De financiële crisis bij de Kennedy Stichting is inmiddels geen administratief probleem meer. Het is een rechtstreeks gevolg van een overheidssysteem dat maandenlang faalt en daarmee de salarissen van personeel en de opvang van 24 dove en slechthorende kinderen in gevaar brengt. Op maandag legde het personeel van de stichting het werk neer. De medewerkers hebben hun salaris nog niet ontvangen. Acht maanden nadat de subsidieaanvraag voor 2026 werd ingediend, wacht de stichting nog steeds op de middelen waarop zij voor een belangrijk deel is aangewezen om haar werk te kunnen uitvoeren. Directeur Lea Welzijn noemt de situatie onhoudbaar. Volgens haar werd de subsidie al begin februari aangevraagd en behoorde de Kennedy Stichting tot de instellingen die hun documenten vroeg en volgens de geldende procedure hebben aangeleverd. Inmiddels is het oktober. De stukken zouden zijn goedgekeurd en verschillende administratieve stappen zouden zijn doorlopen, maar het geld staat nog steeds niet op de rekening. Achter iedere vertraagde betaling zitten mensen. Werknemers die hun huur, voeding, vervoer en schoolkosten moeten betalen. En in dit geval ook kinderen die afhankelijk zijn van een instelling voor opvang, verzorging en begeleiding. De stichting heeft de afgelopen maanden geprobeerd het gebrek aan overheidsmiddelen op te vangen met huurinkomsten en donaties.
Leegstaande gebouwen worden verhuurd om inkomsten te genereren. Maar die opbrengsten zijn onvoldoende om een organisatie met personeel, zorgkosten en een internaat structureel draaiende te houden. Dat de situatie volledig uit de hand dreigt te lopen, bleek vrijdag. Medewerkers die nog kwamen werken, kregen van het bestuur SRD 1.000 mee als tijdelijke tegemoetkoming. Geen salaris, maar een noodbedrag om in het weekend in ieder geval iets op tafel te kunnen zetten. Het is bovendien verschrikkelijk dat juist instellingen die kwetsbare groepen ondersteunen, telkens afhankelijk lijken te worden van noodoplossingen, donaties en de bereidwilligheid van werknemers om door te gaan terwijl hun eigen inkomen uitblijft. In Suriname lijkt het steeds vaker nodig te zijn dat werknemers eerst het werk neerleggen voordat structurele problemen serieus worden aangepakt. Salarissen moeten eerst uitblijven, instellingen moeten eerst in financiële problemen raken en essentiële dienstverlening moet eerst worden bedreigd voordat er voldoende aandacht ontstaat. Dat patroon is niet alleen frustrerend voor werknemers, maar ook onverantwoord wanneer het gaat om zorg voor kinderen. De gevolgen bij de Kennedy Stichting zijn direct voelbaar. Het hoofd van het internaat heeft volgens de directie aangegeven de zorg voor alle kinderen niet alleen te kunnen dragen. Daarmee komt een essentiële voorziening onder druk te staan.
Het gaat bovendien niet om kinderen die eenvoudigweg ergens anders kunnen worden ondergebracht. De stichting vangt dove en slechthorende kinderen op, onder wie kinderen uit het binnenland, Saramacca en Brokopondo. Hun zorg brengt specifieke kosten met zich mee, waaronder gehoorapparaten, batterijen en andere voorzieningen. De overheid spreekt regelmatig over het belang van onderwijs en de ontwikkeling van kinderen. Maar onderwijsbeleid houdt niet op bij kinderen die gemakkelijk binnen bestaande systemen passen. Kinderen met een auditieve beperking hebben eveneens recht op onderwijs, begeleiding, veiligheid en een stabiele leefomgeving. Wanneer de financiering van een gespecialiseerde instelling acht maanden blijft steken in administratieve processen, wordt dat uiteindelijk een beleidsprobleem. De Kennedy Stichting stelt dat vanuit de verantwoordelijke overheidsafdeling wel wordt gecommuniceerd over de voortgang van de aanvraag. De stukken zouden verschillende instanties en bestuurlijke niveaus moeten passeren voordat betaling kan plaatsvinden. Maar voor een organisatie die iedere maand salarissen en zorgkosten moet betalen, is een administratieve route geen oplossing. Een overheid die weet dat een sociale instelling afhankelijk is van subsidie, heeft ook een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat die financiering tijdig beschikbaar is.
Het is dan ook onvoldoende om te wijzen naar procedures. Procedures zijn geen doel op zich. Ze moeten ervoor zorgen dat publieke middelen correct en tijdig terechtkomen bij de instellingen waarvoor ze bedoeld zijn. Als de subsidie niet snel wordt uitbetaald, kan het personeel niet worden uitbetaald, kan de staking voortduren en komt de opvang van de kinderen verder onder druk te staan. Uiteindelijk dreigt zelfs sluiting van het internaat. Dan is de vraag niet meer hoeveel formulieren zijn ingediend of hoeveel handtekeningen nog nodig zijn. Dan gaat het om de vraag waarom een sociale instelling die al maanden geleden haar aanvraag heeft ingediend, zo lang zonder noodzakelijke financiering kan worden gelaten. De Kennedy Stichting vraagt geen luxe. Zij vraagt de middelen om haar personeel te betalen en kinderen de zorg te bieden waarvoor de instelling bestaat. Dat de organisatie na acht maanden nog steeds moet wachten, is daarom meer dan een financieel probleem. Het is een pijnlijke illustratie van hoe bureaucratische traagheid uiteindelijk wordt afgewenteld op werknemers en kwetsbare kinderen. De overheid kan zich niet blijven verschuilen achter procedures wanneer de gevolgen daarvan zichtbaar worden in lege bankrekeningen, onbetaalde salarissen en kinderen van wie de opvang onzeker wordt. De Kennedy Stichting heeft inmiddels aan de bel getrokken. Nu is het aan de verantwoordelijke autoriteiten om niet alleen te reageren, maar verantwoordelijkheid te nemen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com