In de aanloop naar 2028 wordt het GranMorgu veld steeds minder een abstract belofteverhaal, omdat TotalEnergies deze week via zijn country general manager Arthur Nunes da Silva sprak over een ontwikkeling van meer dan 750 miljoen vaten olie. In een podcast op 20 januari schetste hij dat extra en beter uitgewerkte seismiek de lat richting 800 miljoen vaten kan duwen, wat de schaal van het project opnieuw scherper in beeld zet.
Het gaat om Surinames eerste grote deepwater ontwikkeling in Blok 58, waar de vondsten Sapakara en Krabdagu nu in één geïntegreerd ontwerp worden omgezet naar productie. TotalEnergies maakte bij de investeringsbeslissing bekend dat de velden circa 150 kilometer uit de kust liggen en dat de winbare reserves op meer dan 750 miljoen vaten worden geraamd, na een exploratie en appraisal traject dat in 2023 is afgerond.
Aan de Surinaamse kant is de inzet even hard, omdat Staatsolie zijn deelname van 20 procent heeft vastgezet met een banklening van 1,6 miljard US dollar, afgesloten met een syndicaat van 18 banken en financiële instellingen. Die financiering past in een groter pakket, waarbij Staatsolie ook via obligaties kapitaal aantrok en tegelijk toewerkt naar een totale eigen investering die in de orde van grootte van 2,4 miljard US dollar ligt.
De voortgang wordt intussen zichtbaar in staal en schema’s, want de bouw van de GranMorgu FPSO lag volgens recente updates rond 27 procent, terwijl de planning voor eerste olie in 2028 blijft staan. In internationale projectcommunicatie wordt dezelfde horizon aangehouden, met de boodschap dat de grote bouwfase nu draait om subsea werk, modules en de keten die nodig is om straks stabiel te produceren.
Nunes da Silva zette in het gesprek een andere toets centraal, omdat hij de echte proef niet alleen in de geologie ziet maar in de maatschappelijke acceptatie van zo’n megaproject in een klein land. Hij wees daarbij op de combinatie van hoge verwachtingen na een economische crisis en Surinames milieuprofiel, dat door internationale organisaties vaak wordt omschreven als koolstofnegatief dankzij een uitzonderlijk hoge bosbedekking.
Om frictie te dempen kiest TotalEnergies volgens hem voor vaste contactmomenten, waarbij teams per kwartaal langs de kust gaan en soms ook het binnenland in trekken om uit te leggen wat er gebeurt en om vragen publiek te beantwoorden. In de officiële projectramingen wordt tegelijk gerekend op meer dan 6.000 banen in Suriname, waaronder 2.000 directe banen, en op een lokale besteding tussen 1 en 1,5 miljard US dollar die via opdrachten en dienstverlening bij Surinaamse bedrijven moet landen.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor inspiratie.