Met meer dan 25.000 bekende bijensoorten op aarde en een landbouw die voor een groot deel afhankelijk is van bestuiving door insecten, vogels en vleermuizen, blijft de economische betekenis van bijen opvallend vaak beperkt tot de verkoop van honing, terwijl hun werk in boomgaarden, groentevelden, zaadteelt en andere voedselketens jaarlijks een waarde vertegenwoordigt die vele malen groter is dan de opbrengst van de bijenkast zelf.
De werkelijke kracht van bijenteelt ligt daarom niet alleen in honing, was, propolis of stuifmeel, maar in de stille productiedienst die bestuivers leveren wanneer zij bloemen bevruchten en ervoor zorgen dat gewassen vruchten, zaden en hogere opbrengsten kunnen voortbrengen, een bijdrage die pas zichtbaar wordt wanneer die bestuivers verdwijnen en boeren merken dat meer kunstmest, meer grond en meer arbeid geen oplossing bieden voor een tekort aan natuurlijke bestuiving.
Ongeveer driekwart van de belangrijkste gewassen die vruchten en zaden voor menselijke consumptie produceren, is ten minste gedeeltelijk afhankelijk van bestuivers. Zonder hun bijdrage zou wereldwijd vijf tot acht procent van de huidige landbouwproductie verloren gaan. De geschatte economische waarde daarvan ligt tussen 235 en 577 miljard Amerikaanse dollar per jaar.
Toch bouwen mensen hun meest geavanceerde vormen van bijenbeheer rond slechts acht tot elf honingbijsoorten. De overgrote meerderheid van de bijensoorten leeft in het wild en wordt niet door mensen gehouden. Dat onderscheid is belangrijk, omdat landbouwbeleid niet alleen moet streven naar meer bijenkasten, maar ook naar bescherming van bloemenrijke gebieden, natuurlijke begroeiing, waterbronnen en insecten die buiten de kast hun werk doen.
Onderzoek in de cashewteelt in Zuid India laat zien wat mogelijk is wanneer landbouw en biodiversiteit niet tegenover elkaar worden gezet. Agroecologische bedrijven trokken bijna vier keer zoveel bloembezoekende insecten aan en hadden ongeveer 250 procent meer soorten bestuivers dan conventionele bedrijven. De opbrengsten lagen gemiddeld hoger, al verschilden de resultaten sterk per bedrijf en seizoen.
Die uitkomst onderstreept een ongemakkelijke waarheid voor de moderne landbouw. Intensief gebruik van chemische middelen, grootschalige monocultuur en het verdwijnen van natuurlijke randen kunnen op korte termijn overzichtelijk lijken, maar maken boeren op langere termijn juist kwetsbaarder doordat de natuurlijke systemen die bestuiving, bodemgezondheid en plaagbestrijding ondersteunen langzaam worden uitgeput.
Duurzame bijenteelt kan voor kleine producenten een relatief toegankelijke bron van extra inkomen zijn. Een bijenkast vraagt minder grond dan veel andere landbouwactiviteiten en kan inkomsten opleveren uit verschillende producten. Dat maakt de sector vooral interessant voor vrouwen, jongeren en plattelandsgezinnen die hun inkomen willen spreiden zonder te wachten op grote investeerders of dure machines.
De mogelijkheden ontstaan echter alleen wanneer bijenhouders toegang krijgen tot opleiding, gezonde volken, beschermende uitrusting, betrouwbare afzetmarkten en hulp bij ziekten en parasieten. Honing van goede kwaliteit levert pas een betere prijs op wanneer herkomst, verwerking en voedselveiligheid aantoonbaar in orde zijn. Traceerbaarheid en eerlijke handelsketens zijn daarom geen luxe voor exporteurs, maar voorwaarden om te voorkomen dat kleine producenten onderaan de markt blijven hangen.
Overheden moeten bijenteelt daarom opnemen in landbouwbeleid, voorlichtingsdiensten en programma’s voor klimaatbestendige voedselproductie. Boeren die ruimte maken voor bloeiende planten, minder schadelijke bestrijdingsmiddelen gebruiken en verschillende gewassen combineren, beschermen niet alleen bijen maar ook hun eigen productiecapaciteit.
Ook Suriname beschikt over de ruimte, biodiversiteit en landbouwgebieden om bijenteelt veel serieuzer te ontwikkelen als onderdeel van voedselzekerheid, bosbescherming en inkomsten voor dorpen en kleine boeren, maar dat vraagt om praktische training, kwaliteitscontrole, onderzoek naar lokale bestuivers en regels die voorkomen dat pesticiden het natuurlijke kapitaal vernietigen waarop de landbouw zelf draait.
Wie bijen uitsluitend ziet als producent van honing, mist de grotere economische werkelijkheid. De bijenkast is geen hobby aan de rand van de landbouw, maar een klein zichtbaar onderdeel van een systeem dat voedselproductie, biodiversiteit en inkomen bij elkaar houdt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com