Met de installatie van de Werkgroep Grondenrechten en Decentralisatie heeft president Jennifer Simons een belangrijke stap gezet in een van de meest gevoelige en langdurige vraagstukken binnen het Surinaamse bestuur. De zes leden tellende werkgroep, die officieel werd benoemd op het kabinet van de president, krijgt de opdracht richting te geven aan het beleid rond grondenrechten en decentralisatie, met bijzondere aandacht voor de positie van inheemse en tribale volken. Volgens het staatshoofd is het essentieel dat juist de inzichten, belangen en ontwikkelingsmogelijkheden van deze gemeenschappen structureel worden meegenomen in het beleidsproces. De instelling van de werkgroep markeert daarom het begin van een formeel traject waarin deze perspectieven niet langer aan de zijlijn mogen blijven staan.
Om de voortgang scherp te bewaken, zal president Simons maandelijks werkbesprekingen houden met de werkgroep. De werkgroep fungeert als direct adviesorgaan van het staatshoofd en moet helpen bij het vertalen van politieke voornemens naar uitvoerbaar beleid. Het is een werkarm van het staatshoofd om de aangekondigde plannen van de regering zorgvuldig voor te bereiden en uit te zetten.
Een belangrijk onderdeel van de opdracht is het in kaart brengen van wat noodzakelijk is om de grondenrechten van inheemse en tribale volken helder te definiëren en te beschermen. Daarbij zal ook rekening worden gehouden met bestaande documenten en internationale standaarden, waaronder het FPIC-document (Free, Prior and Informed Consent) van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS). De verwachtingen zijn hoog, maar realistisch. De concrete verwachting van het staatshoofd is dat dit vraagstuk uiteindelijk wordt opgelost. Maar er zal nog wat water door de Surinamerivier moeten stromen voordat we zover zijn.
We hebben te maken met mensen die in stamverband leven en met de inheemse bevolking. Het is nu aan deze werkgroep om zorgvuldig in kaart te brengen welke vervolgstappen nodig zijn. De werkgroep bestaat uit Edgar Dikan, presidentieel adviseur grondenrechten en decentralisatie, Armand Jurel, Theresia Cirino, Mike Nerkust, Martin Misiedjan en Sarwan Ramai. Volgens Dikan zal de groep de president adviseren op basis van inventarisatie, evaluatie en intensieve gesprekken met alle betrokken actoren, met als doel een breed maatschappelijk draagvlak te creëren. Het proces noemt hij dynamisch en nadrukkelijk gericht op de lange termijn. Cruciaal voor het slagen van de missie is volgens Dikan de nauwe samenwerking met de lokale gemeenschappen zelf. Wanneer je dit samen met de gemeenschappen doet, ontstaat draagvlak en ownership. Dat maakt dat de missie bij elke tussenstop als succesvol kan worden beschouwd. Het is belangrijk dat we stap voor stap vooruitgaan en dat de samenleving ziet dat we de komende jaren daadwerkelijk vooruitgang boeken. Met de installatie van deze werkgroep lijkt de regering een duidelijke koers te willen varen, zorgvuldig, inclusief en gericht op duurzame oplossingen. Of dit proces daadwerkelijk zal leiden tot doorbraken in het complexe grondenrechten- en decentralisatiedossier, zal de komende jaren moeten blijken.