Met een unanieme stemming heeft De Nationale Assemblée (DNA) een historische beslissing genomen die de positie van Suriname op het gebied van mensenrechten verder verstevigt. Alle 31 aanwezige parlementariërs stemden vóór de ontwerpwet waarmee Suriname toetreedt tot het Tweede Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO-verdrag). Dit protocol heeft als doel de volledige en onomkeerbare afschaffing van de doodstraf. De goedkeuring markeert meer dan een formele internationale verplichting. Zij bevestigt dat Suriname definitief afstand neemt van de zwaarste straf die een staat kan opleggen. Hoewel de doodstraf al jaren geen onderdeel meer uitmaakt van de nationale wetgeving, legt de toetreding tot het protocol deze keuze ook internationaal vast. Daarmee wordt de kans op een toekomstige herinvoering aanzienlijk verkleind en spreekt Suriname zich nadrukkelijk uit vóór de bescherming van het recht op leven. De stap past binnen een ontwikkeling die al ruim tien jaar geleden werd ingezet. In 2015 werd de doodstraf uit het Surinaamse Wetboek van Strafrecht geschrapt. Vervolgens werd in 2021 ook het Wetboek van Militair Strafrecht aangepast, waardoor de doodstraf volledig uit de nationale rechtsorde verdween. Met de ratificatie van het Tweede Facultatief Protocol wordt deze ontwikkeling nu afgerond en krijgt zij ook internationale rechtskracht.
Dat de ontwerpwet zonder enige tegenstem werd aangenomen, onderstreept dat dit onderwerp de traditionele politieke scheidslijnen overstijgt. Zowel coalitie als oppositie schaarden zich achter de toetreding. Daarmee gaf het parlement een krachtig signaal af dat fundamentele mensenrechten geen partijpolitieke kwestie behoren te zijn, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de democratische rechtsstaat. Tijdens de parlementaire behandeling werd herhaaldelijk gewezen op het belang van internationale mensenrechtenverdragen. Verschillende fracties benadrukten dat Suriname zich met deze stap nadrukkelijk aansluit bij landen die de doodstraf definitief hebben afgezworen. In een tijd waarin wereldwijd nog altijd tientallen landen executies uitvoeren of de doodstraf wettelijk handhaven, kiest Suriname bewust voor een andere koers, een strafrechtsysteem waarin vergelding niet ten koste gaat van het fundamentele recht op leven. NDP-fractieleider Rabindre Parmessar sprak zijn waardering uit voor het werk van de Commissie van Rapporteurs, die de behandeling van de ontwerpwet voorbereidde. Volgens hem heeft de commissie zorgvuldig werk geleverd bij het beoordelen van de wet en het formuleren van haar bevindingen. Daarmee erkende hij het belang van een grondige parlementaire voorbereiding bij wetgeving met verstrekkende juridische en maatschappelijke gevolgen. Ook VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien legde tijdens het debat de nadruk op samenwerking binnen het parlement. Hij wees erop dat wetgeving van deze omvang alleen tot stand kan komen wanneer fracties bereid zijn gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen.
De unanieme stemming vormde volgens velen een voorbeeld van hoe nationale belangen soms boven politieke verschillen kunnen worden geplaatst. Vanuit de ABOP sprak parlementariër Stanley Betterson eveneens zijn steun uit voor de toetreding. Hij omschreef de goedkeuring als een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van de Surinaamse rechtsstaat. Tegelijkertijd benadrukte hij dat de bescherming van mensenrechten niet ophoudt bij het afschaffen van de doodstraf. Volgens Betterson moet de overheid zich blijvend inzetten voor de bescherming van burgers die in kwetsbare posities verkeren. Een vergelijkbaar geluid kwam van A20-fractieleider Steven Reyme. Ook hij noemde de parlementaire goedkeuring een belangrijke mijlpaal, maar waarschuwde ervoor dat mensenrechten voortdurend aandacht vragen. Hij wees erop dat de samenleving nog steeds groepen kent die extra bescherming nodig hebben en dat wetgeving alleen niet voldoende is. De daadwerkelijke naleving van mensenrechten vraagt volgens hem om blijvende inzet van overheid, rechtspraak en maatschappelijke organisaties. De toetreding tot het Tweede Facultatief Protocol heeft niet alleen symbolische waarde, maar versterkt ook de internationale geloofwaardigheid van Suriname.
Door zich formeel te verbinden aan de afschaffing van de doodstraf laat het land zien dat het bereid is internationale mensenrechtennormen actief te onderschrijven en na te leven. Dat kan bijdragen aan een sterker internationaal imago als democratische rechtsstaat die fundamentele vrijheden serieus neemt. Tegelijkertijd brengt deze stap ook een duidelijke verantwoordelijkheid met zich mee. De bescherming van mensenrechten beperkt zich immers niet tot het schrappen van één straf uit de wet. Zij vraagt om een rechtssysteem waarin eerlijkheid, rechtsbescherming, gelijke behandeling en menselijke waardigheid centraal staan. De unanieme goedkeuring in DNA kan daarom worden gezien als een belangrijk eindpunt van een lang wetgevingsproces, maar ook als het begin van een bredere opdracht om mensenrechten in de praktijk verder te versterken. Met de unanieme goedkeuring heeft De Nationale Assemblée een duidelijke keuze gemaakt. Suriname sluit een hoofdstuk af waarin de doodstraf ooit deel uitmaakte van de nationale wetgeving en kiest definitief voor een rechtsorde waarin het recht op leven centraal staat. De stemming laat zien dat er op fundamentele waarden consensus mogelijk is en dat het parlement, ondanks politieke verschillen, gezamenlijk verantwoordelijkheid kan nemen voor beslissingen die de internationale positie en de rechtsontwikkeling van het land voor de lange termijn bepalen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com