About
Missie
Wij verbinden journalistiek, community building en detachering om de samenleving te voeden met betrouwbare data en gelijke ontwikkelkansen te creëren.
Visie
Wij bouwen aan een toekomst waarin transparantie, sociale cohesie en flexibel talent samen zorgen voor impactvolle, data-gedreven besluitvorming.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

De Fed beslist over de rente maar de ondernemer betaalt al voor de onzekerheid

De rentevergadering in Washington draait officieel om inflatie, werkgelegenheid en financiële stabiliteit, maar voor de ondernemer gaat het over iets veel concreters, namelijk hoeveel rente de bank rekent voor werkkapitaal, welke investering nog rendabel is, hoeveel voorraad kan worden gefinancierd en hoeveel ruimte overblijft om personeel aan te nemen voordat hogere kosten de winst volledig wegdrukken. De Amerikaanse centrale bank maakt vandaag haar besluit bekend onder leiding van Kevin Warsh, die pas voor de tweede keer een rentevergadering voorzit, maar de onzekerheid die hij bewust rond het beleid laat bestaan heeft de financiële markten al in beweging gebracht voordat één tarief daadwerkelijk is aangepast.

De beleidsrente staat sinds december tussen 3,50 en 3,75 procent en werd tijdens de vergadering van juni unaniem gehandhaafd, ondanks aanhoudende zorgen over de inflatie en de oorlog in het Midden Oosten. De economie groeide in het eerste kwartaal met 2,1 procent op jaarbasis, investeringen bleven relatief sterk en de arbeidsmarkt verzwakte niet dramatisch, waardoor de Federal Reserve moeilijk kan beweren dat een onmiddellijke renteverlaging noodzakelijk is om een recessie te voorkomen. Een nieuwe verhoging zou daarentegen betekenen dat ondernemingen opnieuw moeten betalen voor prijsdruk die zij voor een belangrijk deel niet zelf hebben veroorzaakt.

De inflatie daalde in juni naar 3,5 procent, tegenover 4,2 procent een maand eerder, en de kerninflatie zonder voedsel en energie zakte naar 2,6 procent. Dat lijkt op vooruitgang, maar achter het gemiddelde bevindt zich een energiecrisis die ondernemers veel harder raakt dan een algemeen prijsindexcijfer zichtbaar maakt. Energie was op jaarbasis 15,7 procent duurder, benzine steeg met 26,7 procent en stookolie werd bijna 43 procent duurder, waardoor transportbedrijven, landbouwers, producenten, distributiebedrijven en ondernemingen met energie intensieve processen rechtstreeks worden getroffen.

Een centrale bank kan de Straat van Hormuz niet beveiligen, olievelden niet repareren en geen vredesakkoord afdwingen, maar kan wel de rente verhogen wanneer geopolitieke schokken de prijzen opdrijven. De ondernemer wordt daardoor tweemaal geraakt, eerst door duurdere brandstof, transport en grondstoffen en daarna door duurder krediet waarmee die hogere bedrijfskosten moeten worden voorgeschoten. Monetair beleid probeert de totale vraag af te remmen, maar maakt daarbij weinig onderscheid tussen speculatieve consumptie en een onderneming die geld nodig heeft om machines te vervangen, salarissen voor te financieren of exportorders uit te voeren.

Die blinde werking maakt renteverhogingen economisch veel minder zuiver dan centrale bankiers vaak suggereren. Een groot technologiebedrijf met miljarden aan kasmiddelen kan investeringen uit eigen vermogen financieren, maar een middelgrote onderneming moet voor dezelfde uitbreiding naar een bank. Een multinational kan obligaties uitgeven op internationale markten, maar de lokale ondernemer krijgt een lening met opslag, zekerheden, persoonlijke garanties en voorwaarden die bij ieder teken van onzekerheid worden aangescherpt. Dezelfde beleidsrente die de aandelenmarkt moet afkoelen, kan daardoor vooral de productieve onderneming raken die nooit onderdeel was van de financiële overdrijving.

Amerikaanse kleine bedrijven betaalden in juni gemiddeld ongeveer 7,4 procent op kortlopende leningen, ondanks de officiële beleidsrente van maximaal 3,75 procent. Dat verschil laat zien waarom uitspraken over een relatief gematigd renteniveau weinig zeggen over de werkelijkheid aan de balie van een commerciële bank. Kredietrisico, administratiekosten, kapitaaleisen en winstmarges worden boven op de centrale bankrente gelegd, waardoor een kleine ondernemer vaak bijna het dubbele betaalt voordat het geleende geld één dollar omzet heeft geproduceerd. Slechts 22 procent van de ondervraagde kleine bedrijven gaf aan regelmatig te lenen, aanzienlijk minder dan het historische gemiddelde, terwijl het ondernemersvertrouwen nog steeds onder zijn langjarige niveau lag.

De terughoudendheid om te lenen kan gemakkelijk worden uitgelegd als zwakke vraag naar krediet, maar kan even goed betekenen dat ondernemingen investeringen uitstellen omdat de rekensom niet meer klopt. Een ondernemer die verwacht tien procent rendement op een uitbreiding te behalen, houdt na financieringskosten, belastingen en operationele risico’s nauwelijks iets over wanneer krediet tegen zeven of acht procent wordt verstrekt. Het gevolg is dat machines langer worden gebruikt, vacatures niet worden ingevuld, voorraad beperkt blijft en productiviteitsverbetering wordt uitgesteld. De centrale bank ziet vervolgens een afkoelende economie en noemt dat het bewijs dat het beleid werkt, terwijl de ondernemer vooral ziet welke groei nooit tot stand is gekomen.

Warsh heeft de onzekerheid verder vergroot door minder vooruitlopende aanwijzingen te geven over toekomstige rentestappen. Zijn redenering is dat financiële markten sterker op economische gegevens moeten reageren en minder afhankelijk moeten worden van iedere formulering van de centrale bank. Dat klinkt principieel, maar een ondernemer bezit niet dezelfde analyseteams, handelsmodellen en afdekkingsinstrumenten als een grote bank of hedgefonds. Minder duidelijkheid straft daarom niet noodzakelijk de speculant, maar kan vooral de onderneming benadelen die maanden vooraf moet beslissen over investeringen, prijsafspraken, personeel en contracten. De markt hield vlak voor het besluit rekening met een aanzienlijke kans op een verhoging van een kwart procentpunt, hoewel handhaving als waarschijnlijker werd beschouwd.

Onzekerheid is in het bedrijfsleven geen abstract gevoel, maar een prijs. Banken rekenen een hogere risicopremie, leveranciers verkorten betalingstermijnen, investeerders eisen meer rendement en ondernemingen houden extra liquide middelen achter die anders productief hadden kunnen worden ingezet. Een centrale bank die minder communiceert kan denken dat zij de markt disciplineert, maar zij kan tegelijk de kosten van iedere langetermijnbeslissing verhogen. Voorspelbaarheid betekent niet dat een centrale bank haar toekomstige besluiten moet garanderen, maar ondernemers moeten wel kunnen begrijpen welke economische veranderingen tot welke beleidsreactie leiden.

De bijeenkomst wordt extra geladen doordat president Donald Trump al lange tijd lagere rente verlangt, terwijl Warsh zijn onafhankelijkheid juist moet bewijzen. Een onverwachte verhoging zou daarom niet uitsluitend als technisch inflatiebesluit worden gelezen, maar ook als demonstratie dat de nieuwe voorzitter geen opdrachten van het Witte Huis uitvoert. Dat zou institutioneel sterk kunnen lijken, maar monetair beleid mag geen toneel worden waarop een centrale bankier zijn onafhankelijkheid bewijst met de balans van ondernemers. Een renteverhoging die meer wordt ingegeven door reputatie en politieke positionering dan door economische noodzaak zou bijzonder duur bestuur zijn.

Een verlaging lijkt vrijwel uitgesloten, omdat de inflatie nog steeds boven de doelstelling van twee procent ligt en energieprijzen opnieuw sterk kunnen stijgen wanneer het conflict met Iran verder escaleert. Handhaving zou daarom de meest verdedigbare keuze zijn, maar ook dan blijft de belangrijkste vraag onbeantwoord. Ondernemers willen niet alleen weten wat de rente vandaag is, maar ook welke omstandigheden voldoende zijn voor een verhoging of verlaging in september. Zonder duidelijke beleidslogica wordt iedere maandelijkse inflatiemeting een gokmoment en iedere geopolitieke schok een potentiële wijziging van de financieringskosten.

De Federal Reserve bevindt zich daarbij tussen twee soorten inflatie die niet op dezelfde manier kunnen worden bestreden. Vraaginflatie ontstaat wanneer consumenten, bedrijven en overheden gezamenlijk meer willen kopen dan de economie kan produceren, waardoor hogere rente de bestedingen kan afremmen. Aanbodinflatie ontstaat wanneer olie, transport, voedsel of onderdelen duurder worden door oorlog, handelsbeperkingen of tekorten. Een renteverhoging kan de olieprijs niet rechtstreeks verlagen, maar kan wel investeringen, werkgelegenheid en vraag verzwakken totdat ondernemingen en consumenten de hogere prijzen niet langer kunnen dragen. De inflatie daalt dan mogelijk, maar niet omdat de economie efficiënter werd, eerder omdat een deel van de economische activiteit is weggewerkt.

Banken meldden eerder dit jaar dat kredietvoorwaarden in verschillende categorieën enigszins waren versoepeld en dat de kredietverlening groeide, maar kleine ondernemingen profiteerden daarvan niet automatisch in dezelfde mate als grotere bedrijven. De kosten van kredietlijnen voor kleine ondernemingen veranderden nauwelijks en de vraag vanuit kleinere bedrijven bleef bij grote banken zwakker. Een brede verklaring dat financieringsvoorwaarden verbeteren kan daarom opnieuw een werkelijkheid verhullen waarin kapitaalkrachtige ondernemingen gemakkelijker toegang krijgen dan bedrijven die werkelijk afhankelijk zijn van externe financiering.

Voor de ondernemer is de rente slechts één onderdeel van een veel bredere kostendruk. Lonen, verzekeringen, huisvesting, transport, energie en grondstoffen bewegen niet allemaal tegelijk naar beneden wanneer de maandelijkse inflatie afneemt. Veel kosten worden jaarlijks opnieuw vastgesteld en blijven daarna op het hogere niveau staan, waardoor lagere inflatie alleen betekent dat prijzen minder snel stijgen en niet dat eerdere verhogingen worden teruggedraaid. De centrale bank kan dus tevreden zijn met afkoelende prijsstijgingen op het moment dat ondernemingen nog altijd proberen marges te herstellen die tijdens de eerdere inflatiegolf zijn verdwenen.

Prijzen verhogen biedt evenmin een eenvoudige uitweg, omdat iedere ondernemer uiteindelijk tegen de koopkracht van zijn klant botst. Kleine ondernemingen rapporteerden in juni opnieuw veel vaker prijsverhogingen dan historisch gebruikelijk, wat laat zien dat de kosten nog steeds door de keten worden gedrukt. Een bedrijf dat prijzen niet aanpast verliest marge, maar een bedrijf dat alle kosten doorberekent kan klanten verliezen. De rente werkt vervolgens als extra druk op beide kanten van de balans, omdat consumenten minder kredietruimte hebben en ondernemingen meer betalen om hun activiteiten te financieren.

De grootste fout zou zijn het rentebesluit uitsluitend te bekijken door de ogen van Wall Street, alsof een stijgende of dalende beursindex de kwaliteit van monetair beleid bepaalt. Een beurs kan herstellen omdat handelaren een renteverlaging verwachten, terwijl ondernemers nog steeds geen betaalbaar krediet krijgen. Aandelen kunnen dalen na een noodzakelijke maatregel, terwijl de werkelijke economie op langere termijn juist wordt beschermd. De relevante vraag is daarom niet of beleggers vandaag tevreden reageren, maar of ondernemingen over voldoende stabiliteit beschikken om productieve investeringen te doen zonder dat ieder geopolitiek incident hun financieringsplan onderuit haalt.

De invloed reikt veel verder dan de Verenigde Staten, omdat de dollar wereldwijd wordt gebruikt voor handel, schulden, energie en internationale financiering. Een hogere Amerikaanse rente kan kapitaal naar dollarbeleggingen trekken, andere valuta onder druk zetten en de kosten verhogen voor landen en ondernemingen die in dollars lenen of importeren. Een ongewijzigde maar langdurig hoge rente kan hetzelfde effect veroorzaken, vooral wanneer financiële markten verwachten dat verlagingen steeds verder worden uitgesteld. De ondernemer in het Caribisch gebied kan daardoor de gevolgen voelen zonder ooit een lening bij een Amerikaanse bank te hebben afgesloten.

Suriname heeft in dit klimaat behoefte aan ondernemingsbeleid dat verder gaat dan oproepen tot productie en export, omdat lokale bedrijven niet internationaal kunnen concurreren wanneer financiering duur, kortlopend en moeilijk toegankelijk blijft. Een sterkere kapitaalmarkt, kredietgaranties voor levensvatbare investeringen, betrouwbare financiële verslaggeving en gerichte financiering voor technologie, landbouw en export kunnen voorkomen dat iedere internationale rentebeweging rechtstreeks verandert in binnenlandse stilstand. De toekomstige olie inkomsten mogen evenmin uitsluitend worden gebruikt voor overheidsconsumptie, maar moeten mede helpen een financieel systeem te bouwen waarin productieve ondernemingen toegang krijgen tot langer kapitaal tegen voorwaarden die passen bij het rendement en de looptijd van hun investeringen.

De beslissing in Washington zal uiteindelijk met enkele regels worden bekendgemaakt, maar achter ieder kwart procentpunt bevinden zich duizenden ondernemers die opnieuw moeten berekenen of een machine, vrachtwagen, winkel, fabriek of extra werknemer nog betaalbaar is. Centrale bankiers spreken over verwachtingen, transmissiemechanismen en prijsstabiliteit, maar ondernemers leven met cashflow, betaaltermijnen en maandelijkse aflossingen. De Federal Reserve hoeft geen goedkoop geld te garanderen en mag inflatie niet laten ontsporen, maar beleid dat onnodig onvoorspelbaar wordt maakt ondernemen zelf tot een vorm van rentespeculatie. Een economie groeit niet doordat financiële markten iedere zes weken naar één gebouw in Washington kijken, maar doordat ondernemers voldoende vertrouwen hebben om geld vast te zetten in activiteiten die pas jaren later rendement opleveren.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Totaal
0
Aandelen
Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verwante berichten
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag