Het Caribisch gebied probeert zijn gedeelde kwetsbaarheid steeds nadrukkelijker om te zetten in gezamenlijke slagkracht, nu de Inter Amerikaanse Ontwikkelingsbank tijdens de ONE Caribbean Ministerial Dialogue in Port of Spain drie nieuwe regionale initiatieven heeft gelanceerd op het vlak van cyberveiligheid, kapitaalmarktintegratie en begrotingsonderzoek. De bijeenkomst markeerde het tweejarig bestaan van het ONE Caribbean programma en liet zien dat de regio niet langer alleen spreekt over samenwerking, maar ook begint te bouwen aan instrumenten die over grenzen heen moeten werken voor burgers, bedrijven en overheden. Volgens de IDB is het programma in twee jaar tijd gegroeid van concept naar een strategisch kader dat meer dan 1 miljard dollar aan operaties in de regio helpt uitlijnen en dat met 20 miljoen dollar aan niet terugbetaalbare middelen nog eens 13 miljoen dollar aan donorgelden wist los te trekken.
De eerste nieuwe pijler draait om cybersecurity preparedness and rapid response, ontwikkeld samen met CARICOM IMPACS, de regionale veiligheidsuitvoeringsinstantie. Daarmee wil de IDB landen ondersteunen bij het opstellen van nationale cyberactieplannen en tegelijk een aparte faciliteit beschikbaar maken voor snelle technische hulp bij zware cyberincidenten. Dat is geen overbodige luxe, omdat de digitalisering van havens, belastingsystemen, banken, energievoorziening en overheidsdiensten in kleine staten een aanval veel sneller kan veranderen in een nationale crisis.
De tweede pijler richt zich op diepere financiële integratie via een mogelijke regionale kapitaalmarkt, in samenwerking met de CARICOM Private Sector Organization en de Caribbean Development Bank. De gedachte is dat harmonisatie van standaarden, minder belemmeringen voor cross listings en een grotere gezamenlijke markt de regio toegang kunnen geven tot meer langetermijnkapitaal voor publieke en private investeringen. Voor economieën die afzonderlijk vaak te beperkt zijn om grote financiële schaal te bereiken, kan zo’n markt het verschil maken tussen afhankelijk blijven van dure externe leningen en zelf meer investeringskracht opbouwen.
De derde nieuwe lijn loopt via het Fiscal Research Centre, dat is opgezet samen met de University of the West Indies, de University of Ottawa en de regering van Jamaica. Dit centrum bedient zeventien landen in de regio en werkt met een train the trainers model aan cursussen, kennisopbouw en een vlaggenschippublicatie over lessen uit een decennium van fiscale hervormingen. Daarmee probeert de regio iets op te bouwen dat vaak ontbreekt in kleine staten, namelijk lokaal gewortelde en duurzaam beschikbare expertise over begrotingsbeleid en public finance management die niet telkens afhankelijk is van buitenlandse consultants of tijdelijke missies.
Achter die drie nieuwe acties schuilt een bredere regionale strategie. ONE Caribbean is sinds 2024 het IDB kader voor gedeelde uitdagingen rond veerkracht, rampenbeheer, burgerveiligheid, private sectorontwikkeling, voedselzekerheid, institutionele versterking en digitale transformatie. Het programma werd opgezet op verzoek van Barbados, Belize, Guyana, Jamaica, Suriname, The Bahamas en Trinidad en Tobago, en trekt daarnaast middelen aan uit onder meer Canada en het Verenigd Koninkrijk.
Ook de voorbereiding van projecten moet steviger worden georganiseerd. Via het Project Preparation Coordination Mechanism ondersteunt ONE Caribbean de structurering van publieke, private en PPP projecten in sectoren zoals energie, transport, water, afvalbeheer en stedelijke ontwikkeling. Volgens de IDB zijn al meer dan driehonderd stakeholders betrokken, zijn dertig projectvoorstellen ingediend en kregen meerdere projecten in het eerste jaar al toewijzing van middelen. Dat is belangrijk, omdat veel Caribische landen niet alleen geld tekortkomen, maar ook capaciteit om projecten snel genoeg investeringsrijp te maken.
Trinidad en Tobago’s minister van Planning, Economische Zaken en Ontwikkeling, Kennedy Swaratsingh, noemde de dialoog daarom terecht een moment van reflectie én een oproep tot actie. Zijn punt was dat de regio niet alleen gedeelde risico’s heeft, maar ook gedeelde kansen om technische kennis te bundelen, investeringen op te schalen en innovatieve financiering slimmer te gebruiken. Dat sluit direct aan op de bredere analyse die tijdens dezelfde dialoog werd gepresenteerd in het Caribbean Development Dynamics Report 2026 van OESO en IDB, waarin meer investeringen, sterkere veerkracht en betere financieringsvormen als noodzakelijke route voor duurzame groei werden benoemd.
Voor Suriname is dit het soort regionale beweging dat niet aan de zijlijn gevolgd moet worden, maar actief benut moet worden. Cyberveiligheid raakt hier direct aan banken, olie en gas, overheidsdiensten en havens, een regionale kapitaalmarkt kan nieuwe ruimte scheppen voor investeringen, en sterker begrotingsonderzoek kan helpen om beleid minder afhankelijk te maken van incidenten en politieke improvisatie. De landen die straks het meeste voordeel halen uit ONE Caribbean zullen niet per se de grootste zijn, maar de landen die hun projecten het best voorbereiden, hun instellingen het snelst aanscherpen en regionale samenwerking niet als diplomatieke beleefdheid zien, maar als economische noodzaak.
De nieuwe IDB initiatieven maken duidelijk dat het Caribisch gebied langzaam verschuift van losse nationale oplossingen naar een model waarin gedeelde systemen de ruggengraat van ontwikkeling moeten worden. Wie cyberweerbaarheid, kapitaalmarkttoegang en fiscale kennis regionaal organiseert, bouwt niet alleen aan weerbaarheid tegen schokken, maar ook aan een economisch fundament dat op eigen schaal sterker kan worden dan elk land afzonderlijk. Dat is de test waar ONE Caribbean nu voor staat, namelijk of samenwerking eindelijk hard genoeg wordt om ook echt voelbare resultaten op te leveren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com