De regering heeft eindelijk ruimte gevonden om met de vakbonden te praten over verbetering van de koopkracht van ambtenaren. President Jennifer Simons heeft vakorganisaties laten weten dat de financiële situatie van de overheid inmiddels voldoende is verbeterd om loononderhandelingen te beginnen. Minister Marinus Bee noemt het een teken dat de situatie dusdanig verbeterd is dat over lonen kan worden gesproken. Dat klinkt hoopgevend. Maar achter deze optimistische boodschap schuilt een werkelijkheid die aanzienlijk minder rooskleurig is. Want voor werknemers betekent ruimte nog geen daadwerkelijke koopkrachtverbetering. Het betekent vooral dat de regering bereid is opnieuw te onderhandelen over een probleem dat al jarenlang als een tikkende tijdbom onder de overheidsfinanciën ligt. De vakbonden hebben terecht gewezen op de noodzaak om niet alleen naar ambtenaren te kijken, maar naar de totale werkende klasse. C-47-voorzitter Robby Berenstein heeft daarbij ook belastingverlichting voor werknemers in de particuliere sector op tafel gelegd.
Dat is logisch. Het heeft weinig zin om de ene groep werknemers een loonverbetering te geven terwijl een andere groep via belastingen een aanzienlijk deel van het inkomen weer ziet verdwijnen. De regering spreekt over geleidelijke verbetering van de koopkracht, terwijl werknemers al geruime tijd worden geconfronteerd met hoge kosten van levensonderhoud, stijgende prijzen en onzekerheid over hun financiële toekomst. Een loonaanpassing die pas na langdurige onderhandelingen tot stand komt en vervolgens door inflatie en prijsstijgingen wordt ingehaald, is nauwelijks een structurele oplossing. Het is dan vooral symptoombestrijding. Daar komt de brandstofprijs bij. President Simons heeft volgens de vakbonden aangegeven dat de price cap niet eeuwig zal blijven bestaan, maar dat nog niet duidelijk is wanneer deze wordt opgeheven. Daarmee blijft een belangrijke onzekerheid boven de economie hangen.
De regering kan de brandstofprijs kunstmatig beheersen om de bevolking tijdelijk te beschermen, maar daarvoor bestaat een prijs. Eerder is al duidelijk geworden dat het handhaven van een price cap de staatskas zwaar belast. Wanneer de overheid enerzijds geld uitgeeft om brandstofprijzen te drukken en anderzijds moet zoeken naar financiële ruimte voor hogere lonen, ontstaat een spanningsveld dat niet met politieke verklaringen kan worden opgelost. Het gevaar is dat de regering koopkrachtbeleid presenteert alsof het uitsluitend een kwestie van onderhandelen is. Dat is het niet. Het is in de eerste plaats een kwestie van structureel financieel beleid. Opvallend is bovendien dat de vakbonden niet alleen loonverbeteringen hebben aangekaart. Er zijn ook achterstanden in gratificaties en benoemingen binnen ministeries. Zaken waarvoor volgens Ravaksur niet altijd extra financiële middelen nodig zijn, zouden op korte termijn moeten worden opgelost. Dat zegt veel over de bestuurlijke werkelijkheid. Wanneer werknemers jarenlang moeten wachten op zaken die administratief of organisatorisch geregeld kunnen worden, is het probleem niet uitsluitend een gebrek aan geld. Dan speelt ook bestuurlijke traagheid een rol. De aangekondigde onderhandelingen zullen daarom een belangrijke test worden voor deze regering. Niet alleen voor haar financiële slagkracht, maar vooral voor haar geloofwaardigheid. Werknemers hebben weinig aan mooie woorden over ruimte als uiteindelijk blijkt dat er nauwelijks concrete verbetering komt. Tegelijkertijd moeten de vakbonden zelf oppassen dat zij geen genoegen nemen met symbolische toezeggingen.
Het is begrijpelijk dat zij rekening willen houden met de financiële mogelijkheden van de overheid, maar begrip mag niet betekenen dat werknemers opnieuw eindeloos moeten wachten. Onderhandelen betekent geven en nemen, maar het betekent ook dat er duidelijke uitgangspunten en meetbare resultaten moeten zijn. De regering heeft aangekondigd dat de financiële mogelijkheden periodiek zullen worden geëvalueerd. Dat kan verstandig zijn, maar het mag geen excuus worden om noodzakelijke beslissingen voortdurend vooruit te schuiven. Werknemers kunnen hun boodschappen, huur, transport en andere dagelijkse kosten immers ook niet periodiek evalueren en vervolgens maanden wachten met betalen. De aangekondigde loononderhandelingen zijn daarom meer dan een overleg tussen regering en vakbonden. Ze vormen een lakmoesproef voor het economische beleid van de regering Simons. De samenleving heeft uiteindelijk geen behoefte aan nieuwe beloften, maar aan resultaten. De regering zegt dat er ruimte is ontstaan. Nu moet blijken hoeveel ruimte dat werkelijk is. Want voor werknemers telt niet de ruimte aan de onderhandelingstafel, maar wat er uiteindelijk overblijft in hun portemonnee.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com