De Verkeersveiligheidsmaand 2026 is afgesloten met activiteiten, certificaten en mooie woorden over verkeerseducatie. Maar achter die keurige afsluiting ligt een werkelijkheid die nauwelijks feestelijk kan worden genoemd. In slechts één maand kwamen 11 mensen om het leven bij verkeersongevallen en werden ongeveer 3.000 verkeersongevallen geregistreerd. Daarmee is opnieuw zichtbaar geworden dat verkeersveiligheid in Suriname niet alleen een kwestie is van campagnes, trainingen en bewustwording, maar van een probleem dat levens blijft kosten. De cijfers spreken voor zichzelf. Tijdens dezelfde periode vorig jaar vielen vijf verkeersdoden. Dit jaar staat de teller op elf. Dat is meer dan een verdubbeling. Terwijl het Verkeersveiligheidsinstituut (VVI) activiteiten organiseerde om verkeersveiligheid onder de aandacht te brengen, nam het aantal dodelijke slachtoffers juist fors toe. Dat contrast is hard. Aan de ene kant wordt gesproken over verkeerseducatie, bewustwording en het belang van preventie. Aan de andere kant laten de cijfers zien dat de werkelijkheid op de Surinaamse wegen daar nog ver vandaan staat.
De afsluiting van de Verkeersveiligheidsmaand kreeg onder meer een educatief karakter met de uitreiking van certificaten aan deelnemers van de training Verkeerseducatie voor Crèches. Het initiatief om kinderen al op jonge leeftijd verkeersbewust te maken is op zichzelf belangrijk. Kinderen moeten leren hoe zij zich veilig in het verkeer moeten gedragen en welke gevaren zij kunnen tegenkomen. Maar educatie alleen is geen wondermiddel. Een kind kan leren om veilig oversteken te steken, terwijl volwassenen in het verkeer regels aan hun laars lappen. Een kind kan leren wat een verkeerslicht betekent, terwijl weggebruikers zich vervolgens niet aan de verkeersregels houden. Verkeersbewustzijn bij kinderen heeft weinig effect wanneer het gedrag van volwassenen daar niet bij aansluit. Volgens onderdirecteur Data Educatie van het VVI, Purcy Landveld, werd er vroeger pas vanaf de vijfde klas structureel aandacht besteed aan verkeersveiligheid. Vanaf oktober wordt verkeerseducatie opgenomen als vak binnen het curriculum van het onderwijs. Dat betekent een belangrijke verschuiving, verkeersveiligheid wordt niet langer uitsluitend behandeld als een onderwerp voor campagnes, maar krijgt een structurelere plaats binnen het onderwijs.
Dat is een noodzakelijke stap, maar de resultaten daarvan zullen pas op langere termijn zichtbaar worden. De elf verkeersdoden van deze maand kunnen niet worden teruggedraaid met een nieuw lesprogramma. De ongeveer 3.000 verkeersongevallen verdwijnen evenmin door kinderen vanaf jonge leeftijd verkeersregels aan te leren. Ook VVI-directeur Joanne Adraai sprak bij de afsluiting met gemengde gevoelens. Zij wees op het succes van de verschillende activiteiten, maar noemde tegelijkertijd het aantal verkeersdoden zorgwekkend. Want wanneer in één maand elf mensen overlijden en duizenden ongevallen worden geregistreerd, is het onvoldoende om alleen de activiteiten als geslaagd te beschouwen. Een verkeersveiligheidsmaand mag niet worden afgerekend op het aantal georganiseerde evenementen, trainingen of uitgereikte certificaten. Het uiteindelijke doel moet zijn dat mensen veilig thuiskomen. De crècheleidsters die tijdens de afsluiting hun certificaat ontvingen, verdienen erkenning voor hun rol. Zij krijgen immers een belangrijke verantwoordelijkheid, jonge kinderen verkeersbewust maken en hen de basisregels van het verkeer bijbrengen. Maar die verantwoordelijkheid mag niet bij hen blijven liggen.
De samenleving moet het voorbeeld geven. Ouders, automobilisten, motorrijders, fietsers en andere weggebruikers dragen eveneens verantwoordelijkheid voor de veiligheid op straat. Verkeersregels zijn geen vrijblijvende adviezen en verkeersveiligheid is geen thema dat alleen tijdens één maand van het jaar aandacht verdient. Elf doden in één maand is geen voetnoot bij een campagne. Het zijn elf levens die verloren zijn gegaan. Achter ieder slachtoffer staat een familie, een vriendenkring en een gemeenschap die met de gevolgen verder moet leven. De circa 3.000 geregistreerde verkeersongevallen laten bovendien zien dat het probleem veel groter is dan alleen de dodelijke gevallen. De Verkeersveiligheidsmaand mag daarom niet eindigen met de laatste bijeenkomst en het laatste certificaat. De echte verkeersveiligheid begint juist daarna. Educatie op scholen en crèches kan een fundament leggen, maar dat fundament moet worden ondersteund door verantwoord gedrag van volwassenen en een voortdurende inzet voor veilig verkeer. Zolang de cijfers blijven aantonen dat duizenden verkeersongevallen plaatsvinden en het aantal verkeersdoden stijgt, is er weinig reden voor zelfgenoegzaamheid. De afsluiting van de verkeersveiligheidsmaand moet vooral worden gezien als een harde herinnering aan wat nog moet gebeuren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com