Wie naar de publieke gezondheid kijkt, ziet dat Suriname niet sterft aan een probleem, maar aan een stapeling van gewoontes, verleidingen en dagelijkse keuzes dat te vaak ontspoort. In 2024 stierven naar schatting rond de 4200 mensen, een orde van grootte die volgt uit bevolking en sterftecijfer. Het internationale sterfteprofiel laat al jaren zien dat niet overdraagbare aandoeningen zwaar wegen, met hart en vaat, diabetes en verwante chronische ziekten als kern, terwijl letsels zoals verkeersincidenten een kleinere maar zichtbare categorie vormen. Toch is het juist online gokken dat in de politiek wordt neergezet als het grote maatschappelijke gif dat een verbod verdient, met blokkades, betaalverboden en strafdreiging, omdat het via internetproviders en geldstromen bestuurlijk snel te raken lijkt.
Die keuze is niet alleen publieke gezondheidszorg maar ook bestuurskunde, want suiker zit in vrijwel elke keten, van import tot bakker en van schoolkantine tot huishoudens, waardoor een verbod direct prijzen, werk en beschikbaarheid raakt. Auto’s vormen het fundament van mobiliteit, handel en zorg, waardoor de staat eerder kiest voor regels zoals rijbewijzen, controles en infrastructuur dan voor een verkoopverbod. Online gokken heeft voor de overheid een lagere basiswaarde en laat zich vertalen naar een simpele boodschap, sluit de kraan en bescherm het gezin.
Maar daar begint de beleidsmatige inconsistentie, want als de overheid werkelijk de logica van schade en volksgezondheid volgt, is het vreemd om met zware sancties achter een goksite aan te gaan terwijl dezelfde strengheid niet wordt gehandhaaft voor de suikeroverdaad die diabetes voedt. Hetzelfde geldt voor een verkeerscultuur die levens kost en voor dagelijkse stress die wordt aangejaagd door koopkrachtverlies en inflatie, waardoor mensen sneller naar ongezonde uitlaatklep grijpen. Het probleem is niet dat gokken onschuldig is, het probleem is dat de staat een makkelijke knop verkiest boven de moeilijke werkelijkheid en dan doet alsof moreel verval is opgelost zodra een domeinnaam is geblokkeerd.
Verbieden en sanctioneren werkt zelden, omdat markten en mensen omwegen zoeken zodra de behoefte blijft bestaan. Een totaalverbod kan een parallel circuit creëren met minder toezicht, minder bescherming en meer misbruik, omdat aanbod en vraag niet verdwijnen maar van vorm veranderen. Dan verschuift het naar informele aanbieders, buitenlandse platforms, contant geld, alternatieve betalingen of nieuwe sites die sneller opduiken dan toezichthouders kunnen bijhouden. Een bekend voorbeeld zijn alcoholverboden elders in de wereld, waar consumptie niet verdween maar de handel verschoof naar smokkel en georganiseerde netwerken, met slechtere kwaliteit en meer criminaliteit als bijproduct.
Tegelijk ligt er ook verantwoordelijkheid bij ondernemers, omdat zij bepalen wat zij aan de markt aanbieden, hoe zij het promoten en welke grenzen zij wel of niet respecteren. Een restaurant kan kiezen voor kleinere porties, minder agressieve marketing en duidelijke informatie, en een gokaanbieder kan kiezen voor strikte leeftijdscontrole, limieten en het actief blokkeren van probleemspelers. Maar die verantwoordelijkheid heeft een grens, want geen ondernemer leeft in het huishouden van de consument en geen bedrijf kan opvoeding vervangen. De grootste verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk bij ouders thuis, omdat zij de eerste poortwachters zijn voor de keuzes van henzelf en hun kinderen, en omdat zij dagelijks bepalen wat normaal wordt, wat grenzen zijn en wat discipline betekent.
Daarom mag de discussie over gokken niet eindigen bij de vraag of je een website kunt blokkeren, maar bij de vraag wat we als samenleving aan het opkweken zijn in huishoudens, buurten en scholen. Het verschil wordt niet gemaakt met een blokkadelijst., maar in bewustwording in gezinnen en in normering rond geld, schermtijd en impulscontrole. Moreel leiderschap begint in de kleine kring waar kinderen leren wat grenzen zijn, en waar volwassenen elkaar aanspreken op gedrag voordat schulden en schaamte het huis overnemen. Als een vader zijn loon in een app verliest en een moeder daarna de huur moet doorschuiven, is het probleem niet alleen de app, maar ook het sociale vangnet en de discipline die al eerder scheurden.
Wie het echt meent met bescherming, kiest niet voor een politieke score maar voor een consistent pakket dat de verleiding kleiner maakt en de weerbaarheid groter. Dat betekent regels waar dat nodig is, maar vooral onderwijs, begeleiding en vroege hulp, zodat gezinnen leren hoe discipline eruitziet en hoe geldbeheer werkt. Het betekent ook dat schaamte niet het eindstation is, maar een signaal om hulp te zoeken en opnieuw structuur te bouwen, in de huizen waar stress het hoogst is. Zolang bewustwording en moreel herstel uitblijven, blijft verbieden vooral symboolpolitiek en betaalt de samenleving de rekening, eerst in schulden en stress, en later in de wachtkamer van de huisarts.