Suriname beweegt steeds verder richting een situatie waarin bijna een kwart van de bevolking afhankelijk is van een vorm van sociale ondersteuning van de overheid. Minister Diana Pokie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (Sozavo) bevestigt dat het aantal geregistreerde personen inmiddels de grens van 200.000 nadert. Dat cijfer is geen administratief detail dat met een nieuwe registratieprocedure kan worden opgelost. Het is een alarmsignaal over de economische en sociale toestand van het land. Enkele maanden geleden stond het geregistreerde cliëntenbestand nog rond de 189.000 personen. Inmiddels komt de teller dicht bij de 200.000. Volgens de minister blijft het aantal aanvragen toenemen. Daarmee wordt zichtbaar dat sociale voorzieningen in Suriname niet langer uitsluitend een vangnet vormen voor een beperkte groep kwetsbare burgers, maar voor steeds meer mensen een noodzakelijke voorwaarde zijn om het dagelijks bestaan vol te houden. Volgens Pokie wordt ongeveer 80 procent van de beschikbare capaciteit van het ministerie momenteel ingezet om het traject van aanvraag tot toewijzing of goedkeuring beter te structureren. Dat klinkt als ordening, maar tegelijkertijd brengt het een veel groter probleem aan het licht.
Een ministerie dat een kwart van de bevolking moet registreren, beoordelen en ondersteunen, bevindt zich niet meer aan de rand van het sociale probleem. Het ministerie is een belangrijk onderdeel geworden van het economische overlevingssysteem van het land. De discussie over sociale voorzieningen mag daarom niet worden gereduceerd tot de vraag of mensen wel of niet recht hebben op ondersteuning. Natuurlijk moeten kwetsbare huishoudens, mensen met een beperking en burgers die daadwerkelijk niet in staat zijn zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien, worden geholpen. Een beschaafde samenleving laat deze mensen niet vallen. Maar sociale bescherming zonder een sterke economie dreigt uiteindelijk zelf een probleem te worden. De overheid kan niet onbeperkt steeds grotere groepen financieel ondersteunen terwijl de economie onvoldoende nieuwe kansen creëert. Iedere extra registratie betekent immers niet alleen een dossier, maar ook een financiële verplichting. En wanneer het aantal mensen dat ondersteuning nodig heeft sneller groeit dan de inkomsten van de staat, ontstaat een vicieuze cirkel die uiteindelijk onhoudbaar wordt.
Pokie stelt dat de huidige regering geen nieuwe wetten of criteria heeft ingevoerd, maar slechts de bestaande regels strikter toepast. Dat is op zichzelf terecht. Sociale voorzieningen kunnen geen politiek instrument zijn waarmee mensen zonder controle, zonder duidelijke onderbouwing of zonder toetsing worden toegevoegd aan een steeds groter wordende lijst van begunstigden. Juist daar ligt een van de zwakke plekken van het systeem. Wanneer procedures jarenlang niet consequent worden toegepast, ontstaat ruimte voor willekeur, politieke beïnvloeding, misbruik en onduidelijkheid. Het gevolg is dat mensen die werkelijk hulp nodig hebben mogelijk moeten concurreren met mensen die niet aan de voorwaarden voldoen. Dat is niet sociaal beleid, maar slecht bestuur. Hetzelfde geldt voor de medische beoordeling van mensen met een beperking. Een permanente beperking en een tijdelijke beperking mogen niet zonder meer op één lijn worden gezet. Wanneer iemand blijvend arbeidsongeschikt is, moet de staat bescherming bieden. Maar die bescherming moet worden gebaseerd op objectieve medische vaststellingen en transparante procedures. Alleen dan blijft het systeem geloofwaardig en betaalbaar. Het meest confronterende onderdeel van de cijfers is echter de omvang. Bijna 200.000 geregistreerde personen, dat is een enorme groep. Als zoveel mensen afhankelijk zijn van sociale voorzieningen, moet niet alleen worden gekeken naar hoe de uitkeringen beter kunnen worden georganiseerd.
De grotere vraag is waarom zoveel mensen überhaupt in een situatie terechtkomen waarin zij structureel afhankelijk worden van de staat. Een regering die uitsluitend probeert de bestaande groep efficiënter te registreren, loopt het risico vooral het probleem beter te administreren in plaats van het op te lossen. Registratie is noodzakelijk, maar registratie creëert geen banen. Controle voorkomt misbruik, maar verhoogt niet automatisch inkomens. Een beter cliëntenbestand vult geen lege huishoudportemonnee. Suriname heeft daarom meer nodig dan een opgeschoond bestand en strengere criteria. Er is behoefte aan een economie die mensen daadwerkelijk in staat stelt zichzelf te onderhouden. Sociale voorzieningen moeten een vangnet blijven en mogen nooit het fundament van een samenleving worden. De grens van 200.000 moet daarom worden gezien als een harde waarschuwing. Niet alleen voor Sozavo, maar voor de hele regering. Want een land waarin bijna een kwart van de bevolking afhankelijk is van staatssteun, kan zich niet veroorloven om alleen de administratie op orde te brengen. De administratie moet op orde. De regels moeten worden gehandhaafd. Misbruik moet worden aangepakt. Maar bovenal moet de afhankelijkheid worden teruggedrongen. Anders verandert sociale bescherming langzaam in structurele staatsafhankelijkheid en betaalt uiteindelijk de hele samenleving daarvoor de rekening.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com