In New Delhi krijgt India als voorzitter van BRICS in 2026 de kans om landbouw van bijzaak naar hoofdroute te trekken, nu wereldhandel steeds vaker wordt gestuurd door onzekerheid, sanctiedruk en geopolitieke blokvorming. Het blok telt inmiddels elf leden, waaronder grote voedsel en grondstofspelers als Brazilië, Rusland, India, China, Zuid Afrika, Saudi Arabië, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Ethiopië, Indonesië en Iran, en die mix maakt van landbouw een strategische hefboom in plaats van een sociaal thema. India zelf heeft bij de start van het voorzitterschap benadrukt dat de samenwerking de gezamenlijke potentie moet mobiliseren voor breder mondiaal welzijn, en in zo’n frame hoort voedselzekerheid automatisch vooraan te staan.
De landbouwkracht binnen BRICS zit niet alleen in volume, maar in diversiteit, omdat de leden uiteenlopende systemen hebben die samen vrijwel het hele spectrum afdekken, van grootschalige exportgewassen tot kleinschalige voedselproductie en intensieve tuinbouw. Dat betekent dat het blok tegelijk kan sturen op beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit, maar alleen wanneer het de gaten tussen productie en toegang dichtloopt via logistiek, opslag en markttoegang. Het debat verschuift daarmee van meer hectares naar slimmer organiseren, met technologie, standaardisering en financiering als knoppen waar BRICS collectief aan kan draaien.
De zwakke plek blijft dat landbouwinnovatie ongelijk verdeeld is en dat veel winst verdampt in de keten, door verliezen na de oogst, slechte prijsinformatie en beperkte toegang tot krediet en verzekeringen. Een gezamenlijke onderzoeks en kennisstructuur, aangevuld met afspraken over zaaizaad, gewasbescherming en kwaliteitsnormen, zou juist in BRICS sneller schaal kunnen krijgen omdat de markt groot genoeg is om standaarden te laten werken. In het stuk over een BRICS landbouwagenda wordt daarom gepleit voor platforms die kennis delen, data inzetten en boerencollectieven sterker koppelen aan afzet, zodat opbrengst en inkomen minder afhankelijk worden van toeval en tussenhandel.
De urgentie wordt extra hard door het nieuws van vandaag, omdat de VS en Israël aanvallen op Iran hebben uitgevoerd en de regio direct in escalatiestand staat, met nervositeit rond energiestromen en bredere verstoring van handelsroutes. Als conflicten in en rond olie en vaarroutes opspelen, stijgen transportkosten, worden verzekeringen duurder en krijgt importafhankelijke voedselvoorziening sneller een prijs en beschikbaarheidsrisico. Dat maakt het logisch dat BRICS landbouw niet alleen als ontwikkelingstaal voert, maar als een veiligheidslaag die de schokken van geopolitiek moet opvangen.
Suriname moet deze ontwikkelingen volgen, omdat mensen hier direct merken wat er gebeurt zodra brandstof, transport en wisselkoers tegelijk duurder worden. Daarom is het strategisch goed om nu meer geld en aandacht te steken in landbouw, met meer productie van rijst, groenten, cassave en veeteelt, en met extra koeling, opslag en verwerking, zodat import niet telkens de noodoplossing hoeft te zijn. Probeer binnen negentig dagen, nu er opnieuw geld wordt geleend, een voedselzekerheidsplan per district vast te leggen. Van de recent uitgebreide staatsobligatie van 265 miljoen Amerikaanse dollar wordt ongeveer 180 miljoen ingezet voor sociale en economische projecten, en daarbinnen hoort landbouw een plek te krijgen met prioritaire teelten en concrete doelen voor irrigatie, zaaigoed, aanvoer van inputs en afnamecontracten. De oorlog van vandaag laat zien hoe snel leveringen kunnen vastlopen, waardoor eigen productie en ketenbeheer geen luxe meer zijn.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com