De weigering van de procureur-generaal (pg) om parlementariër Bronto Somohardjo (PL) gevraagde informatie te verstrekken, legt een fundamenteel probleem bloot over de verhouding tussen het Openbaar Ministerie (OM) en De Nationale Assemblée (DNA). Wanneer een volksvertegenwoordiger vanwege zijn strafrechtelijke positie geen toegang krijgt tot informatie die nodig is voor parlementaire controle, ontstaat een gevaarlijk precedent. De vraag is niet alleen of Somohardjo informatie mag ontvangen, maar vooral of de controlerende functie van het parlement hierdoor wordt beperkt. DNA voorzitter Ashwin Adhin heeft donderdag toegezegd dat de kwestie in de eerstvolgende huishoudelijke vergadering wordt behandeld. Daarmee krijgt de weigering een formeel vervolg. De toezegging is noodzakelijk, maar op zichzelf onvoldoende. Het parlement moet voorkomen dat deze discussie blijft steken in politieke verklaringen en persoonlijke standpunten. Er is behoefte aan een duidelijke juridische en institutionele afbakening. De kwestie werd tijdens een openbare vergadering aan de orde gesteld door BEP fractieleider Ronny Asabina.
Hij wees erop dat Somohardjo informatie bij het Openbaar Ministerie had opgevraagd, maar nul op het rekest kreeg vanwege zijn positie als verdachte in een strafzaak. Asabina waarschuwde dat hiermee een problematische situatie kan ontstaan, volksvertegenwoordigers zouden mogelijk worden beperkt in hun werkzaamheden zodra zij zelf verdachte zijn of worden. Dat raakt rechtstreeks aan de onafhankelijkheid van het parlement. DNA moet de regering en andere staatsinstellingen kunnen controleren. Die taak verliest aan betekenis wanneer toegang tot relevante informatie afhankelijk wordt gemaakt van de persoonlijke juridische positie van een parlementariër. Tegelijkertijd kan parlementaire immuniteit niet worden uitgelegd als een onbeperkt recht op alle informatie van het Openbaar Ministerie. Juist daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen algemene beleidsgegevens en informatie die betrekking heeft op een individuele strafzaak. NDP parlementariër Ebu Jones onderstreepte het belang van de opgevraagde gegevens. Volgens hem ging het om statistische informatie die relevant is voor de beoordeling van de criminaliteitsbestrijding en de ontwikkeling van beleid.
Dergelijke cijfers zijn geen overbodige details. Zonder betrouwbare gegevens over criminaliteit, vervolging en de resultaten van het veiligheidsbeleid is het voor parlementariërs moeilijk om vast te stellen of de aanpak van de overheid daadwerkelijk effect heeft. Jones gaf bovendien aan dat hij zelf vergelijkbare informatie heeft gevraagd en vreest dat ook zijn verzoek kan worden afgewezen. Daarmee krijgt de kwestie een bredere betekenis dan uitsluitend de positie van Somohardjo. Wanneer de weigering een algemene praktijk wordt, dreigt een structurele beperking van de parlementaire controle. Somohardjo liet ondertussen weten zich niet te laten intimideren. Niemand gaat mijn mond doodmaken. Ik ga altijd kritische vragen blijven stellen, verklaarde hij. Zijn reactie is politiek scherp, maar de kern van het probleem mag niet worden gereduceerd tot een conflict tussen een parlementariër en het Openbaar Ministerie. Het gaat om de vraag of staatsinstellingen voldoende transparant zijn tegenover het orgaan dat toezicht moet houden op het functioneren van de overheid. De discussie kreeg een extra dimensie toen ook Somohardjo’s strafrechtelijke positie en mogelijke gevolgen voor zijn politieke ambt ter sprake kwamen. Daarbij werd gesteld dat een politieke ambtsdrager die in staat van beschuldiging is gesteld, van rechtswege geschorst zou zijn.
Adhin maakte echter duidelijk dat volgens zijn uitleg onderscheid moet worden gemaakt tussen het ambt waarin de vermeende strafbare feiten zouden zijn gepleegd en Somohardjo’s huidige functie als parlementariër. De voorzitter deed er verstandig aan de discussie over informatieverstrekking niet te laten ontsporen in een debat over Somohardjo’s zetel. Die onderwerpen kunnen juridisch samenhangen, maar mogen niet zonder meer met elkaar worden gelijkgesteld. Een strafrechtelijke verdenking betekent niet automatisch dat alle parlementaire rechten vervallen. De huishoudelijke vergadering wordt daarmee een belangrijke test voor DNA. Het parlement moet duidelijk maken welke informatie het Openbaar Ministerie kan weigeren, op welke wettelijke gronden dat gebeurt en hoe algemene statistische gegevens beschikbaar kunnen blijven voor controle en beleidsvorming. Een parlement dat zijn informatierecht niet verdedigt, riskeert zijn eigen controlerende functie uit te hollen. DNA moet daarom niet alleen vaststellen of Somohardjo persoonlijk gelijk heeft, maar vooral voorkomen dat een onduidelijke weigering uitgroeit tot een precedent. Transparantie, rechtsbescherming en parlementaire controle mogen niet afhankelijk zijn van de politieke of strafrechtelijke positie van individuele leden. De geloofwaardigheid van het parlement staat daarbij op het spel.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com