About
Missie
Wij verbinden journalistiek, community building en detachering om de samenleving te voeden met betrouwbare data en gelijke ontwikkelkansen te creëren.
Visie
Wij bouwen aan een toekomst waarin transparantie, sociale cohesie en flexibel talent samen zorgen voor impactvolle, data-gedreven besluitvorming.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

BRICS wil de wereldorde hervormen maar moet eerst leren leveren

Een samenwerkingsverband dat bijna de helft van de wereldbevolking vertegenwoordigt, ongeveer veertig procent van de mondiale economische productie omvat en ruim een kwart van de internationale handel voor zijn rekening neemt, bezit voldoende gewicht om niet langer uitsluitend hervormingen van de wereldorde te eisen, maar dat economische formaat maakt BRICS nog niet automatisch tot een geloofwaardig bestuurssysteem voor de rest van de planeet. De elf lidstaten hebben de macht om gesprekken te veranderen, bestaande instellingen onder druk te zetten en nieuwe financiële routes te bouwen, maar een mondiale bestuursrol ontstaat pas wanneer gezamenlijke verklaringen worden omgezet in geld, uitvoering, meetbare resultaten en betrouwbare regels die ook blijven functioneren wanneer nationale belangen met elkaar botsen. BRICS staat daardoor voor een veel zwaardere opdracht dan het organiseren van jaarlijkse topontmoetingen, omdat het moet bewijzen dat een groep zeer verschillende landen niet alleen verenigd kan zijn in kritiek op Westerse dominantie, maar ook in staat is oplossingen te leveren die buiten de eigen vergaderzalen waarde hebben.

Het slechtste wat BRICS kan doen, is proberen een kopie te worden van instellingen die zijn gevormd rond militaire blokvorming, economische hiërarchie en de machtsverhoudingen van de vorige eeuw. De Verenigde Staten en hun bondgenoten bouwden organisaties waarin politieke invloed, veiligheid, financiële markten, ontwikkelingsgeld en diplomatieke druk elkaar versterken, waardoor zelfs relatief kleine Westerse landen via gezamenlijke instellingen veel meer internationale invloed uitoefenen dan hun afzonderlijke bevolkingsomvang of economische kracht zou toelaten. BRICS kan deze methode niet eenvoudig overnemen, omdat de lidstaten geen gezamenlijk leger, geen gedeelde buitenlandse politiek en geen uniforme visie op oorlog, sancties, democratie, mensenrechten of economische ordening bezitten.

Een gesloten tegenblok dat iedere internationale kwestie behandelt als een confrontatie tussen het Westen en de rest van de wereld, zou daarom niet alleen strijdig zijn met de uiteenlopende belangen van de leden, maar het samenwerkingsverband ook veranderen in precies het systeem dat het zegt te willen hervormen. India, Brazilië, Saudi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten onderhouden omvangrijke economische en veiligheidsrelaties met Westerse landen, China beschikt over eigen mondiale ambities, Rusland en Iran zoeken nadrukkelijker weerstand tegen Amerikaanse invloed, terwijl Afrikaans georiënteerde leden vooral ontwikkeling, financiering en een grotere stem binnen internationale instellingen verlangen. Deze landen delen onvrede over de bestaande machtsverdeling, maar dat betekent niet dat zij hetzelfde antwoord hebben op de vraag welke wereldorde ervoor in de plaats moet komen.

De uitbreiding naar elf leden en tien partnerlanden vergroot de geografische uitstraling van BRICS, maar maakt gezamenlijke besluitvorming ook ingewikkelder. Brazilië, China, Egypte, Ethiopië, India, Indonesië, Iran, Rusland, Saudi Arabië, Zuid Afrika en de Verenigde Arabische Emiraten verschillen sterk in economische omvang, bestuursvorm, inkomensniveau, militaire macht, energiebelangen en relaties met andere grootmachten. Belarus, Bolivia, Cuba, Kazachstan, Maleisië, Nigeria, Thailand, Oeganda, Oezbekistan en Vietnam zijn als partnerlanden verbonden, waardoor nog meer belangen en ontwikkelingsvragen binnen dezelfde politieke ruimte worden samengebracht. Een groter gezelschap kan meer legitimiteit bieden, maar iedere uitbreiding vergroot eveneens de kans dat consensus eindigt in taal die voor iedereen aanvaardbaar en daardoor voor niemand werkelijk verplichtend is.

De geschiedenis van succesvolle internationale samenwerking laat zien dat organisaties vooral functioneren wanneer zij een duidelijk probleem oplossen dat de lidstaten afzonderlijk niet kunnen beheersen. Europese integratie groeide vanuit de noodzaak economische wederopbouw en onderlinge stabiliteit te organiseren, ASEAN moest voorkomen dat pas onafhankelijke staten door regionale rivaliteit en conflicten werden verscheurd en andere samenwerkingsverbanden werden opgericht rond veiligheid, handel of concrete grensoverschrijdende dreigingen. Instellingen worden niet effectief doordat hun verklaringen ambitieus klinken, maar doordat leden voldoende nationaal belang herkennen om geld, bevoegdheden en beleidsruimte in een gezamenlijk mechanisme onder te brengen.

BRICS moet daarom niet beginnen met de grootse vraag hoe het de volledige wereld kan besturen, maar met de veel concretere vraag welke problemen zijn leden gezamenlijk beter kunnen oplossen dan de bestaande instellingen. Voedselzekerheid, energie, klimaatbestendigheid, gezondheidszorg, digitale infrastructuur, schulden, betalingsverkeer, industriële ontwikkeling en technologieoverdracht vormen gebieden waarin grote delen van het mondiale Zuiden met vergelijkbare knelpunten worden geconfronteerd. Een organisatie die op deze terreinen werkende oplossingen bouwt, krijgt vanzelf internationale invloed, terwijl een groep die voortdurend spreekt over multipolariteit maar nauwelijks publieke goederen levert vooral een diplomatieke megafoon blijft.

De duurzame ontwikkelingsdoelen bieden daarvoor een bruikbaar uitgangspunt, omdat zij niet door BRICS of het Westen alleen zijn ontworpen, maar door alle lidstaten van de Verenigde Naties als gezamenlijke agenda zijn aanvaard. De doelen verbinden armoedebestrijding met gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid, infrastructuur, klimaatbeleid en institutionele kwaliteit, waardoor zij voldoende breed zijn om de uiteenlopende nationale prioriteiten van BRICS landen samen te brengen. India heeft zijn voorzitterschap in 2026 ingericht rond weerbaarheid, innovatie, samenwerking en duurzaamheid, met een nadruk op een mensgerichte benadering die inhoudelijk aansluit op een dergelijke ontwikkelingsrol.

Het probleem ligt niet bij het ontbreken van ontwikkelingsdoelen, maar bij de enorme afstand tussen beloften en financiering. Ontwikkelingslanden hebben jaarlijks meer dan vier biljoen Amerikaanse dollar extra nodig om de duurzame ontwikkelingsagenda te verwezenlijken, terwijl officiële ontwikkelingshulp in 2024 al met zes procent daalde en in 2025 nog eens met 23 procent terugviel. Schuldenlasten hebben tegelijkertijd het hoogste niveau in twintig jaar bereikt, waardoor regeringen steeds meer belastinginkomsten besteden aan rente en aflossing en minder overhouden voor ziekenhuizen, scholen, klimaatbescherming en infrastructuur. BRICS kan pas een serieuze rol in mondiaal bestuur opeisen wanneer het deze financiële leegte helpt vullen met betaalbare, voorspelbare en uitvoerbare alternatieven.

De New Development Bank vormt het belangrijkste bewijs dat het samenwerkingsverband meer kan voortbrengen dan politieke verklaringen. De instelling had eind 2025 ongeveer 42,9 miljard dollar goedgekeurd voor 139 projecten, waaronder investeringen in vervoer, water, woningen, energie en klimaatbestendigheid. Deze portefeuille is betekenisvol en toont dat BRICS over een eigen financieringsinstrument beschikt, maar het bedrag blijft klein vergeleken met de jaarlijkse ontwikkelingsbehoefte van het mondiale Zuiden. Eén bank met enkele tientallen miljarden kan niet zelfstandig een financieringstekort van meer dan vier biljoen dollar dichten, waardoor uitbreiding van kapitaal, projectvoorbereiding, lokale valutafinanciering en samenwerking met andere ontwikkelingsbanken noodzakelijk blijft.

De bank moet daarnaast voorkomen dat zij slechts een kleinere versie wordt van de instellingen waartegen BRICS zich afzet. Ontwikkelingslanden klagen bij traditionele financiers over langdurige procedures, beleidsvoorwaarden, hoge advieskosten en projecten die onvoldoende aansluiten op lokale behoeften, maar snelle financiering zonder transparantie, milieubescherming en degelijk toezicht creëert nieuwe problemen. Een geloofwaardig alternatief moet goedkoper en toegankelijker zijn zonder corruptie, gebrekkige aanbesteding en politiek prestigeprojecten te financieren. Het verschil mag niet worden teruggebracht tot de vlag boven het hoofdkantoor, maar moet zichtbaar zijn in betere voorwaarden, lokale kennisopbouw en aantoonbare maatschappelijke opbrengsten.

BRICS spreekt regelmatig over vermindering van afhankelijkheid van de dollar, maar zelfs de eigen ontwikkelingsbank blijft voor een deel gebruikmaken van de mondiale financiële architectuur die het blok wil hervormen. De New Development Bank plaatste in februari 2026 een obligatie van twee miljard dollar onder haar internationale financieringsprogramma, waarmee duidelijk wordt dat toegang tot dollarkapitaal voorlopig belangrijk blijft voor haar kredietverlening. Deze werkelijkheid is geen bewijs van mislukking, maar wel een correctie op politieke taal die suggereert dat een nieuwe financiële orde met enkele besluiten kan worden opgebouwd. Monetaire onafhankelijkheid vereist diepe lokale kapitaalmarkten, betrouwbare valuta, grensoverschrijdende betalingssystemen en voldoende vertrouwen van investeerders om grote bedragen voor lange perioden beschikbaar te stellen.

De groep beschikt inmiddels over ongeveer 180 samenwerkingsmechanismen, maar dat grote aantal kan zowel kracht als bestuurlijke chaos betekenen. Werkgroepen, ministeriële bijeenkomsten, academische platforms en overlegstructuren rond gezondheid, financiën, arbeid, klimaat, technologie en veiligheid laten zien dat BRICS een breed institutioneel netwerk heeft opgebouwd. Het gevaar ontstaat wanneer iedere nieuwe top opnieuw commissies creëert zonder oude structuren te sluiten, resultaten te publiceren of verantwoordelijkheden helder toe te wijzen. Een organisatie wordt niet sterker door meer vergadertafels, maar door minder versnippering en betere uitvoering.

Een eerste noodzakelijke hervorming zou daarom bestaan uit een openbaar uitvoeringsregister waarin iedere gezamenlijke afspraak wordt gekoppeld aan een verantwoordelijke instelling, financieringsbron, deadline en meetbaar resultaat. Burgers en parlementen moeten kunnen zien welke projecten zijn aangekondigd, hoeveel geld beschikbaar is, welke landen deelnemen en waarom een afspraak vertraging heeft opgelopen. Zonder zo een systeem kunnen leiders ieder jaar dezelfde doelen opnieuw presenteren en politieke vooruitgang claimen zonder dat iemand kan vaststellen wat werkelijk is gerealiseerd.

Een tweede stap vraagt om een professionele institutionele kern die continuïteit bewaakt tussen de jaarlijks wisselende voorzitterschappen. De flexibiliteit van BRICS maakt deelname aantrekkelijk, omdat landen weinig soevereiniteit hoeven over te dragen, maar diezelfde flexibiliteit veroorzaakt geheugenverlies en versnippering wanneer prioriteiten met ieder voorzitterschap veranderen. Een compacte uitvoeringsstructuur hoeft geen supranationale regering te worden, maar kan gegevens beheren, besluiten opvolgen, projecten beoordelen en voorkomen dat duizenden uren diplomatiek werk verdwijnen zodra een ander land de voorzittershamer overneemt.

De grootste test ligt bij de verdeling van macht binnen de groep, omdat een hervormingsbeweging weinig geloofwaardig is wanneer zij Westerse dominantie bekritiseert maar intern een nieuwe hiërarchie accepteert. China bezit een economische schaal die ver boven die van de meeste andere leden uitstijgt, India groeit uit tot een tweede grote pool en energieproducenten beschikken over financiële invloed die armere leden missen. Besluiten, bankfinanciering en technologische samenwerking moeten daarom voldoende ruimte bieden aan Ethiopië, Zuid Afrika, Egypte en andere economieën die niet met dezelfde middelen aan tafel verschijnen. Multipolariteit verliest haar morele betekenis wanneer zij slechts betekent dat één dominante macht door meerdere dominante machten wordt vervangen.

West Afrika zou een krachtig gebied kunnen zijn om te bewijzen dat BRICS een ontwikkelingsmodel kan leveren dat niet draait om politieke onderwerping of grondstoffenwinning. De regio beschikt over een jonge bevolking, landbouwmogelijkheden, energiebronnen en snelgroeiende markten, maar wordt gehinderd door schulden, infrastructuurtekorten, onveiligheid, beperkte elektriciteit en zwakke industriële verwerking. Een gezamenlijke aanpak kan grensoverschrijdende energieverbindingen, spoorwegen, voedselverwerking, medische productie, digitale infrastructuur en technische opleidingen combineren, waardoor niet één land een los prestigeproject bouwt maar een regionale productieketen ontstaat.

Zo een initiatief mag echter niet worden gepresenteerd alsof alle problemen in West Afrika uitsluitend door het Westen zijn veroorzaakt en BRICS automatisch als bevrijder verschijnt. Koloniale plundering en ongelijke internationale verhoudingen hebben diepe schade aangericht, maar corruptie, slecht bestuur, binnenlandse machtsstrijd en gebrekkige uitvoering hebben eveneens ontwikkeling vertraagd. Een geloofwaardig partnerschap spreekt lokale regeringen aan op hun verantwoordelijkheid en laat niet toe dat de taal van soevereiniteit wordt gebruikt om misbruik van publieke middelen buiten controle te houden.

BRICS kan zijn internationale legitimiteit versterken door projecten aan te bieden die ook toegankelijk zijn voor landen die geen lid of partner willen worden. Gezamenlijke onderzoekscentra, noodfondsen, vaccinproductie, landbouwtechnologie, digitale publieke infrastructuur en goedkope klimaatfinanciering kunnen op vrijwillige basis worden gedeeld met bredere groepen ontwikkelingslanden. Mondiaal bestuur ontstaat niet doordat een organisatie anderen dwingt zich aan te sluiten, maar doordat haar systemen zo betrouwbaar en bruikbaar zijn dat landen er vrijwillig aan willen deelnemen.

Gezondheidszorg biedt daarvoor een concreet terrein, omdat de pandemie zichtbaar maakte hoe afhankelijk veel ontwikkelingslanden zijn van buitenlandse vaccins, medicijnen, beschermingsmiddelen en productietechnologie. BRICS beschikt gezamenlijk over farmaceutische productie, wetenschappelijke kennis, grondstoffen en grote afzetmarkten, waardoor regionale productiecentra kunnen worden opgebouwd die tijdens een volgende crisis niet eerst hoeven te wachten op overschotten uit rijke landen. Een systeem dat sneller levens redt dan de bestaande instellingen levert meer legitimiteit op dan honderd verklaringen over een rechtvaardige wereldorde.

Hetzelfde geldt voor klimaatfinanciering, aangezien ontwikkelingslanden steeds zwaarder worden getroffen door droogte, overstromingen, hitte en zeespiegelstijging zonder voldoende toegang tot betaalbaar kapitaal voor bescherming. Multilaterale ontwikkelingsbanken verstrekten in 2025 een recordbedrag van 163 miljard dollar aan klimaatfinanciering, waarvan 103 miljard naar lage en middeninkomenslanden ging, maar ook deze bedragen blijven klein tegenover de mondiale behoefte. BRICS kan de New Development Bank gebruiken om garanties, lokale valutaleningen en gezamenlijke investeringsplatforms op te zetten die private middelen aantrekken zonder kwetsbare landen met onhoudbare schulden op te zadelen.

Digitale samenwerking kan een tweede machtsbasis vormen, maar mag niet eindigen in technologische afhankelijkheid van enkele grote ondernemingen uit de lidstaten. Open standaarden, interoperabele betalingssystemen, cyberbeveiliging, datarechten en kennisoverdracht moeten centraal staan, zodat kleinere economieën niet gedwongen worden hun publieke infrastructuur volledig uit handen te geven. Digitale soevereiniteit ontstaat niet doordat een Westers platform wordt vervangen door een Chinees, Indiaas of Russisch platform, maar doordat landen zelf controle houden over gegevens, regels en toegang.

De aantrekkingskracht van BRICS zal uiteindelijk ook afhangen van de manier waarop het reageert wanneer leden elkaar tegenspreken of internationale regels schenden. Een groep die uitsluitend Westerse dubbele standaarden bekritiseert maar stil blijft bij misstanden van eigen leden, bouwt geen rechtvaardige orde maar een beschermingsclub voor regeringen. Mondiaal bestuur vereist voorspelbare beginselen die ook worden toegepast wanneer dat politiek ongemakkelijk is. Soevereiniteit moet worden beschermd, maar kan geen algemene vrijstelling vormen van iedere verantwoordelijkheid tegenover burgers en buurlanden.

Het succes van de groep moet daarom niet worden gemeten aan het aantal nieuwe leden, de lengte van slotverklaringen of de frequentie waarmee leiders verklaren dat de wereld multipolair is geworden. Werkelijke vooruitgang is zichtbaar wanneer leningen sneller en goedkoper worden verstrekt, landen minder rente betalen, elektriciteitsnetten betrouwbaarder functioneren, regionale handel groeit, voedselketens sterker worden en technologische kennis lokaal achterblijft nadat buitenlandse aannemers zijn vertrokken. De wereld heeft geen tekort aan platforms die spreken, maar aan instellingen die onder druk blijven functioneren en hun beloften kunnen bewijzen.

Suriname kan binnen deze ontwikkeling kansen benutten zonder zichzelf politiek aan een kamp te onderwerpen, omdat samenwerking met BRICS landen toegang kan bieden tot financiering, technologie, landbouwmarkten, energiekennis en infrastructuur. Een toekomstige relatie moet echter worden gestuurd door een nationale strategie en niet door enthousiasme over geopolitieke slogans. Projecten behoren te worden beoordeeld op rentekosten, winst, kennisoverdracht, transparantie, milieugevolgen en de vraag hoeveel economische waarde na twintig jaar nog in Suriname aanwezig is. Een regering die zonder eigen plan tussen grootmachten beweegt, wordt geen onafhankelijke speler maar een terrein waarop anderen hun invloed organiseren.

BRICS kan uitgroeien tot een belangrijke kracht binnen mondiaal bestuur, maar alleen wanneer het stopt met het verwarren van omvang met gezag en kritiek met uitvoering. De groep hoeft geen tweede G7, NAVO of Europese Unie te worden en moet evenmin proberen de wereld in vijandige kampen te verdelen. Haar historische kans ligt in het bouwen van een ontwikkelingsarchitectuur die meerderheid, gelijkwaardigheid en praktische resultaten met elkaar verbindt. De wereldorde verandert niet doordat elf leiders verklaren dat zij veranderd is, maar wanneer landen die jarenlang nauwelijks invloed hadden eindelijk beschikken over instellingen die geld beschikbaar stellen, kennis verspreiden, crises beheersen en ontwikkeling mogelijk maken zonder dat hun politieke of economische zelfstandigheid daarvoor opnieuw moet worden ingeleverd.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Totaal
0
Aandelen
Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verwante berichten
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag