Het afgelopen weekend werd plantage Johanna Margaretha in het district Commewijne opnieuw geconfronteerd met de kwetsbaarheid van de lokale waterinfrastructuur, nadat een dambreuk voor ernstige problemen in het gebied zorgde. Hoewel er snel is ingegrepen om de schade te beperken, blijkt uit de situatie dat de getroffen maatregelen vooral tijdelijk van aard zijn en geen duurzame oplossing bieden voor de structurele problemen waarmee het gebied al langere tijd kampt. Districtscommissaris (DC) Rajiv Ramsahai heeft aangegeven dat de uitgevoerde herstelwerkzaamheden slechts een beperkte houdbaarheid hebben en naar verwachting ongeveer twee weken standhouden. Deze korte termijn aanpak onderstreept volgens hem de fragiele staat van de infrastructuur en de noodzaak om verder te kijken dan noodreparaties. De herhaalde kwetsbaarheid van de dijken en waterkeringen in het gebied wijst op een dieper liggend probleem dat niet met ad-hocoplossingen kan worden verholpen.
De situatie legt tegelijkertijd een breder financieel en bestuurlijk vraagstuk bloot. Het huidige budget van SRD 1 miljoen per district wordt door Ramsahai als onvoldoende bestempeld om ingrijpende en duurzame infrastructuurwerken uit te voeren. Dit beperkte budget dwingt lokale autoriteiten vaak tot reactief beleid, waarbij alleen de meest acute problemen worden aangepakt, zonder dat er ruimte is voor preventieve investeringen of structurele versterking van kritieke voorzieningen. Volgens Ramsahai ligt de verantwoordelijkheid daarom nadrukkelijk bij het ministerie van Regionale Ontwikkeling om meer financiële ruimte vrij te maken. Zonder extra middelen blijft de cyclus van schade en tijdelijke reparaties zich herhalen, met alle gevolgen van dien voor bewoners, landbouwactiviteiten en de lokale economie. De afhankelijkheid van noodoplossingen ondermijnt bovendien de stabiliteit van het gebied op lange termijn.
Hoewel er op dit moment nog ondersteuning wordt geboden door lokale ondernemers, benadrukt de districtscommissaris dat deze vorm van hulp geen blijvende oplossing kan vormen. Dergelijke bijdragen zijn waardevol in crisissituaties, maar vervangen geen gestructureerd overheidsbeleid en geen degelijke infrastructuurplanning. Het risico bestaat dat de verantwoordelijkheid in de praktijk verschuift naar private actoren, terwijl de primaire taak bij de overheid ligt. De situatie op Johanna Margaretha maakt duidelijk dat er een fundamentele herziening nodig is van de manier waarop waterbeheer en infrastructuur in de regio worden gefinancierd en uitgevoerd. Zolang structurele investeringen uitblijven, blijft het gebied kwetsbaar voor herhaalde dambreuken en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke en economische schade.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com.