Midden in het uitgestrekte São Paulo groeit een koffieveld dat tegelijk onverwacht en strategisch is. Juist in een van de grootste steden van Latijns Amerika wordt nu getest welke koffieplanten de volgende klimaatschok kunnen overleven. Op het terrein van het Biologisch Instituut in Vila Mariana zijn deze week ongeveer 1.500 nieuwe koffiestruiken toegevoegd aan een bestaande aanplant. Deze aanplant telde al meer dan 2.000 planten. Het doel is rassen naast elkaar te volgen onder dezelfde stedelijke en agronomische omstandigheden. Daarbij richten de onderzoekers zich vooral op arabica varianten die beter bestand zijn tegen plagen, koffieroest en drogere periodes. Brazilië is daarbij nog altijd de grootste producent van arabica ter wereld. Bovendien behoort het land ook tot de absolute top in canephora. Daaronder vallen robusta en conilon.
Achter dat groene stadsbeeld schuilt een lange verdedigingslinie van de Braziliaanse koffiesector. Het instituut werd in de jaren twintig opgericht in reactie op de verwoestende opmars van de koffiebesboorder die opbrengsten in São Paulo aantastte. Het instituut groeide later uit tot een centrum. Hier werden niet alleen plagen, maar ook bodem, ziekten, teeltomstandigheden en biologische bestrijding systematisch onderzocht. Het stedelijke koffieveld is daarbij een levend laboratorium dat al sinds de jaren vijftig een vaste rol speelt in dat werk. Juist die combinatie van geschiedenis en onderzoek maakt deze plek relevant. Het debat over koffie gaat allang niet meer alleen over smaak en export. Tegenwoordig draait het over overleving van de teelt zelf.
De urgentie is groot geworden doordat koffieplanten, en vooral arabica, steeds harder worden geraakt door hogere temperaturen, grilliger regenpatronen en een toenemende druk van ziekten en insecten. World Coffee Research stelt dat opwarming, onvoorspelbare neerslag en nieuwe plagen de wereldwijde koffievoorziening onder druk zetten. Eerder onderzoek van dezelfde organisatie liet al zien dat arabica zich sneller zal moeten aanpassen aan hitte en droogte. In São Paulo krijgt die wereldwijde dreiging nu een tastbare vorm. Dat komt doordat een deel van de nieuwe aanplant expliciet is geselecteerd op tolerantie voor watertekort. Ook wordt gelet op het vermogen om met opgevangen regenwater beter stand te houden. Dit is belangrijk wanneer grondwater schaarser wordt.
Voor de koffiemarkt is dat belangrijker dan een charmant stadsverhaal. Elk sterker ras dat beter omgaat met roest, droogte en hitte vermindert de kans dat schaarste, prijsdruk en kwaliteitsverlies zich verder door de keten vreten. Brazilië blijft de zwaargewicht van de sector. Daardoor kunnen experimenten in dat land gevolgen hebben voor telers, branders, handelaren en consumenten ver buiten de eigen grenzen. Een stedelijke plantage wordt zo in feite een vroege waarschuwingspost. Dit geldt voor een sector die probeert te voorkomen dat klimaatverandering de koffiekaart van morgen herschrijft.
Suriname moet de landbouwsector ontwikkelen met technologie, landbouwonderzoek naar ziekten en plagen in koffie was vroeger al onderdeel van het Surinaamse proefstation. Daarnaast sprak de overheid de afgelopen jaren opnieuw over samenwerking en ontwikkeling rond gewassen zoals koffie. De boodschap is daarom niet dat Suriname morgen grootschalig koffie moet planten. Zonder sterk agrarisch onderzoek, klimaatbestendige rassen, waterbeheer en plaagmonitoring zal het land te laat reageren wanneer nicheteelten weer economisch interessant worden. Een klein proefveld, gekoppeld aan LVV, onderzoekslabs en regenwatergestuurde teeltproeven, zou voor Suriname waardevoller kunnen blijken dan een groot areaal zonder wetenschap erachter.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com