Met de opmars van digitale economie, grensoverschrijdende handel, e commerce, digitale diensten en centralebankgeld komt BRICS+ steeds nadrukkelijker in beeld als een blok dat niet alleen praat over een andere wereldorde, maar via interoperabele digitale munten een praktisch spoor zoekt om internationale betalingen sneller, goedkoper en minder afhankelijk van traditionele westerse infrastructuur te maken. De discussie over Central Bank Digital Currencies, kortweg CBDC’s, raakt daarmee niet langer alleen technische innovatie binnen centrale banken, maar schuift op naar het hart van geopolitiek, monetair beleid, betalingssoevereiniteit en de vraag wie in de komende decennia de financiële rails van de wereldeconomie beheert. Voor opkomende economieën kan een platform waarop nationale digitale munten met elkaar kunnen samenwerken een van de meest concrete bijdragen worden aan een nieuwe financiële architectuur, omdat het niet meteen vraagt om één gemeenschappelijke munt, maar wel om betere verbindingen tussen bestaande nationale geldsystemen.
De wereldwijde CBDC ontwikkeling bevindt zich nog in een vroege, maar strategisch belangrijke fase, omdat slechts enkele landen al een volledig publieke retail CBDC hebben ingevoerd. De Bahama’s lanceerden in 2020 de Sand Dollar als eerste nationale CBDC, Nigeria volgde in 2021 met de eNaira met financiële inclusie als belangrijk doel en Jamaica introduceerde in 2022 JAM DEX. Deze voorbeelden tonen dat kleinere en opkomende economieën niet per definitie achterlopen in financiële technologie, maar soms juist sneller experimenteren met digitaal centralebankgeld omdat traditionele banktoegang, eilandstructuren, dure betalingen en beperkte financiële inclusie hun systemen kwetsbaar maken.
Het meest besproken proefmodel voor internationale CBDC samenwerking is mBridge, een platform dat centrale banken en monetaire autoriteiten uit China, Hongkong, Thailand, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi Arabië en de Bank for International Settlements samenbracht om grensoverschrijdende betalingen via meerdere digitale centralebankmunten te testen. De deelnemers hebben stuk voor stuk een relatie met de bredere BRICS sfeer, omdat China kernlid is, de Verenigde Arabische Emiraten zijn toegetreden tot de groep, Saudi Arabië werd uitgenodigd en Thailand binnen de bredere partnerschapszone past. Dat maakt mBridge belangrijker dan een technisch experiment, omdat het laat zien hoe landen buiten de klassieke dollarroute zoeken naar betaalrails die transacties sneller kunnen afwikkelen en minder afhankelijk kunnen maken van correspondentbanken en westerse financiële knooppunten.
Na de BRICS top in Moskou in 2024 kreeg de vraag meer gewicht of het succes van mBridge als model kan dienen voor een eigen BRICS traject rond CBDC interoperabiliteit. De Bank for International Settlements droeg de verdere ontwikkeling van mBridge uiteindelijk over aan de deelnemers, terwijl het project volgens de aangeleverde informatie nog meerdere jaren verwijderd is van volledige afronding. Toch heeft het systeem al bewezen dat grensoverschrijdende CBDC transacties technologisch haalbaar zijn en dat zulke modellen voordelen kunnen opleveren voor landen die minder frictie, lagere kosten en meer controle over internationale betalingen willen.
Andere BRICS landen zijn eveneens actief in vergelijkbare trajecten, omdat Zuid Afrika samen met Maleisië deelneemt aan Project Dunbar, waarin ook Australië, Singapore en de Bank for International Settlements werken aan een platform voor meervoudige CBDC transacties. China draait met de e CNY het grootste CBDC proefproject ter wereld, verspreid over zeventien provinciale regio’s, terwijl India met de digitale roepie zowel wholesale als retail pilots uitvoert en toepassingen verkent rond staatsbetalingen en bredere economische functies. De Eastern Caribbean Currency Union liep regionaal eveneens vooruit met DCash, dat in 2021 werd gelanceerd en betalingen binnen de unie mogelijk maakte via een private blockchain op Google Cloud, maar het project werd in 2024 stopgezet na systeemstoringen om lessen te trekken voor een verbeterde tweede versie.
De BRICS discussie over digitale betalingen moet worden gezien tegen de achtergrond van geopolitieke druk, sancties, dollarafhankelijkheid en de zoektocht naar betrouwbaardere settlementmechanismen tussen opkomende economieën. Rusland presenteerde tijdens zijn BRICS voorzitterschap in 2024 een visie op verbetering van het internationale monetaire en financiële systeem, waarin werd gepleit voor distributed ledger technologie, financiële berichtgeving en betalingen via tokens die kunnen worden gedekt door nationale valuta of CBDC’s. Volgens die benadering kan een dergelijk model kredietrisico verminderen, verwerkingstijd verkorten en transactiekosten terugbrengen tot ongeveer 1 à 2 procent van vergelijkbare traditionele operaties.
De mogelijke economische impact is aanzienlijk, omdat berekeningen binnen de aangeleverde analyse suggereren dat BRICS landen tot USD 15 miljard per jaar kunnen besparen wanneer de helft van hun grensoverschrijdende betalingen via digitale ledger oplossingen zou verlopen. Dat bedrag verklaart waarom de discussie over CBDC’s niet alleen door technici en centrale bankiers wordt gevoerd, maar ook door geopolitieke strategen en beleidsmakers die zoeken naar alternatieven voor dure, trage en politiek kwetsbare betalingskanalen. India zou volgens mediaberichten tijdens zijn BRICS voorzitterschap in 2026 extra aandacht willen geven aan de koppeling van nationale CBDC systemen, al is daar volgens de aangeleverde tekst nog geen officiële bevestiging van gegeven.
De veelbesproken BRICS munt blijft voorlopig op de achtergrond, omdat vertegenwoordigers publiekelijk liever spreken over betrouwbare betalingsmechanismen dan over een directe gemeenschappelijke munt die politiek, monetair en technisch veel moeilijker uitvoerbaar is. Toch blijft het idee rond een gezamenlijke rekeneenheid, reservefunctie of digitale transactiemunt terugkomen in expertkringen, waarbij het eerdere R5 concept verwees naar de renminbi, roebel, rand, real en rupee van de oorspronkelijke BRICS landen. Een digitale CBDC route kan deze discussie realistischer maken, omdat landen onderling kunnen afrekenen zonder meteen hun nationale munten op te geven of een fysieke gemeenschappelijke munt te creëren.
De Braziliaanse econoom Paulo Nogueira Batista Jr. verdedigt precies die denkrichting, waarin een gemeenschappelijke BRICS munt vooral zou dienen voor grensoverschrijdende transacties en als reserveactivum, parallel aan nationale munten en zonder bankbiljetten of munten in fysieke vorm. In zo een model wordt de gemeenschappelijke munt geen vervanger van nationale monetaire soevereiniteit, maar een digitale laag boven bestaande systemen die handel, reserves en settlement binnen BRICS+ efficiënter maakt. Dat maakt de CBDC route politiek aantrekkelijker, omdat zij minder gevoelig ligt dan één harde munt en tegelijk wel kan bijdragen aan vermindering van dollarafhankelijkheid.
De Surinaamse overheid moet deze ontwikkeling volgen, omdat digitale centralebankmunten, stablecoins, tokenisatie en nieuwe betaalplatformen uiteindelijk ook staten zullen raken via handel, remittances, investeringen, grensoverschrijdende betalingen en financiële toezichtsvragen. Een Caribische economie die straks meer olie inkomsten, buitenlandse kapitaalstromen en digitale dienstverlening moet beheren, heeft belang bij betaalinfrastructuur die betrouwbaar, veilig, snel en goed gereguleerd is, zonder zich blind te verbinden aan systemen die zij niet begrijpt of niet kan controleren. De verstandigste houding ligt in technische voorbereiding, regionale samenwerking, versterking van de centrale bank, duidelijke cryptoregels en een nuchtere analyse van welke digitale betaalvormen werkelijk waarde toevoegen aan de Surinaamse economie.
De CBDC route van BRICS+ laat uiteindelijk zien dat de strijd om de financiële wereldorde niet alleen wordt gevoerd met reservevaluta’s, handelsblokken en politieke verklaringen, maar ook met code, wallets, grootboeken, settlementlagen en digitale koppelingen tussen centrale banken. Een geloofwaardig interoperabel CBDC platform kan transactiekosten verlagen, betalingen versnellen, transparantie vergroten, veiligheid verbeteren en opkomende economieën meer zeggenschap geven over de technische infrastructuur van internationale handel. De grote vraag blijft echter of BRICS+ in staat is om voorbij de retoriek van multipolariteit te gaan en werkelijk een betrouwbaar, juridisch stevig, geopolitiek houdbaar en technologisch robuust systeem te bouwen dat de wereld niet alleen een alternatief belooft, maar het ook laat functioneren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com