In de lange geschiedenis van milieupolitiek begon de Verenigde Staten ooit als voortrekker, met wetgeving die rivieren, luchtkwaliteit, bedreigde diersoorten en internationale natuurverdragen hoger op de politieke agenda plaatste. De brand op de Cuyahoga rivier en de olieramp bij Santa Barbara maakten eind jaren zestig duidelijk dat industriële macht zonder milieugrens een binnenlandse crisis kon worden. Uit die druk ontstonden instellingen en wetten die Washington tijdelijk het morele gezag gaven om ook internationaal richting te geven aan milieubescherming.
Europa liep aanvankelijk achter, omdat de Europese Economische Gemeenschap bij haar oprichting geen stevig milieumandaat had en pas later begon te bouwen aan eigen groene bevoegdheden. Vanaf de jaren negentig kantelde dat beeld, toen de Europese Unie klimaatbeleid begon te gebruiken als diplomatiek instrument en als bewijs dat economische macht ook via regels kan worden uitgeoefend. Bij het Kyoto protocol zette Brussel zich neer als serieuze klimaatmacht, juist op het moment dat Washington door binnenlandse verdeeldheid steeds moeilijker internationale verplichtingen kon dragen.
Die trans Atlantische verhouding werd daarna een slingerbeweging van samenwerking, terugtrekking en wederzijds wantrouwen. Barack Obama bracht de Verenigde Staten terug in het klimaatgesprek, met nauwere samenwerking via energieoverleg en uiteindelijk de weg naar het klimaatakkoord van Parijs in 2015. Dat akkoord gaf de wereld even het beeld dat Amerika en Europa samen de ruggengraat konden vormen van een nieuwe klimaatorde.
De verkiezing van Donald Trump in 2016 brak dat evenwicht open, omdat Washington niet alleen uit Parijs wilde stappen, maar ook tientallen milieuregels begon af te bouwen. Europa gebruikte die Amerikaanse terugtrekking om zichzelf steviger te positioneren en lanceerde in 2019 de Green Deal als route naar klimaatneutraliteit in 2050. Met de Europese Klimaatwet en het pakket Fit for 55 werd de groene transitie niet langer gepresenteerd als idealisme, maar als kern van industriële strategie, wetgeving en mondiale invloed.
Joe Biden bracht daarna tijdelijk herstel in de relatie, omdat de Verenigde Staten opnieuw toetraden tot het akkoord van Parijs en met de Inflation Reduction Act honderden miljarden dollars richting schone energie, batterijen, elektrische voertuigen en klimaatindustrie stuurden. Die wet werd in Europa echter niet alleen gezien als klimaatbeleid, maar ook als industriepolitiek die bedrijven en investeringen uit de Europese markt kon wegzuigen. Brussel reageerde daarom met eigen plannen voor groene industrie, soepeler staatssteun en meer nadruk op strategische autonomie, waardoor samenwerking opnieuw concurrentie werd.
Met Trumps terugkeer naar het Witte Huis in Januari 2025 veranderde de toon opnieuw in openlijke confrontatie. Zijn regering trok de Verenigde Staten voor de tweede keer terug uit het akkoord van Parijs en zette een agressieve deregulering in, inclusief de ontmanteling van de zogenoemde Endangerment Finding, die sinds 2009 de juridische basis vormde voor federale regulering van broeikasgassen. De Amerikaanse milieudienst presenteerde die stap zelf als een van de grootste dereguleringen in de Amerikaanse geschiedenis, waardoor het signaal naar de wereld glashelder werd.
De gevolgen reiken verder dan Washington, omdat Amerika niet alleen zijn eigen klimaatambitie terugschroeft, maar ook druk uitoefent op Europa’s groene wetgeving, energiebeleid en handelspositie. De spanning rond tarieven, industrie en energie kreeg een nieuwe lading toen de Europese Unie zich in een bredere handelsdeal committeerde aan grote aankopen van Amerikaanse energie, waaronder olie, LNG en nucleaire brandstof. Critici zien daarin een gevaarlijke terugkeer naar fossiele afhankelijkheid, ditmaal niet van Rusland, maar van een bondgenoot die zich steeds vaker gedraagt als economische tegenstander.
Binnen Europa zelf is de groene eensgezindheid ook minder stevig dan enkele jaren geleden. De Omnibus vereenvoudiging van duurzaamheidsregels moet bedrijven minder administratieve druk geven, maar raakt tegelijk aan de kracht van wetten rond rapportage, ketenverantwoordelijkheid en klimaatplicht van ondernemingen. Het Europees Parlement beschrijft dit pakket als een vereenvoudiging van CSRD en CSDDD, terwijl maatschappelijke organisaties en juridische experts waarschuwen dat te veel afzwakking de kern van de Green Deal kan uithollen.
Toch is Europa niet volledig teruggetreden, omdat het nieuwe klimaatdoel voor 2040 de ambitie formeel overeind houdt. De Europese Klimaatwet bevat inmiddels een doel van 90 procent netto emissiereductie in 2040 ten opzichte van 1990, met ruimte voor binnenlandse reductie en een beperkt aandeel internationale koolstofkredieten. Die flexibiliteit maakt het akkoord politiek haalbaarder, maar laat tegelijk zien dat klimaatleiderschap tegenwoordig niet meer alleen wordt gemeten aan ambitie, maar ook aan de prijs die regeringen bereid zijn te dragen.
Suriname moet dit machtsspel en de klimaatdiscussie goed analyseren, met name de wijze waarop deze grote economieën regels inzetten om markten te sturen. Suriname met haar olievooruitzichten, bossen, waterkracht, landbouwpotentie en een kwetsbare importstructuur moet begrijpen dat klimaatbeleid steeds meer een handels, energie en investeringsaangelegenheid is. Beleidsmakers en ondernemers die te laat anticiperen op koolstofgrenzen, duurzaamheidsrapportage, groene financiering en veranderende energieketens, zullen straks niet worden verrast door het klimaat, maar door de marktregels die namens het klimaat worden opgelegd.
De oude droom van een gezamenlijke groene agenda tussen Amerika en Europa is daarmee veranderd in een harde machtsstrijd over industrie, energie, regels en geopolitieke afhankelijkheid. Washington trekt onder Trump richting fossiele expansie en deregulering, terwijl Brussel probeert zijn groene macht te behouden zonder zijn industrie en sociale draagvlak te verliezen. De vraag is niet langer alleen wie de aarde wil redden, maar wie de standaarden schrijft waaraan de rest van de wereld straks moet voldoen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com