Suriname lijkt economisch weer vaste grond onder de voeten te krijgen, maar onder het “herstel” ligt nog steeds een kwetsbare werkelijkheid die geen ruimte laat voor bestuurlijke gemakzucht. De inflatie daalde in januari 2026 naar 11,0 procent, de Surinaamse dollar werd iets sterker tegenover de Amerikaanse dollar en de euro, en de internationale reserves stegen naar ongeveer 1,6 miljard Amerikaanse dollar. SEOB adviseert echter om deze verbetering niet te verwarren met structurele veiligheid, omdat de begrotingstekorten, de hoge staatsschuld en de zwakke uitvoeringskracht van instituten nog altijd zwaar op het land drukken.
De economische bedrijvigheid groeide in September 2025 met 1,5 procent, vooral door handel, bouwmaterialen en constructie. De verkoop van bouwmaterialen steeg met 28 procent en de import van constructiematerialen nam met 12 procent toe, wat wijst op een economie waarin nog wordt gebouwd, geïnvesteerd en bewogen. Daartegenover stond een harde terugval in de goudproductie van ongeveer 29 procent, waardoor opnieuw zichtbaar werd hoe gevaarlijk de afhankelijkheid van mijnbouw blijft voor een land dat breder moet leren verdienen.
De monetaire kant van het verhaal oogt rustiger, omdat de Centrale Bank liquiditeit uit de markt haalde via openmarktoperaties en valutaveilingen. De internationale reserves leveren met een importdekking van 7,4 maanden een belangrijke buffer op tegen externe schokken en valutadruk. SEOB adviseert wel om deze reservepositie scherp te blijven bewaken, omdat stabiliteit snel kan verdwijnen wanneer de overheid te veel uitgeeft zonder dat productie en export meegroeien.
De grootste spanning zit bij de overheidsfinanciën, waar de primaire rekening in November 2025 een tekort van 511,6 miljoen SRD liet zien. De totale rekening stond zelfs 967 miljoen SRD in het rood, wat betekent dat de staat nog altijd meer druk op de economie legt dan gezond is. SEOB adviseert daarom strikte fiscale discipline, meer fiscale transparantie en een helder meerjarig financieel kader, zodat uitgaven niet langer worden gestuurd door politieke behoefte, maar door draagkracht, prioriteit en schuldhoudbaarheid.
De staatsschuld daalde naar 118,8 procent van het bruto binnenlands product, maar dat blijft ver boven de internationaal gangbare grens van 60 procent. Dit betekent dat Suriname minder ruimte heeft voor fouten, feestjes, subsidies zonder dekking en verlieslatende publieke avonturen. SEOB adviseert actief schuldmanagement, uitgavenplafonds en een vijfjarig overheidsfinancieel plan, omdat een hoge schuld niet alleen een boekhoudkundig probleem is, maar uiteindelijk ook invloed heeft op rente, vertrouwen, inflatie en koopkracht.
Bij de banken is het beeld sterker, omdat de solvabiliteitsratio met 20,0 procent ruim boven de vereiste 10 procent ligt en niet renderende leningen licht daalden naar 2,8 procent. Dat wijst op een bankensector die buffers heeft en op gezinnen en bedrijven die hun verplichtingen iets beter kunnen dragen. SEOB waarschuwt echter dat verantwoord kredietbeleid nodig blijft, vooral richting het midden en kleinbedrijf en huishoudens, omdat hoge leenrentes investeringen kunnen afremmen en zwakke kredietgroei de productieve economie kan verstikken.
Een tweede groot risico ligt buiten de gewone economische cijfers, maar raakt direct aan vertrouwen, investeringen en internationale reputatie. SEOB adviseert het behoud van de AML PIU, omdat Suriname in de aanloop naar de volgende CFATF evaluatieronde een goed functionerend interinstitutioneel platform nodig heeft tegen witwassen en terrorismefinanciering. Het wegvallen van opgebouwde expertise en coördinatie kan gevaarlijk worden, omdat de komende beoordeling vooral zal kijken naar daadwerkelijke handhaving, meetbare resultaten en de effectiviteit van het systeem.
De aanbevelingen van SEOB gaan verder dan het dichten van gaten in de begroting. De instelling adviseert om het Spaar en Stabilisatiefonds operationeel te versterken, de aanbestedingswet af te kondigen, belastinginning te digitaliseren, invoerrechten effectiever te heffen en niet strategische verlieslatende staatsbedrijven transparant af te stoten naar de private sector. Daarmee wordt de kern van het vraagstuk duidelijk, omdat Suriname geen gebrek heeft aan plannen, maar aan instellingen die plannen uitvoeren, controleren en beschermen tegen korte termijn politiek.
De komende olie inkomsten maken deze agenda urgenter, niet makkelijker. Zonder sterke anticorruptiecontrole, transparante aanbestedingen, exportgroei en een moderne belastingdienst kan nieuwe rijkdom dezelfde oude patronen versterken die het land eerder kwetsbaar maakten. De ruimte die er nu ontstaat, moet daarom worden gebruikt om landbouwverwerking, visserij, diensten, ecotoerisme en andere productieve sectoren te versterken, zodat Suriname niet opnieuw afhankelijk wordt van één bron die politiek wordt overschat en bestuurlijk wordt onderschat.
Suriname staat daardoor niet voor de keuze tussen optimisme en pessimisme, maar tussen discipline en herhaling. De cijfers tonen dat herstel mogelijk is, maar SEOB adviseert feitelijk dat dit herstel alleen duurzaam wordt als begroting, schuld, instituties, export en financiële integriteit tegelijk worden aangepakt. De echte test is niet of het land tijdelijk betere cijfers kan tonen, maar of bestuurders de moed hebben om de buffers van vandaag te beschermen tegen de verleidingen van morgen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com