Het ASL3-project belooft bewoners van West-Suriname trainingen, financiële steun voor kleinschalige ondernemingen en betere bescherming van bossen en biodiversiteit. Maar achter deze ambities schuilt een grotere uitdaging, hoe worden plannen daadwerkelijk omgezet in duurzame inkomsten, effectieve natuurbescherming en meer zeggenschap voor de lokale gemeenschappen? Het succes van het project zal niet worden bepaald door het aantal bijeenkomsten of trainingen, maar door de resultaten die bewoners op lange termijn ervaren. Een delegatie van het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) bezocht samen met het projectteam het projectgebied om de volgende uitvoeringsfase voor te bereiden. Bewoners van onder meer Apoera, Washabo, Section en Sandlanding krijgen trainingen die aansluiten bij hun behoeften en mogelijkheden. Daarnaast komt er een grantmechanisme voor ecotoerisme en niet-houtachtige bosproducten, zoals vruchten, zaden, oliën en vezels. De plannen klinken veelbelovend, maar de werkelijke impact moet nog blijken. Een training volgen is immers niet hetzelfde als een rendabel bedrijf opzetten. Zonder toegang tot markten, transport, startkapitaal, begeleiding en afzetkanalen dreigen opgedane vaardigheden onvoldoende op te leveren. Ook financiële steun alleen biedt geen garantie op succes.
Transparante selectiecriteria, goede begeleiding en controle op de besteding van middelen zijn noodzakelijk om te voorkomen dat kansen ongelijk worden verdeeld. Volgens OGM vormen de consultaties van februari 2026 het vertrekpunt voor de uitvoering. De behoeften van de verschillende gemeenschappen zijn vastgelegd in afzonderlijke werkplannen. Het traditionele gezag selecteert deelnemers die aan de voorwaarden voldoen, waarna met zelfevaluaties en overzichten van eerdere trainingen wordt bepaald welke vaardigheden zij nog moeten ontwikkelen. Deze aanpak erkent dat gemeenschappen niet allemaal dezelfde prioriteiten hebben. Toch blijft het van belang dat de selectie van deelnemers eerlijk, inzichtelijk en controleerbaar verloopt. Wanneer het traditionele gezag een centrale rol speelt, moet voldoende ruimte bestaan voor bewoners die minder invloed hebben binnen hun gemeenschap. Anders bestaat het risico dat juist de mensen die ondersteuning het hardst nodig hebben, buiten de boot vallen. Ook moet duidelijk worden welke concrete resultaten van de trainingen worden verwacht. Zonder dergelijke indicatoren is het moeilijk vast te stellen of de investering meer oplevert dan tijdelijke activiteiten. De geplande grants voor ecotoerisme en niet-houtachtige bosproducten moeten economische kansen creëren zonder de natuur aan te tasten.
Mogelijkheden zijn onder meer lokale gidsdiensten, gastvrijheid, gemeenschapsgebaseerd toerisme en de verwerking van bosproducten. Daarbij mag niet worden onderschat dat ondernemerschap in afgelegen gebieden met praktische beperkingen gepaard gaat. Beperkte infrastructuur, hoge transportkosten en een onzekere vraag kunnen de levensvatbaarheid van lokale initiatieven onder druk zetten. Het grantmechanisme moet daarom niet alleen geld beschikbaar stellen, maar ook rekening houden met de omstandigheden waarin bewoners hun activiteiten moeten uitvoeren. Openbare informatie over de voorwaarden, selectieprocedures, toegekende bedragen en behaalde resultaten is essentieel. Zonder die transparantie blijft onduidelijk wie profiteert en of het beschikbare geld daadwerkelijk bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling. Naast economische ontwikkeling vormt illegale jacht een belangrijke zorg voor bewoners. Zij maken melding van stroperij en jagers van buiten de regio. De handhaving van de jacht en natuurbeschermingswetgeving valt onder de Dienst ’s Lands Bosbeheer (LBB), die onder het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) ressorteert. OGM wil de samenwerking met LBB en andere bevoegde instanties versterken. Tijdens dezelfde periode voerde LBB controles uit op de routes Paramaribo–Apoera en Apoera–Nickerie en bij de Kaburikreek. Zulke controles zijn relevant, maar hun effect hangt af van de continuïteit van het toezicht en de opvolging van overtredingen.
Het ASL3-project kan bewoners ondersteunen bij het signaleren en melden van verdachte activiteiten. Die betrokkenheid mag echter niet uitmonden in een situatie waarin gemeenschappen feitelijk verantwoordelijk worden gemaakt voor de bescherming van uitgestrekte natuurgebieden zonder voldoende middelen of institutionele ondersteuning. De verantwoordelijkheid voor handhaving blijft bij de bevoegde overheidsinstanties. Het project Sustainable and Inclusive Development of West Suriname (SID-WS) maakt deel uit van de derde fase van het Amazon Sustainable Landscapes Program (ASL3) en wordt gefinancierd door de Global Environment Facility (GEF). OGM draagt de eindverantwoordelijkheid, terwijl het United Nations Development Programme (UNDP) de technische implementatie verzorgt. De komende periode moeten trainingen starten en de grants voor ecotoerisme en bosproducten worden opengesteld. Daarmee begint de fase waarin de ambities aan de praktijk worden getoetst. Voor West-Suriname staat meer op het spel dan de uitvoering van een ontwikkelingsproject. De uitdaging is om natuurbehoud te verbinden met economische zekerheid, zonder dat lokale gemeenschappen afhankelijk blijven van tijdelijke financiering. Dat vereist meetbare doelstellingen, transparante besteding van middelen, effectieve handhaving en blijvende betrokkenheid van bewoners. ASL3 heeft de kans om een betekenisvolle bijdrage te leveren, maar beloften zijn nog geen resultaten. Pas wanneer bewoners duurzaam meer inkomen verwerven en hun leefomgeving aantoonbaar beter wordt beschermd, kan het project als een succes worden beschouwd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com