De Caribische landbouw kan recordoogsten afleveren en toch blijven kampen met lege winkels, hoge voedselprijzen en een gevaarlijke afhankelijkheid van import, zolang landbouwproducten niet snel tussen de eilanden kunnen worden vervoerd en boeren geen toegang krijgen tot financiering die rekening houdt met de kwetsbaarheid van de regio. Ministers uit Jamaica, Barbados, Belize en Saint Lucia waarschuwen daarom dat hogere productie slechts een onderdeel van voedselzekerheid vormt, aangezien gebrekkige scheepvaartverbindingen, beperkte koelcapaciteit, uiteenlopende handelsregels en moeizame kredietverlening voorkomen dat regionale oogsten de consument tijdig bereiken.
Tijdens een plenaire bijeenkomst op 28 september binnen de Caribbean Week of Agriculture in Jamaica beoordeelden de bewindslieden de voortgang van het regionale voedselprogramma Vision 25 bij 2025 plus 5, waarbij de aandacht nadrukkelijk werd verlegd van politieke doelstellingen naar praktische uitvoering tot 2030. De bijeenkomst maakte duidelijk dat de regio inmiddels meer voedsel produceert, maar dat transport, opslag, verwerking, financiering en grensafhandeling niet in hetzelfde tempo zijn ontwikkeld. Daardoor dreigt een kostbare situatie waarin het ene land met onverkochte overschotten blijft zitten, terwijl een ander eiland dezelfde producten tegen hoge prijzen van buiten het Caribisch gebied invoert.
Belizees landbouwminister Rodwell Ferguson stelde dat Caribische landen nog altijd onvoldoende met elkaar handelen, ondanks jarenlange verklaringen over regionale samenwerking en economische integratie. Zijn boodschap kwam erop neer dat landen elkaar alleen kunnen helpen overleven wanneer zij niet uitsluitend nationale productieplannen maken, maar eveneens afspraken sluiten over afzet, transport en wederzijdse markttoegang. De regio heeft daarom meer nodig dan goede oogsten, omdat voedselzekerheid pas ontstaat wanneer graan, fruit, groenten, pluimvee, rundvlees, zuivel, wortelgewassen, knolgewassen en kleine herkauwers efficiënt van productiegebieden naar markten met tekorten kunnen worden gebracht.
Het grootste knelpunt ligt bij de verbinding tussen de eilanden, aangezien betrouwbare luchtverbindingen en betaalbare scheepvaartroutes voor landbouwproducten nog altijd onvoldoende beschikbaar zijn. Koelinstallaties, regionale distributiecentra en moderne opslagplaatsen zijn eveneens noodzakelijk om bederf tegen te gaan en seizoensoverschotten langer verkoopbaar te houden. Zonder zulke voorzieningen kan een hogere productie zelfs nieuwe verliezen veroorzaken, omdat boeren hun oogst niet tijdig kunnen verkopen en uiteindelijk minder geld overhouden om het volgende seizoen opnieuw te investeren.
Saint Luciaans landbouwminister Lisa Jawahir wees daarnaast op de verschillende kwaliteitsnormen en toelatingseisen waarmee producenten binnen afzonderlijke Caribische markten worden geconfronteerd. Een ondernemer die een verwerkt landbouwproduct in Saint Lucia vervaardigt, moet soms voor ieder exportland opnieuw aantonen dat hetzelfde product aan nationale voorschriften voldoet, waardoor kleine bedrijven met extra kosten en vertraging worden belast. Geharmoniseerde normen kunnen deze handelsbarrières verkleinen, regionale producten een eerlijkere positie geven en voorkomen dat buitenlandse goederen gemakkelijker toegang krijgen tot Caribische markten dan voedsel dat binnen de regio is geproduceerd.
Jamaica laat zien hoeveel productie mogelijk is wanneer landbouw structureel wordt ondersteund, aangezien het land jarenlang ongeveer 600.000 ton binnenlandse productie per jaar realiseerde en in het seizoen 2022 en 2023 een record van 841.000 ton bereikte. Zelfs nadat orkaan Melissa het laatste kwartaal van het daaropvolgende productiejaar grotendeels vernietigde, boekte Jamaica nog altijd het op een na hoogste productieniveau uit zijn geschiedenis. Die cijfers tonen zowel de kracht als de kwetsbaarheid van de sector, omdat één zware storm binnen enkele uren investeringen, gewassen, infrastructuur en inkomsten van duizenden landbouwers kan wegvagen.
De verwoesting door de orkaan heeft Jamaica ertoe gebracht meer nadruk te leggen op voorbereiding voordat een ramp toeslaat, in plaats van telkens kostbare herstelprogramma’s te starten nadat de schade al is ontstaan. Landbouwgrond is gereserveerd voor jongeren en vrouwen, terwijl een tijdelijke vrijstelling van leasebetalingen en een ondernemingswedstrijd nieuwe producenten moeten aantrekken en innovatie moeten stimuleren. Een toekomstbestendig voedselsysteem vraagt volgens deze benadering niet alleen om herstel van wat verloren is gegaan, maar om investeringen waarmee bedrijven sterker uit de volgende klimaatschok kunnen komen.
Een tweede breekpunt ligt bij de manier waarop landbouwprojecten door banken en internationale instellingen worden beoordeeld, omdat traditionele kredietmodellen nauwelijks aansluiten op kleine eilandstaten met beperkte markten, weinig onderpand en een grote blootstelling aan orkanen, droogte en overstromingen. Kleine boeren beschikken vaak over grond, kennis en afzetmogelijkheden, maar krijgen geen lening omdat hun bezit onvoldoende formeel is vastgelegd of omdat klimaatrisico’s de financiering volgens banken te onzeker maken. De sector blijft daardoor gevangen in een systeem waarin juist de ondernemers die regionale voedselzekerheid moeten opbouwen het moeilijkst aan kapitaal kunnen komen.
Barbadiaans landbouwminister Shantal Munro Knight riep op tot investeringspartners die de bijzondere economische en klimatologische omstandigheden van het Caribisch gebied werkelijk begrijpen. Haar Jamaicaanse collega Floyd Green ging verder en stelde dat de regio niet langer in een verouderd financieringsmodel mag worden gedwongen dat voor grotere en minder kwetsbare economieën is ontworpen. Een passend stelsel zou ruimte moeten bieden aan gunstige looptijden, klimaatzekere leningen, garantiefondsen, betaalbare verzekeringen en kredietvoorwaarden die rekening houden met het feit dat een levensvatbaar landbouwbedrijf door één natuurramp tijdelijk zijn volledige productie kan verliezen.
De discussie laat zien dat voedselzekerheid niet kan worden teruggebracht tot het aantal tonnen dat van het land wordt gehaald, omdat productie zonder afzetmarkt, koeling, transport en financiering nauwelijks bescherming biedt tegen internationale prijsstijgingen en verstoringen van de aanvoer. Regionale voedselhubs, betere verbindingen tussen eilanden, snellere grensprocedures, gezamenlijke kwaliteitsnormen, technische scholing en een sterker ecosysteem voor landbouwtechnologie vormen daarom geen losse wensen, maar onderdelen van één samenhangend systeem. De komende jaren zullen uitwijzen of regeringen bereid zijn deze infrastructuur daadwerkelijk te bouwen of opnieuw genoegen nemen met conferenties, verklaringen en doelstellingen die op papier indrukwekkender zijn dan op het landbouwveld.
Suriname kan binnen deze regionale omslag een veel grotere rol vervullen door zijn beschikbare landbouwgrond, zoetwaterreserves en productiepotentieel te verbinden aan gegarandeerde Caribische afzetmarkten, maar daarvoor zijn betrouwbare kwaliteitscontroles, gekoelde opslag, verzekerbare productie en vaste zeeverbindingen onmisbaar. Gerichte kredietgaranties kunnen lokale boeren en verwerkers helpen investeren in machines, verpakking en certificering, terwijl vooraf gesloten afnameovereenkomsten het risico verkleinen dat producten na de oogst zonder koper achterblijven. Een landbouwbeleid dat uitsluitend meer productie verlangt zonder transport, marktinformatie en financiering te organiseren, schuift het ondernemersrisico volledig naar de boer en zal de voedselrekening van het land nauwelijks structureel verlagen.
De Caribische regio staat daarmee voor een eenvoudige maar harde keuze, aangezien landen kunnen blijven importeren wat hun eigen boeren onder betere omstandigheden zouden kunnen produceren, verwerken en verhandelen, of gezamenlijk een markt kunnen bouwen die regionale voedselproductie werkelijk beloont. Vision 25 bij 2025 plus 5 krijgt pas betekenis wanneer een boer toegang heeft tot geld, zijn oogst gekoeld kan opslaan, aan dezelfde normen kan voldoen en zijn producten zonder onnodige blokkades naar een ander eiland kan verschepen. Voedselzekerheid ontstaat uiteindelijk niet door meer te beloven of alleen meer te planten, maar door ervoor te zorgen dat iedere succesvolle oogst ook daadwerkelijk terechtkomt bij de mensen die ervan afhankelijk zijn.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com