De rust binnen het Viskeuringsinstituut (VKI) is volledig verstoord nadat directeur Juliette Colli-Wongsoredjo met onmiddellijke ingang haar functie heeft neergelegd. Haar vertrek volgt op een hoogopgelopen conflict met de Raad van Toezicht (RvT), waarbij fundamentele meningsverschillen over beleid, governance en de wettelijke rolverdeling binnen het instituut uiteindelijk tot een breuk hebben geleid. Wat begon als interne spanningen over de aansturing van het VKI, is uitgegroeid tot een bestuurlijke crisis met nationale dimensies, waarbij beschuldigingen, tegenmaatregelen en communicatie richting de hoogste politieke niveaus elkaar in snel tempo hebben opgevolgd. In een formele brief aan de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) stelt Colli-Wongsoredjo dat de situatie onhoudbaar werd na uitlatingen van de secretaris van de Raad van Toezicht. Volgens haar zouden deze uitspraken zonder verificatie zijn gedaan en vervolgens breed zijn verspreid, onder meer richting de president en verschillende sectororganisaties. Opvallend is dat de directeur aangeeft dat noch de Raad van Toezicht als collectief orgaan, noch de minister publiekelijk afstand heeft genomen van deze informatie.
Dat stilzwijgen zou volgens haar hebben bijgedragen aan een onherstelbare vertrouwensbreuk, waardoor zij zich uiteindelijk genoodzaakt zag haar functie neer te leggen. Nog op dezelfde dag kwam de Raad van Toezicht met een stevig tegenoffensief. In een officieel besluit werd de directeur op verplicht verlof geplaatst, met behoud van salaris en arbeidsvoorwaarden. De maatregel werd gemotiveerd als een tijdelijke ordemaatregel, bedoeld om ruimte te creëren voor een onafhankelijk onderzoek naar het functioneren en de interne processen van het VKI. Volgens de RvT is het besluit gebaseerd op rapportages van zowel de raad zelf als een zogenoemd Quick Scan Team. Daarin wordt gewezen op mogelijke tekortkomingen in financieel beheer, interne controle en governance. Tegelijkertijd benadrukt de raad dat deze stap géén disciplinaire sanctie inhoudt en geen definitief oordeel vormt over het persoonlijk functioneren van de directeur.
Achter de formele verklaringen schuilt een dieper conflict over de vraag wie de koers van het VKI bepaalt, het bestuur of het toezichtorgaan. Colli-Wongsoredjo stelt dat de voortdurende inmenging en interpretatieverschillen haar structureel hebben belemmerd in het uitvoeren van haar wettelijke taken. Daartegenover staat een Raad van Toezicht die juist wijst op de noodzaak van correct bestuur, transparantie en financiële controle. Volgens de raad zijn de genomen stappen noodzakelijk om de integriteit en werking van het instituut te waarborgen. In haar verdediging benadrukt de inmiddels vertrekkende directeur dat het VKI onder haar leiding sinds de oprichting in 2007 heeft voldaan aan internationale standaarden. Ze stelt dat Suriname dankzij het instituut gevrijwaard is gebleven van mogelijke sancties, waaronder een blacklisting van visserijproducten. Volgens haar zijn deze prestaties herhaaldelijk bevestigd tijdens internationale audits, waaronder die van de Europese Unie. Daarmee suggereert ze dat de huidige bestuurlijke crisis niet alleen interne gevolgen heeft, maar ook de internationale geloofwaardigheid van het VKI kan raken. is dit een noodzakelijke ingreep om structurele problemen bloot te leggen, of het gevolg van een dieper institutioneel conflict dat al langer onder de oppervlakte borrelde?
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com