De discussie over het toekomstige leiderschap van de VHP en de NPS raakt aan een ongemakkelijke vraag die veel verder gaat dan de verkiezing van een nieuwe voorzitter, namelijk hoeveel ruimte bekwame ondervoorzitters werkelijk krijgen om hun kennis, ervaring en maatschappelijke betrokkenheid om te zetten in een zelfstandige koers. Asis Gajadien en Jerrel Pawiroredjo maken die vraag concreet, omdat hun parlementaire en professionele bijdragen aanleiding geven om te onderzoeken wat zij met een ruimer mandaat zouden kunnen betekenen. Hun mogelijke doorgroei vraagt echter ook om een kritische blik op een partijcultuur waarin verantwoordelijkheid gemakkelijk wordt verdeeld, maar beslissingsmacht veel moeilijker wordt losgelaten.
Een ondervoorzitter kan beschikken over deskundigheid, contacten met de achterban en organisatorisch vermogen, maar die kwaliteiten komen onvoldoende tot hun recht wanneer belangrijke besluiten steeds afhankelijk blijven van een persoon boven hem of haar. Dat is een bestuurlijk risico van sterk gecentraliseerde partijen. Een indrukwekkende titel zonder duidelijke bevoegdheden betekent uiteindelijk dat iemand er voor spek en bonen bij zit. De partij verwacht inzet, loyaliteit en mobilisatie, maar biedt onvoldoende gelegenheid om zelf richting te geven. Vervolgens ontstaat het merkwaardige verwijt dat mogelijke opvolgers te weinig leiderschap hebben laten zien.
Gajadien kan in die discussie worden beoordeeld op concreet parlementair werk, zijn betrokkenheid bij het initiatiefvoorstel voor de Aanbestedingswet 2023 is daarvan een voorbeeld. Regels voor openbare aanbestedingen raken rechtstreeks aan de besteding van gemeenschapsgeld en de kansen van ondernemers om op eerlijke voorwaarden mee te dingen naar overheidsopdrachten. Ook zijn hernieuwde indiening van een initiatiefvoorstel voor openbaarheid van bestuur past bij een agenda waarin burgers meer inzicht moeten krijgen in het handelen van de overheid. Het gaat hier om wetgevende initiatieven, waarvan indiening, parlementaire aanvaarding en daadwerkelijke uitvoering afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
Ook zie je dat hij veel aandacht besteed aan meer geldelijke voorzieningen voor politieke ambtsdragers, zegelrecht, belastingwetgeving, de kiesregeling en maatschappelijke bescherming. Daarmee presenteert Gajadien een breed politiek werkterrein. Wetten komen tot stand door bijdragen van meerdere parlementariërs, commissies en andere betrokkenen en die kan hij aansturen. Daarmee rijst de vraag hoeveel meer hij had kunnen bereiken als hij meer ruimte en beslissingsbevoegdheid had gekregen om zijn kennis en ervaring in te zetten.
Een recent gezamenlijk initiatief van Gajadien en Pawiroredjo biedt een concreet aanknopingspunt voor hun bestuurlijke opvattingen. Zij dienden in september een voorstel in om de automatische koppeling tussen de bezoldiging van de president en die van een departementsdirecteur te beëindigen. Daarmee willen zij voorkomen dat een ambtelijke salarisaanpassing zonder afzonderlijke wettelijke besluitvorming doorwerkt naar het inkomen van het staatshoofd. Dat initiatief laat zien dat samenwerking tussen een vertegenwoordiger van de oppositie en een vertegenwoordiger van de coalitie mogelijk is rond parlementaire controle en de inrichting van het bestuur.
Als Gajadien voorzitter wordt, zou hij zijn ervaring met wetgeving kunnen verbinden aan een partijorganisatie die voorstellen systematisch ontwikkelt, toetst en bespreekt met de samenleving. Denk aan openbare verantwoording over partijfinanciën, deskundige werkgroepen voor ondernemerschap en bestaanszekerheid, en een herkenbare rol voor jongeren bij het voorbereiden van beleid. Een voorzitter kan ook politieke prioriteiten bepalen en mensen samenbrengen om voorstellen verder te brengen. Hij kan geen nationale hervormingen eigenhandig uitvoeren. Zijn meerwaarde zou daarom moeten blijken uit de kwaliteit van zijn team, zijn vermogen om steun te organiseren en de ruimte die hij anderen geeft.
Pawiroredjo brengt een ander profiel mee, want als oogarts kent hij de gezondheidszorg vanuit de dagelijkse praktijk, met patiënten die afhankelijk zijn van beschikbare specialisten en met jonge artsen die begeleiding nodig hebben. Zijn maatschappelijke betekenis beperkt zich daarmee niet tot een partijfunctie. Zijn medische werk en betrokkenheid bij opleidingen bieden aanknopingspunten voor een politieke agenda waarin toegankelijkheid van zorg, behoud van deskundigheid en ontwikkeling van menselijk kapitaal centraal staan.
Daarbij hoort een noodzakelijke feitelijke kanttekening, want Pawiroredjo heeft onlangs aangegeven voorlopig geen ambitie te hebben om voorzitter van de NPS te worden, omdat zijn werkzaamheden in de gezondheidszorg en het parlement onvoldoende ruimte laten voor die extra verantwoordelijkheid. Hij heeft wel gepleit voor tijdige voorbereiding van een nieuwe generatie partijleiders. Een mogelijk voorzitterschap van Pawiroredjo is dus een scenario dat inhoudelijk kan worden besproken, geen aangekondigde kandidatuur. Zijn terughoudendheid mag evenmin zonder bewijs worden uitgelegd als angst of als het resultaat van tegenwerking.
Mocht hij op enig moment wel voor het voorzitterschap kiezen, dan zou hij zijn deskundigheid kunnen inzetten om zorgvraagstukken sterker te verbinden met onderwijs, armoedebestrijding en regionale ongelijkheid. Een partij onder zijn leiding zou bijvoorbeeld professionals en bewoners kunnen betrekken bij uitvoerbare voorstellen voor preventie, specialistische zorg en medische opleidingen. Zijn talent zou ook betekenis kunnen krijgen in het begeleiden van nieuwe politieke bestuurders. Daarvoor zijn voldoende tijd, een goed bestuursteam en gedelegeerde verantwoordelijkheden noodzakelijk.
De bestuursverkiezingen die voor 2027 bij de VHP en de NPS worden voorzien, bieden gelegenheid om die inhoudelijke vragen centraal te stellen. Bij de VHP heeft Gajadien aangekondigd een kandidatenlijst te willen indienen. Binnen de NPS speelt de voorbereiding van toekomstige opvolging, ook nu Pawiroredjo zichzelf voorlopig niet als kandidaat presenteert. De waarde van deze verkiezingen zal mede afhangen van de ruimte voor debat, de toegankelijkheid van de kandidaatstelling en de mogelijkheid voor leden om bestuurders op hun prestaties te beoordelen.
Ook binnen de NDP verdient de ontwikkeling van leiderschap dezelfde kritische aandacht. Jennifer Geerlings Simons combineert het presidentschap met het partijvoorzitterschap, en Faizal Abdoelgafoer heeft aangegeven een toekomstig voorzitterschap niet uit te sluiten, met behoud van zijn huidige steun aan Simons. Dat maakt de vraag relevant hoe de partij haar interne verantwoordelijkheden verdeelt en toekomstige leiders voorbereidt. Krijgen andere bestuurders voldoende zelfstandigheid om een eigen staat van dienst op te bouwen? Kunnen leden inhoudelijke verschillen bespreken zonder dat iedere afwijkende opvatting onmiddellijk als een loyaliteitskwestie wordt behandeld? Die vragen verdienen antwoorden voordat een opvolgingsstrijd alle aandacht opeist.
Suriname heeft belang bij politieke partijen die hun eigen organisatie laten functioneren volgens de beginselen die zij het land voorhouden. Duidelijke bevoegdheden voor ondervoorzitters, transparante financiën, controleerbare besluitvorming en serieuze opleiding van nieuw kader maken leiderschap minder afhankelijk van één persoon. Gajadien en Pawiroredjo zouden bij een eventueel voorzitterschap daarom ook moeten laten zien dat zij ruimte kunnen scheppen voor jonge mensen die hen inhoudelijk tegenspreken, aanvullen en uiteindelijk opvolgen. Vernieuwing wordt zichtbaar wanneer bevoegdheden werkelijk worden gedeeld.
De doorslaggevende vraag bij de komende leiderschapsdiscussies is hoeveel talent politieke partijen bereid zijn tot ontwikkeling te laten komen. Gajadien en Pawiroredjo hebben ieder een achtergrond die een inhoudelijke beoordeling verdient, met aandacht voor hun prestaties, beperkingen en mogelijke bijdrage aan de gemeenschap. Iedere kandidaat die meer ruimte voor zichzelf vraagt, zal ook moeten uitleggen hoeveel ruimte anderen onder zijn leiding krijgen. Anders verandert alleen de naam van de voorzitter en blijft de volgende generatie opnieuw onder de tafel van de macht wachten.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com