Op het Kabinet van de President is een nieuwe Deviezencommissie geïnstalleerd, een signaal dat het deviezenbeleid weer strakker langs meetbare regels moet lopen en minder afhankelijk mag zijn van ad hoc ingrepen. In de kern gaat het om een vraag die voor burgers en bedrijven elke week voelbaar is, hoeveel rust en voorspelbaarheid er ontstaat in de toegang tot vreemde valuta, zodat import, productie en prijzen niet blijven schommelen op basis van geruchten of uitzonderingen.
De nieuwe Deviezencommissie staat onder voorzitterschap van Robin Huiswoud, met als leden Ireen Parbhoe, Dorothy Emanuelson Hellings, Roy Smit, Ismanto Adna, Cathleen Kejansi en Ravin Soerdjbalie, terwijl minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning bij de installatie het belang van deskundig en onafhankelijk advies voor een duurzaam deviezenbeleid benadrukte.
De commissie krijgt een rol die in veel landen pas echt gewicht krijgt wanneer markten zenuwachtig zijn, namelijk het ordenen van de deviezenketen van exportontvangsten tot toewijzing, toezicht en afwikkeling. Daarbij is niet alleen de koers zelf relevant, maar ook de geloofwaardigheid van het raamwerk eromheen, met duidelijke procedures, controleerbare rapportage en een vaste logica voor hoe wisselkoersen worden vastgesteld en toegepast door banken en wisselkantoren.
In dat licht is het logisch dat er nadruk ligt op evaluatie van bestaande regels en werkwijzen, omdat elke zwakke schakel in deviezenbeheer direct doorwerkt in liquiditeit, prijsniveau en investeringsvertrouwen. Centrale banken sturen doorgaans op een combinatie van marktwerking en prudent toezicht, waarbij ruimte voor vraag en aanbod samengaat met eisen rond risicobeheersing bij financiële instellingen, zodat schokken niet via open valutaposities of onduidelijke afrekeningen het systeem in worden getrokken.
Voor Suriname is de economische inzet breder dan alleen de wisselkoers, omdat deviezen uiteindelijk het smeermiddel zijn voor exportgroei, toeleveringszekerheid en een geloofwaardig investeringsklimaat. Een commissie die scherp kijkt naar exportopbrengsten, repatriëring, compliance en transparantie kan de ruimte vergroten om beleid te baseren op controleerbare stromen in plaats van op aannames, wat ook beter aansluit bij de bedoeling van deviezenregelgeving om het publieke belang te beschermen.
Wat in de praktijk het verschil maakt, is het ritme waarin overheid en marktpartijen werken, met vaste publicatiemomenten, voorspelbare besluitvorming en een beperkt aantal uitzonderingsroutes die volledig uitlegbaar blijven. Naarmate dat patroon consequenter wordt, wordt het voor producenten aantrekkelijker om exportcontracten uit te bouwen en voor financiers eenvoudiger om risico in te prijzen, waardoor deviezen minder een spanningspunt zijn en meer een instrument voor groei.
Een goede route naar meer stabiliteit begint vaak klein, door exportstromen sneller te administreren, doorlooptijden in de deviezenafwikkeling te verkorten en koersinformatie op een manier te delen die voor iedereen tegelijk te verifiëren is. Dat haalt druk uit de markt, maakt paniek minder besmettelijk en geeft Suriname meer ruimte om de economie te laten draaien op opbrengst en productiviteit in plaats van op improvisatie.