Als initiatiefnemer van de initiatiefwet Rechtspraak Belastingzaken zet Asis Gajadien zich in voor een sterkere rechtspositie van burgers en ondernemers tegenover de fiscus. Met het voorstel wil hij bijdragen aan een Suriname waarin de overheid rechtmatig belastingen int en iedere belastingplichtige toegang heeft tot een onafhankelijke en deskundige beoordeling van fiscale geschillen.
Een overheid die van burgers en ondernemers verlangt dat zij hun belastingen correct en op tijd betalen, moet ook bereid zijn haar eigen beslissingen onafhankelijk te laten toetsen wanneer daarover een geschil ontstaat. Vanuit die gedachte bepleit Asis Gajadien met de initiatiefwet Rechtspraak Belastingzaken een versterking van de fiscale rechtsbescherming in Suriname. In zijn toelichting verbindt hij de bevoegdheid van de Staat om belastingen te heffen nadrukkelijk aan de verantwoordelijkheid om burgers eerlijk te behandelen, fouten te herstellen en toegang tot de rechter te waarborgen.
De inzet van Gajadien raakt daarmee aan een vraagstuk dat verder reikt dan belastingwetgeving alleen, namelijk hoe Suriname een overheid ontwikkelt die voldoende slagkracht heeft en tegelijkertijd zorgvuldig met haar bevoegdheden omgaat. Belastinginkomsten zijn noodzakelijk voor onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en andere publieke voorzieningen. Een aanslag of invorderingsmaatregel kan echter ook diep ingrijpen in het bestaan van een gezin of de continuïteit van een onderneming. Volgens de lijn die Gajadien uiteenzet, moeten beide belangen een volwaardige plaats krijgen binnen een rechtvaardig belastingstelsel.
Met het initiatiefvoorstel willen de indieners belastinggeschillen onderbrengen binnen de reguliere rechterlijke macht, met gespecialiseerde behandeling en de mogelijkheid van hoger beroep. Voor Gajadien staat daarbij centraal dat een belastingplichtige moet kunnen rekenen op een onafhankelijke beoordeling door een deskundige rechter. De overheid behoort haar fiscale besluiten te kunnen verantwoorden, ook wanneer een burger of ondernemer die besluiten betwist. Een dergelijke toetsing kan bijdragen aan betere besluitvorming en aan het vertrouwen dat de samenleving in publieke instellingen moet kunnen stellen.
De toegankelijkheid van die rechtsbescherming krijgt in zijn toelichting bijzondere aandacht, omdat een recht op papier weinig betekenis heeft wanneer de kosten of ingewikkelde procedures mensen ervan weerhouden er gebruik van te maken. Het voorstel bevat daarom geen algemene verplichting om een advocaat in te schakelen. Belastingplichtigen kunnen zelf beroep instellen en mogen zich laten bijstaan door een gemachtigde. De voorgestelde griffierechten bedragen SRD 250 voor natuurlijke personen en SRD 1.500 voor rechtspersonen. Gajadien onderkent daarbij dat ook een betrekkelijk laag bedrag voor sommige burgers een belemmering kan vormen.
Een belangrijk onderdeel van zijn betoog betreft de tijd die de overheid neemt om op bezwaren te reageren, omdat langdurige onzekerheid voor belastingplichtigen eveneens belastend kan zijn. Tijdens de behandeling is de mogelijkheid besproken om de beslistermijn van een jaar naar zes maanden terug te brengen. Gajadien plaatst daarbij een praktische kanttekening. Een kortere wettelijke termijn moet gepaard gaan met een betere organisatie en voldoende uitvoeringscapaciteit bij de Belastingdienst. Anders bestaat het risico dat de achterstanden blijven bestaan en burgers alsnog naar de rechter moeten omdat een beslissing uitblijft.
De aandacht voor uitvoering laat zien dat Gajadien de hervorming breder benadert dan uitsluitend het creëren van een nieuwe rechtsgang, want een zorgvuldig werkende Belastingdienst kan veel geschillen al in een eerder stadium voorkomen. Deskundige medewerkers, betrouwbare dossiers en goed gemotiveerde besluiten verkleinen de kans op onjuiste aanslagen en onnodige procedures. Ook noemt hij het belang van een objectieve heroverweging, waarbij een bezwaar waar mogelijk wordt beoordeeld door een andere ambtenaar dan degene die het oorspronkelijke besluit heeft genomen. Daarmee krijgt het herstellen van fouten een duidelijke plaats binnen behoorlijk bestuur.
De voorgestelde bescherming beperkt zich evenmin tot de vaststelling van belastingen, omdat ook bij de invordering besluiten kunnen worden genomen die grote gevolgen hebben voor burgers en bedrijven. Gajadien ondersteunt daarom een uitbreiding van de fiscale rechtsgang naar daarvoor aangewezen invorderingsbeschikkingen. Tegelijk benadrukt hij dat de bevoegdheden van de belastingrechter en de burgerlijke rechter zorgvuldig moeten worden afgebakend. Een belastingplichtige moet kunnen begrijpen tegen welk besluit hij kan opkomen en welke rechter daarover mag oordelen, zonder vast te lopen in onduidelijke procedures.
Bij spoedeisende geschillen wil Gajadien voorkomen dat rechtsbescherming pas beschikbaar komt nadat de schade nauwelijks nog kan worden hersteld. Hij wijst op situaties waarin een invorderingsmaatregel de bedrijfsvoering ernstig kan raken doordat een onderneming niet meer over haar bedrijfsmiddelen beschikt. De voorgestelde mogelijkheid om ook bij aangewezen invorderingsbeschikkingen een voorlopige voorziening te vragen, moet de rechter ruimte bieden om binnen de wettelijke voorwaarden in te grijpen. Zo kunnen het belang van belastinginning en de gevolgen voor de belastingplichtige zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen.
Het voorstel past volgens zijn toelichting binnen een bredere discussie over de vraag hoe het Surinaamse belastingstelsel ondernemerschap, productie en werkgelegenheid beïnvloedt. Gajadien vraagt aandacht voor de totale fiscale druk, vrijstellingen, de informele economie en de kwaliteit van de belastingadministratie. Zijn uitgangspunt is dat de overheid inkomsten nodig heeft, maar ook rekening moet houden met de ruimte die ondernemingen nodig hebben om te investeren en te groeien. De initiatiefwet beantwoordt niet al deze economische vragen, maar beoogt met meer rechtszekerheid een betrouwbaardere basis te bieden voor burgers en bedrijven.
De vragen over deskundigheid, personeelscapaciteit en organisatorische voorbereiding beschouwt Gajadien als terechte aandachtspunten die bij de uitvoering serieus moeten worden genomen. Gespecialiseerde belastingrechtspraak vraagt om opleiding, ondersteuning, een goed georganiseerde griffie en voldoende middelen. Tegelijk mogen organisatorische tekortkomingen volgens hem geen blijvende reden worden om noodzakelijke rechtsbescherming uit te stellen. De opgave ligt in het gelijktijdig verbeteren van de wettelijke basis en de praktische voorwaarden, met behoud van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.
In een Suriname dat zijn economie wil versterken en meer vertrouwen in het openbaar bestuur nodig heeft, verdient deze benadering een inhoudelijke beoordeling die boven partijpolitieke tegenstellingen uitstijgt. De waarde van de hervorming zal uiteindelijk blijken uit tijdige beslissingen, begrijpelijke procedures en daadwerkelijke bescherming tegen onjuist overheidshandelen. Daarbij moeten ook mensen die al jarenlang op een uitspraak wachten zorgvuldig worden meegenomen. Het nationale belang vraagt dat wetgever, regering, Belastingdienst en rechterlijke macht ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bijdragen aan een stelsel dat in de praktijk werkt.
De inzet die Gajadien in zijn toelichting verwoordt, komt daarmee neer op een sterker land waarin belastinginning en rechtsbescherming elkaar aanvullen. De Staat moet kunnen beschikken over rechtmatige inkomsten om zijn taken uit te voeren, terwijl burgers en ondernemers moeten kunnen vertrouwen op eerlijke behandeling. Met die benadering legt hij het accent op een overheid die gezag ontleent aan deskundigheid, zorgvuldigheid en de bereidheid zich aan het recht te onderwerpen. Dat is de richting waarin deze initiatiefwet volgens zijn betoog moet bijdragen aan de verdere opbouw van Suriname.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com