeduid. De korpschef beschrijft de camera’s als een politieman met drie of vier ogen, wat de efficiëntie van toezicht moet benadrukken. Vanuit het Command Center worden de beelden 24 uur per dag gemonitord.
Dit versterkt de operationele slagkracht van de politie, zeker in gebieden waar fysieke aanwezigheid beperkt is. Cameratoezicht kan preventief werken en opsporing ondersteunen, maar het vervangt geen zichtbare wijkpolitie. Burgers die meer agenten op straat willen zien, ervaren technologie vaak niet als directe aanwezigheid of sociale controle. Het risico bestaat dat de politie steeds meer reageert vanuit een controlecentrum, terwijl de fysieke band met buurten verder verzwakt. Daarnaast blijft onduidelijk hoe privacy, datagebruik en toezicht op deze camerainfrastructuur worden geregeld. Zonder transparant beleid hierover kan technologische uitbreiding leiden tot maatschappelijke discussie over proportionaliteit en toezicht. Opvallend in de visie van Pinas is dat hij het welzijn en de gezondheid van politiepersoneel als zijn nummer één prioriteit benoemt. Dit is een belangrijk signaal, gezien de hoge werkdruk, stress en operationele uitdagingen binnen het korps. Een sterke interne organisatie is inderdaad noodzakelijk om effectief politiewerk te leveren. Toch ontbreekt in de toelichting concrete informatie over hoe dit welzijnsbeleid wordt ingevuld. Gaat het om mentale ondersteuning, betere arbeidsomstandigheden of structurele hervormingen binnen de werkcultuur? Zonder uitwerking blijft het een beleidsintentie die nog bewezen moet worden in de praktijk.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com