De regering en de onderwijsbonden spreken opnieuw met elkaar over de problemen binnen het onderwijs. Tijdens een overleg op maandag 28 september op het Kabinet van de President werd gesproken over de positie van leerkrachten en verschillende knelpunten die al geruime tijd spelen. De toon na afloop was positief en diplomatiek, maar achter de woorden als constructief overleg en samen oplossen ligt een hardnekkige realiteit, een belangrijk deel van de afspraken moet nog altijd worden uitgevoerd. Aan tafel zaten vertegenwoordigers van de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname (FOLS), de Bond van Leraren (BvL), de Alliantie voor Leerkrachten in Suriname (ALS) en het Syndicaat voor Onderwijsgevenden in Suriname (SOS). Vanuit de regering namen president Jennifer Simons, minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken en minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning deel aan het overleg. Ook deskundigen van het Kabinet van de President en de betrokken ministeries waren aanwezig. De brede vertegenwoordiging aan beide zijden onderstreept dat de problemen binnen het onderwijs niet langer als een zaak van alleen het ministerie van Onderwijs kunnen worden beschouwd.
Zodra personeelsbeleid, arbeidsvoorwaarden, financiële afspraken en de uitvoering van eerder gemaakte overeenkomsten samenkomen, ligt de verantwoordelijkheid bij meerdere ministeries. Dat maakt de coördinatie belangrijk, maar vergroot tegelijkertijd het risico dat afspraken tussen verschillende overheidsdiensten blijven hangen in procedures en overlegstructuren. President Simons sprak na afloop van een goed gesprek waarin de verschillende aandachtspunten van de bonden zijn besproken. Volgens haar moeten enkele zaken versneld worden uitgewerkt. De bonden schuiven dinsdag 29 september opnieuw aan bij minister Currie. Daarmee krijgt het overleg direct een vervolg. Toch is snelheid precies het punt waarop eerdere afspraken hun waarde moeten bewijzen. In juni werd al een overeenkomst tussen de regering en de onderwijsorganisaties ondertekend. Dat minister Currie nu opnieuw met de bonden om tafel gaat om vast te stellen welke onderdelen van die overeenkomst nog openstaan, laat zien dat ondertekening en uitvoering twee verschillende zaken zijn. Het ministerie van Onderwijs wil de overeenkomst gezamenlijk doornemen en nagaan welke punten zijn afgehandeld en welke nog moeten worden uitgevoerd.
Dat klinkt administratief, maar voor leerkrachten gaat het om zaken die direct invloed hebben op hun arbeidsomstandigheden en vertrouwen in de overheid. Een overeenkomst krijgt pas betekenis wanneer afspraken zichtbaar worden uitgevoerd en niet wanneer ze alleen op papier bestaan. Ook minister Bee erkent dat er pijnpunten zijn. Volgens hem is het overleg constructief verlopen en zullen de problemen gezamenlijk worden aangepakt. De president heeft opdracht gegeven een werkgroep samen te stellen. Binnenlandse Zaken zal de coördinatie op zich nemen, in samenwerking met Onderwijs en met betrokkenheid van de onderwijsbonden. Een nieuwe werkgroep kan helpen om verantwoordelijkheden duidelijker vast te leggen, maar het onderwijsveld heeft inmiddels vooral behoefte aan uitvoering. Het risico bestaat dat opnieuw een extra overleglaag ontstaat terwijl bestaande afspraken nog niet volledig zijn afgehandeld. Het succes van de werkgroep zal daarom niet worden bepaald door het aantal vergaderingen, maar door de concrete resultaten die daaruit voortkomen. De regering benadrukt dat zij de rust in het onderwijsveld wil behouden. Dat is begrijpelijk, maar rust kan geen doel op zichzelf worden. Duurzame rust ontstaat niet doordat conflicten tijdelijk worden gedempt of doordat partijen elkaar opnieuw aan tafel treffen.
Rust ontstaat wanneer afspraken betrouwbaar worden nagekomen, problemen tijdig worden opgelost en leerkrachten vertrouwen hebben in de manier waarop de overheid met hun belangen omgaat. De houding van de bonden wordt door minister Bee als constructief omschreven. Dat biedt ruimte voor verdere onderhandelingen. Tegelijkertijd mag een constructieve houding van vakorganisaties niet worden verward met het verdwijnen van hun belangen of eisen. Vakbonden hebben juist de taak om druk te blijven uitoefenen wanneer afspraken onvoldoende worden uitgevoerd. Het overleg van maandag kan daarom worden gezien als een nieuwe poging om een dossier dat al langer onder spanning staat verder te brengen. De politieke en bestuurlijke mededeling is voorlopig positief, partijen praten met elkaar, erkennen knelpunten en willen gezamenlijk naar oplossingen zoeken. Maar uiteindelijk zal niet de kwalificatie constructief bepalen of dit overleg succesvol is geweest. De doorslag geeft wat er daadwerkelijk verandert op de werkvloer. De komende gesprekken zullen moeten uitwijzen of de afspraken uit juni eindelijk volledig worden vertaald naar concrete maatregelen en of de aangekondigde werkgroep daadwerkelijk tot oplossingen leidt. Voor het onderwijsveld is het verschil tussen overleg en resultaat inmiddels duidelijk. Nieuwe afspraken hebben pas waarde wanneer ze worden uitgevoerd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com