Bij Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie schoof in november een delegatie van het Internationaal Monetair Fonds aan om de staat van de economie door te lichten. De gesprekstafel draaide niet alleen om cijfers, maar ook om de vraag of Suriname eindelijk een slag maakt naar een moderner ondernemingsklimaat. De leiding van het ministerie schetste plannen voor verdere digitalisering, met de ambitie om nog dit jaar meerdere vergunningstrajecten volledig online af te handelen, en wees op voorbereidende inventarisaties voor beleids- en vijfjarenplannen. De boodschap aan de bezoekers was dat Suriname zijn veerkracht wil vergroten door regelgeving te actualiseren, het midden- en kleinbedrijf ruimte te geven en innovatie en diversificatie niet langer als bijzaak te behandelen, omdat investeerders scherpe antennes hebben voor landen waar procedures traag en ondoorzichtig zijn.
Buiten de vergaderzalen wordt aan een andere vorm van modernisering gewerkt. Onder de noemer “Krin Yu Djari bika wi Friyari” is het directoraat Openbaar Groen en Afvalbeheer samen met andere diensten van Openbare Werken begonnen aan een grote opschoonoperatie in de aanloop naar het gouden jubileum. In buurten en districten worden bermen gemaaid, zwerfvuil opgeruimd en lozingen weggehaald, terwijl eigenaren van verwaarloosde percelen worden aangeschreven om hun terrein op orde te brengen. Winkeliers krijgen het verzoek de omgeving rond hun pand schoon te houden en de milieupolitie registreert percelen die uit de toon vallen. De campagne is bedoeld als zichtbare uiting van nationale trots, maar tussen de regels door klinkt dat schoon gedrag na de feestdag geen luxe is, want een land dat toeristen wil ontvangen, investeerders wil trekken en jongeren een leefbare stad wil bieden, kan zich geen korte oplevingen van discipline permitteren.
Ook achter voordeuren worden oude patronen eindelijk benoemd. Minister van Justitie en Politie installeerde de Nationale Raad Huiselijk Geweld, een commissie met een brede opdracht om de aanpak van geweld in de privésfeer structureler en samenhangender te maken. De raad moet het nationale beleidsplan actualiseren, jaarlijks werkplannen opstellen en activiteiten uitvoeren in nauwe samenwerking met partners uit zorg, politie, rechtspraak en maatschappelijke organisaties. Daarnaast moet de commissie de minister adviseren over beleid, effecten van bestaande maatregelen evalueren en voorstellen doen voor aanscherping waar nodig. Daarmee wordt erkend dat losse projecten en incidentele campagnes niet volstaan als er geen permanent orgaan is dat signalen bundelt, data volgt en ervoor waakt dat slachtoffers niet telkens verdwalen tussen loketten.
In een ander rapport, dat minder feestelijk leest, zet de Rekenkamer een dikke streep onder de zwakke fundamenten van het sociale vangnet. De onderzoekers concluderen dat de financiële bijstand die in 2023 aan kwetsbare huishoudens en mensen met een beperking is uitgekeerd, juridisch op drijfzand staat. Veel dossiers bleken onvolledig of slecht gedocumenteerd en er is geen duidelijke wettelijke basis waarop de uitkeringen kunnen worden getoetst. De Rekenkamer spreekt daarom van een onwettige grondslag en wijst op willekeur bij de behandeling van aanvragen, tegenstrijdige adressen binnen één huishouden en een gebrekkige controle op uitkeringen aan mensen die mogelijk niet meer in leven zijn. Het advies aan Sociale Zaken is helder, namelijk dat er haast gemaakt moet worden met formele wetgeving, duidelijke criteria en veel strakkere interne controle, omdat een verzorgingsstaat die goed voelt maar slecht is vastgelegd uiteindelijk juist de kwetsbaarste groepen treft.
Tegelijkertijd kraakt het aan de basis van de zorgketen. In het Academisch Ziekenhuis Paramaribo moesten opnieuw operaties worden uitgesteld door het tekort aan verpleegkundigen en medisch personeel. Minister van Volksgezondheid Steven Misiekaba sprak hardop uit dat de huidige crisis het gevolg is van jarenlange verwaarlozing van zorgmedewerkers, waarbij lage beloning, slechte arbeidsvoorwaarden en beperkte doorgroeimogelijkheden hebben geleid tot een gestage braindrain. Als noodgreep hoopt het ministerie in december tientallen gepensioneerden tijdelijk terug te halen en begin volgend jaar buitenlandse krachten aan te trekken, terwijl in de begroting voor 2026 een verdubbeling van het aantal op te leiden zorgwerkers wordt nagestreefd. Ook hier klinkt tussen de regels dat werving en opleidingen alleen niet volstaan wanneer waardering, werkdruk en loopbaanperspectief niet tegelijk worden bijgesteld, omdat anders elke nieuwe lichting de uitgang al in het vizier heeft zodra de opleiding is afgerond.
Te midden van al deze spanningsvelden is er ook ruimte voor erkenning van vakmanschap en lange adem in de publieke zaak. Arts en volksgezondheidsdeskundige Ruben Del Prado werd door de Franse staat onderscheiden als Ridder in het Legioen van Eer voor zijn bijdrage aan de strijd tegen hiv en aids, zijn werk voor de volksgezondheid op verschillende continenten en zijn rol bij het opnieuw opbouwen van de Alliance Française in Suriname. De Franse ambassadeur herinnerde aan zijn vele publicaties en onderscheidingen van internationale organisaties, maar benadrukte vooral hoe zijn inzet voor preventie, onderwijs en de gelijkwaardige behandeling van minderheidsgroepen bijdraagt aan een wereld die gezonder en rechtvaardiger wil zijn. Del Prado zelf plaatste de onderscheiding nadrukkelijk in een collectief kader en wees op de artsen, verpleegkundigen en veldwerkers in Suriname die vaak onzichtbaar het verschil maken, waarmee hij laat zien dat individuele eer pas echt gewicht krijgt wanneer die in dienst staat van een breder maatschappelijk project.