De discussie rond de brieven van het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie (OM) aan De Nationale Assemblée (DNA) legt een ongemakkelijke waarheid op tafel, in Suriname is zelfs de formele verhouding tussen de staatsorganen niet altijd zo helder en ordelijk als de Grondwet zou moeten voorschrijven. Dat DNA voorzitter Ashwin Adhin de brieven ongebruikelijk noemt omdat zij per deurwaardersexploot aan het parlement zijn betekend, is daarom meer dan een procedurele constatering. Het is een signaal dat de institutionele spelregels opnieuw onder de loep moeten worden genomen. Dat een parlement officiële correspondentie op deze wijze ontvangt, kan worden gezien als een juridische stap, maar het roept tegelijkertijd vragen op over de manier waarop staatsorganen met elkaar communiceren. Wanneer de communicatie tussen de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie en de volksvertegenwoordiging steeds meer het karakter krijgt van een juridische confrontatie, komt de werking van de trias politica onder druk te staan. Onafhankelijke staatsmachten moeten elkaar controleren, maar zij mogen elkaar niet verlammen.
Adhin wil daarom tijdens een overleg met de president, de president van het Hof van Justitie, de commissie van Rapporteurs en de initiatiefnemers drie belangrijke punten aan de orde stellen. Het eerste betreft de formele documentenstroom binnen de trias politica. Dat klinkt technisch, maar is in werkelijkheid fundamenteel. Als niet duidelijk is via welke kanalen staatsorganen elkaar behoren te informeren, welke documenten formeel moeten worden betekend en welke procedures daarbij gelden, ontstaat ruimte voor interpretatie, wantrouwen en institutionele botsingen. Juist daar ligt een structureel probleem. Een rechtsstaat kan niet functioneren op basis van improvisatie, persoonlijke interpretaties of de toevallige machtsverhouding van het moment. Procedures moeten helder zijn, juist wanneer de politieke en juridische belangen groot zijn. De regels mogen niet pas worden besproken nadat een conflict is ontstaan. Het tweede punt van Adhin betreft de inhoud van de brieven. Hij wil dat de aangehaalde punten volgens een duidelijke structuur worden besproken. Dat is noodzakelijk.
Het parlement moet niet vervallen in politieke retoriek, terwijl de rechterlijke macht en het OM zich uitsluitend op juridische procedures beroepen. De kern moet zijn dat iedere instantie haar verantwoordelijkheid neemt binnen de grenzen van de Grondwet en de wet. Daarbij is terughoudendheid van alle betrokkenen essentieel. De rechterlijke macht moet haar onafhankelijkheid bewaken. Het parlement moet zijn constitutionele bevoegdheden verdedigen. De uitvoerende macht moet voorkomen dat zij tussen beide machten in een politieke scheidsrechter probeert te worden. En het OM moet handelen binnen zijn wettelijke opdracht, zonder dat juridische procedures onderdeel worden van een bredere institutionele machtsstrijd. Het derde voorstel van Adhin, een overlegplatform voor de rechtsstaat en de constitutionele inrichting van Suriname, verdient daarom serieuze aandacht. Een dergelijk platform kan nuttig zijn, maar alleen wanneer het meer wordt dan een zoveelste overlegorgaan dat vooral vergadert en weinig oplost. Waar het aan ontbreekt, is vaak de politieke en institutionele discipline om gemaakte afspraken daadwerkelijk na te leven.
Een structurele dialoog tussen staatsorganen kan helpen om toekomstige conflicten te voorkomen. Maar die dialoog mag nooit betekenen dat de grenzen tussen de machten vervagen. Overleg is geen toestemming om elkaars bevoegdheden over te nemen. Een rechtsstaat vereist juist dat iedere macht weet waar haar bevoegdheid begint en eindigt. De huidige situatie moet daarom worden aangegrepen om verder te kijken dan de brieven zelf. De vraag is niet alleen waarom deze stukken per deurwaardersexploot bij DNA zijn terechtgekomen. De veel belangrijkere kwestie is waarom de instituties blijkbaar niet beschikken over een breed gedragen, glashelder en praktisch werkbaar systeem voor onderlinge communicatie en constitutionele afstemming. Als Suriname zijn rechtsstaat serieus neemt, moet dit moment worden benut om orde te scheppen in de institutionele verhoudingen. Niet met politieke spierballentaal, niet met publieke verwijten en zeker niet met juridische procedures als machtsinstrument, maar met duidelijke regels, respect voor bevoegdheden en consequente naleving van de Grondwet. Want een rechtsstaat wordt niet sterk door mooie woorden over constitutionele beginselen. Hij wordt sterk wanneer staatsorganen ook onder druk bereid zijn zich aan die beginselen te houden.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com