Al jaren wordt de Surinaamse bevolking een toekomst voorgehouden waarin olie en gas het land eindelijk uit de economische problemen zullen trekken. De verwachtingen zijn hooggespannen. Er wordt gesproken over miljardeninkomsten, economische groei en een nieuw tijdperk van welvaart. Maar achter al die beloftes schuilt een ongemakkelijke vraag, waarom wachten wij eigenlijk op rijkdom die nog moet komen, terwijl Suriname vandaag al over enorme economische rijkdom beschikt? Het lijkt alsof de nationale discussie volledig wordt gedomineerd door olie en gas. Alsof onze toekomst uitsluitend afhangt van wat zich diep onder de zeebodem bevindt. Dat is een gevaarlijke manier van denken. Niet omdat olie en gas geen kansen bieden, maar omdat het ons blind maakt voor de mogelijkheden die wij nu al in handen hebben. Suriname beschikt al decennialang over goud, hout, vruchtbare landbouwgronden, uitgestrekte visserijgebieden en tal van andere natuurlijke hulpbronnen. Deze sectoren leveren al inkomsten op en bieden duizenden mensen werk. Toch blijven zij achter in ontwikkeling. De vraag is niet waarom deze sectoren geen potentie hebben, maar waarom zij nooit de aandacht, investeringen en het beleid hebben gekregen die zij verdienen.
Te vaak kiezen opeenvolgende regeringen voor de belofte van morgen, terwijl de mogelijkheden van vandaag worden verwaarloosd. Dat is geen gebrek aan natuurlijke rijkdom, maar een gebrek aan visie. Economische ontwikkeling ontstaat niet vanzelf doordat er ergens olie wordt gevonden. Ontwikkeling ontstaat wanneer een land bewust investeert in productie, kennis, innovatie en ondernemerschap. Een van de grootste fouten die Suriname blijft maken, is het exporteren van grondstoffen zonder daar voldoende waarde aan toe te voegen. Goud wordt gewonnen en uitgevoerd. Hout verlaat het land vaak als onbewerkt product. Ook in de landbouw exporteren wij veel primaire producten, terwijl de echte winst juist zit in verwerking, verpakking, distributie en eindproducten. Daardoor vloeit een groot deel van de economische waarde naar het buitenland in plaats van naar de Surinaamse economie. Dat patroon moet worden doorbroken. Wanneer Suriname investeert in houtverwerking, voedselverwerking, moderne landbouw, duurzame visserij en lokale industrie, ontstaan er niet alleen meer banen, maar groeit ook de kennis, de innovatie en de economische zelfstandigheid van het land. Dan bouwen wij een economie die niet afhankelijk is van één enkele grondstof. Juist daarom is het gevaarlijk om olie en gas als de redding van Suriname te presenteren.
Over de hele wereld zijn er voorbeelden van landen die dankzij olie enorme inkomsten ontvingen, maar uiteindelijk achterbleven met economische ongelijkheid, corruptie en een economie die volledig afhankelijk werd van één sector. De zogenoemde grondstoffenvloek is geen theorie, het is een realiteit die zich in veel landen heeft bewezen. De echte uitdaging voor Suriname is daarom niet het vinden van olie, maar het verstandig beheren van de rijkdom die wij al bezitten. Dat vraagt om transparant bestuur, deskundige beleidsmakers, sterke instituten en politieke moed. Zonder die fundamenten zullen ook olie-inkomsten geen duurzame welvaart brengen. Integendeel, zij kunnen bestaande problemen zelfs vergroten. De discussie moet daarom verschuiven. Niet langer alleen praten over hoeveel miljarden olie en gas kunnen opleveren, maar vooral over hoe wij onze bestaande economische sectoren versterken. Waarom wordt de landbouw niet veel grootschaliger gemoderniseerd? Waarom investeren wij onvoldoende in innovatie binnen de goudsector? Waarom blijft de houtsector achter in hoogwaardige verwerking? Waarom stimuleren wij ondernemerschap niet veel krachtiger? Deze vragen verdienen minstens zoveel politieke aandacht als de olie-industrie.
Suriname heeft alles wat nodig is om economisch succesvol te zijn. De natuurlijke rijkdommen zijn aanwezig. De geografische ligging biedt kansen. De bevolking beschikt over talent en ondernemingszin. Wat ontbreekt, is een consistente langetermijnvisie waarin economische diversificatie centraal staat. Olie en gas kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van Suriname. Niemand ontkent dat. Maar zij mogen nooit de enige pijler onder onze economie worden. Een gezonde economie rust op meerdere sterke sectoren die elkaar aanvullen en versterken. Dat maakt een land weerbaar tegen internationale prijsdalingen, economische crises en politieke onzekerheid. De toekomst van Suriname begint daarom niet op het moment dat de eerste olie wordt opgepompt. Die toekomst begint vandaag. Zij begint met het moderniseren van de sectoren die al bestaan, het stimuleren van lokale productie, het creëren van werkgelegenheid en het behouden van meer economische waarde binnen onze eigen grenzen. Suriname hoeft niet te wachten op een wonder uit de diepzee. De rijkdom ligt al voor ons. De enige vraag die werkelijk telt, is of wij eindelijk de visie, discipline en politieke wil hebben om die rijkdom om te zetten in duurzame ontwikkeling voor het Surinaamse volk. Wie blijft wachten op olie, loopt het risico de kansen van vandaag voorgoed te verspelen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com