De wettelijke en institutionele versterking van de Energie Autoriteit Suriname (EAS) stond centraal tijdens een gesprek tussen DNA-voorzitter dr. h.c. ir. Michael A. Adhin en EAS-directeur Anand Kalpoe. In werkelijkheid legt het gesprek vooral een oud probleem bloot, Suriname wil een moderne energiesector, maar de instituties die deze sector moeten reguleren, controleren en richting geven, beschikken nog altijd niet over de juiste wettelijke, financiële en personele basis. De EAS heeft een cruciale positie binnen de energiesector. Juist daarom is het zorgwekkend dat tijdens het overleg opnieuw is vastgesteld dat de bestaande wettelijke en organisatorische basis onvoldoende is om de taken naar behoren uit te voeren. Een toezichthouder die niet beschikt over voldoende deskundig personeel, financiële slagkracht en een actueel wettelijk kader, kan moeilijk effectief optreden. Dan ontstaat het risico dat regelgeving wel bestaat, maar in de praktijk onvoldoende wordt gehandhaafd. Suriname beschikt al jaren over plannen, beleidsdocumenten en voornemens om de energiesector te moderniseren. Ook het Energie Sector Plan (ESP), dat voor een periode van vijf jaar is voorbereid met betrokkenheid van verschillende stakeholders, moet richting geven aan de ontwikkeling van de sector.
Maar een sectorplan is geen wondermiddel. Papier produceert geen elektriciteit, houdt geen toezicht en bouwt geen institutionele capaciteit op. Het echte probleem begint wanneer plannen moeten worden omgezet in concrete uitvoering. De aangekondigde actualisering van de EAS-wet en de bredere elektriciteitswetgeving is daarom noodzakelijk. Maar wetgeving aanpassen mag geen doel op zichzelf worden. Suriname heeft weinig aan nieuwe wetten als de instellingen die ze moeten uitvoeren vervolgens met onvoldoende mensen, beperkte middelen en gebrekkige technische capaciteit moeten werken. Dat juist administratieve, financiële en technisch gespecialiseerde functies moeilijk adequaat kunnen worden ingevuld, is een ernstige waarschuwing. Energiebeleid is geen terrein waarop improvisatie kan worden toegestaan. De sector vereist ingenieurs, economen, juristen, financiële deskundigen, data analisten en andere specialisten die in staat zijn complexe ontwikkelingen te beoordelen en onafhankelijk toezicht uit te oefenen. Daar komt nog een ander probleem bij, de energiesector wordt steeds ingewikkelder. Waterkracht, zonne energie en andere vormen van hernieuwbare energie maken deel uit van een veranderende energiemix. Dat vraagt om regelgeving die vooruitkijkt in plaats van achter de feiten aanloopt.
Het vraagt bovendien om instellingen die technisch voldoende sterk zijn om investeringen, tarieven, infrastructuur, betrouwbaarheid en duurzaamheid op een professionele manier te beoordelen. De EAS kan die rol alleen vervullen wanneer zij daadwerkelijk de ruimte en middelen krijgt om onafhankelijk en deskundig te functioneren. Het is daarom positief dat DNA en de EAS hierover spreken, maar overleg alleen is onvoldoende. Suriname kent een lange geschiedenis van beleidsvoornemens die blijven hangen in vergaderingen, stakeholderconsultaties en documenten. Iedere nieuwe bespreking zonder duidelijke uitvoering vergroot het wantrouwen dat opnieuw een traject wordt opgestart dat uiteindelijk onvoldoende resultaat oplevert. De verantwoordelijkheid ligt dan ook niet alleen bij de EAS. De regering en De Nationale Assemblée moeten zorgen voor een juridisch kader dat helder, modern en uitvoerbaar is. Tegelijkertijd moet worden gezorgd voor een realistische financiering van de organisatie. Een toezichthouder kan niet serieus worden genomen als zijn wettelijke opdrachten groeien, terwijl de middelen en personele capaciteit achterblijven. Ook de samenhang tussen de EAS-wetgeving, de Elektriciteitswet en het Energie Sector Plan verdient meer dan bestuurlijke aandacht. Deze drie onderdelen moeten elkaar versterken.
Wanneer wetgeving, beleid en uitvoering langs elkaar heen lopen, ontstaat versnippering. En versnippering is juist in de energiesector gevaarlijk. Suriname kan zich geen energiebeleid veroorloven dat afhankelijk blijft van tijdelijke oplossingen, institutionele zwakte en bureaucratische traagheid. De energiesector raakt immers niet alleen bedrijven en overheidsinstanties, maar de hele economie en uiteindelijk iedere burger. De versterking van de EAS moet daarom niet worden behandeld als een technisch wetgevingsproject. Het gaat om de vraag of Suriname eindelijk bereid is zijn energiesector professioneel te besturen. Een sterke energiesector begint niet bij mooie plannen, maar bij sterke instituties. De EAS moet daarom uitgroeien van een organisatie met wettelijke taken naar een autoriteit die daadwerkelijk in staat is die taken uit te voeren. Dat betekent moderne wetgeving, voldoende financiële middelen, deskundig personeel en duidelijke bevoegdheden. Als die basis niet snel wordt gelegd, dreigt het Energie Sector Plan opnieuw een ambitieus document te worden dat vooral in vergaderzalen indrukwekkend klinkt. Suriname heeft inmiddels genoeg plannen. Wat ontbreekt, is de institutionele daadkracht om uit te voeren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com